Wat is een ramp ?
Wet Rampen en Zware Ongevallen
Zie ook: De bepalingen in de gemeentewet met
betrekking tot rampen
HOOFDSTUK I Begripsomschrijvingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
b. ramp of zwaar ongeval: een gebeurtenis
1. waardoor een ernstige verstoring van de algemene veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen of grote materiële
belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad, en
2. waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende discipline is vereist om de dreiging weg te nemen of
de schadelijke gevolgen te beperken.
HOOFDSTUK II Voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 2
Burgemeester en wethouders zijn belast met de voorbereiding van de bestrijding van rampen en zware ongevallen in de gemeente, voor zover niet
bij of krachtens de wet anders is bepaald. Zij bevorderen in het bijzonder het houden van oefeningen en de totstandkoming van afspraken, die
nodig zijn voor een doelmatige bestrijding van rampen en zware ongevallen.
Artikel 2a
1. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de bevolking, Onze commissaris in de provincie, en Onze Minister op passende wijze informatie
wordt verschaft over de rampen en zware ongevallen die de bevolking en het milieu kunnen treffen, de maatregelen die zijn getroffen ter voorkoming
en bestrijding van deze rampen en zware ongevallen en de bij deze rampen en zware ongevallen te volgen gedragslijn.
2. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen betrokken personen op passende wijze
informatie wordt verschaft over de rampen en zware ongevallen die de bevolking en het milieu kunnen treffen, de risico's die hun inzet kan hebben
voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.
3. Onze Minister draagt er zorg voor dat alle staten waarvan de bevolking en het milieu door rampen en zware ongevallen op Nederlands grondgebied
kunnen worden getroffen, de informatie over de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, wordt verschaft, voor zover deze niet reeds op grond van
andere voorschriften is verschaft.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid,
en over de wijze waarop de in die leden bedoelde taken worden uitgevoerd.
Artikel 2b
Indien een ramp of een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden, dragen burgemeester en wethouders van de gemeente waar de ramp of het zware ongeval
zich heeft voorgedaan, zorg voor een volledige analyse van de ramp of het zware ongeval en doen zij zo nodig aanbevelingen om een soortgelijke
ramp of een soortgelijk zwaar ongeval in de toekomst te voorkomen en de gevolgen ervan te beperken.
Artikel 2c
1. Een ieder die beschikt over relevante veiligheidstechnische gegevens, verschaft burgemeester en wethouders de informatie die nodig is, opdat
zij hun taken, bedoeld in de artikelen 2a, eerste en tweede lid, en 2b naar behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze informatie
reeds op grond van andere voorschriften is verschaft of kan worden verkregen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste lid, alsmede over
de wijze waarop de informatie wordt verschaft en welke natuurlijke personen of rechtspersonen de informatie verplicht zijn te verschaffen.
3. Dit artikel is niet van toepassing op gegevens waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden.
§ 2. Rampenplannen
Artikel 3
1. De gemeenteraad stelt voor het gehele gebied van de gemeente een rampenplan vast.
2. In het rampenplan kan worden bepaald, dat burgemeester en wethouders volgens in het plan te geven regels het plan moeten uitwerken of binnen
daarbij te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen.
Artikel 4
1. Het rampenplan dient in ieder geval te bevatten:
a. begripsomschrijvingen;
b. een overzicht van de soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente kunnen bedreigen;
c. een overzicht van diensten, instanties, organisaties en
individuele personen, die bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen kunnen worden betrokken;
d. een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties bij de bestrijding van
rampen en zware ongevallen;
e. een intern en extern verbindings- en alarmeringsschema;
f. regels over de wijze waarop burgemeester en wethouders de informatie, bedoeld in artikel 2a, eerste en tweede lid, verschaffen, en over de
wijze waarop de burgemeester de informatie, bedoeld in artikel 11a, eerste en tweede lid, verschaft, alsmede een plan in hoofdlijnen met betrekking
tot de waarschuwing van de bevolking;
g. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot maatregelen te nemen bij een verplaatsing van de bevolking;
h. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de geneeskundige organisatie op het terrein waar een ramp of een zwaar ongeval heeft plaatsgevonden;
i. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de opvang en verzorging van slachtoffers;
j. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de voedselvoorziening van de bevolking;
k. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot maatregelen ten behoeve van de bevoorrading van met de bestrijding van rampen en zware ongevallen
belaste diensten en organisaties;
l. een plan in hoofdlijnen met betrekking tot het beperken van de schadelijke gevolgen;
m. regels over de vastlegging van de gegevens met betrekking tot veroorzaakte schade;
n. regels over de organisatie en inrichting van een centraal registratie- en inlichtingenbureau;
o. regels over de verslaglegging;
p. een verzendlijst;
2. In het rampenplan dient de afstemming op plannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en van aangrenzende gebieden in andere
staten, te zijn gewaarborgd.
Artikel 5
1. Het rampenplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling door burgemeester en wethouders aan gedeputeerde staten en, ter kennisneming,
aan Onze commissaris in de provincie gezonden.
2. Wijzigingen in het rampenplan alsmede uitwerkingen daarvan, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden uiterlijk een maand na de vaststelling
aan gedeputeerde staten, en ter kennisneming, aan Onze commissaris in de provincie gezonden.
Artikel 6
1. Gedeputeerde staten kunnen het gemeentebestuur uitnodigen het rampenplan, de uitwerkingen en wijzigingen, als bedoeld in artikel 3, tweede
lid, daaronder begrepen, binnen een door hen te bepalen termijn te wijzigen, indien zij van oordeel zijn dat het plan niet voldoet aan de eisen,
bij de wet gesteld.
2. Gedeputeerde staten plegen alvorens gebruik te maken van hun bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, overleg met het betrokken gemeentebestuur.
3. Indien het gemeentebestuur geen gevolg geeft aan een uitnodiging op grond van het eerste lid, gaan gedeputeerde staten op kosten van de gemeente
tot wijziging van het rampenplan over.
§ 3. Rampbestrijdingsplannen
Artikel 7
1. De burgemeester stelt voor elke ramp of elk zwaar ongeval, waarvan de plaats, de aard en de gevolgen voorzienbaar zijn, een rampbestrijdingsplan
vast, waarin het geheel van bij die ramp of dat zware ongeval te nemen maatregelen is opgenomen. Het plan is niet openbaar.
2. In het rampbestrijdingsplan dient de afstemming op plannen vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en voor aangrenzende gebieden
in andere staten te zijn gewaarborgd.
3. Elk rampbestrijdingsplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling aan Onze commissaris in de provincie gezonden.
Artikel 8
1. Onze commissaris in de provincie kan de burgemeester, na overleg met hem, de verplichting opleggen tot het wijzigen van een vastgesteld rampbestrijdingsplan.
Hij kan daarbij een termijn stellen, waarbinnen de wijziging moet zijn vastgesteld.
2. Binnen zes maanden na de datum waarop het rampbestrijdingsplan hem is toegezonden, deelt Onze commissaris in de provincie de burgemeester
mede of hij van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, gebruik zal maken.
Artikel 9
1. Onze commissaris in de provincie kan de burgemeesters van aan elkaar grenzende gemeenten die kunnen worden getroffen door een en dezelfde
ramp of een en hetzelfde zware ongeval, waarvan de plaats, de aard en de gevolgen voorzienbaar zijn, na overleg met hen, de verplichting opleggen
om na onderling overleg, ieder voor zijn gemeente, een rampbestrijdingsplan vast te stellen. Hij kan daarbij een termijn stellen, waarbinnen
het plan moet zijn vastgesteld.
2. Indien de gemeenten, bedoeld in het eerste lid, in meer dan één provincie zijn gelegen, kan Onze Minister, na overleg met Onze
betrokken commissarissen in de provinciën, de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, uitoefenen.
§ 4. Provinciale coördinatieplannen
Artikel 10
1. Onze commissaris in de provincie stelt binnen twee jaar na het inwerkingtreden van deze wet een provinciaal coördinatieplan vast. In
het plan worden in ieder geval opgenomen een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties
bij de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval op provinciaal niveau, alsmede gegevens over het verzoeken en verlenen van bijstand.
2. Het provinciaal coördinatieplan wordt uiterlijk een maand na de vaststelling ter kennisneming aan Onze Minister en aan de burgemeesters
in de provincie gezonden.
HOOFDSTUK III Taken en bevoegdheden bij de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval
Artikel 11
1. De burgemeester heeft het opperbevel ingeval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Degenen die
aan de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval deelnemen, staan onder zijn bevel. Hij doet zich bijstaan door een door hem samengestelde
gemeentelijke rampenstaf.
2. Degene die de leiding over de brandweer heeft, is tevens belast met de operationele leiding van de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval,
tenzij de burgemeester een andere voorziening treft.
Artikel 11a
1. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bevolking, Onze commissaris in de provincie, en Onze Minister op passende wijze informatie wordt
verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp die of een zwaar ongeval dat de bevolking en het milieu bedreigt of treft,
alsmede over de bij deze ramp of dit zware ongeval te volgen gedragslijn.
2. De burgemeester draagt er zorg voor dat de bij de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval betrokken personen op passende wijze informatie
wordt verschaft over een ramp die of een zwaar ongeval dat de bevolking en het milieu bedreigt of treft, de risico's die hun inzet bij deze ramp
of dit zware ongeval heeft voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen.
3. Onze Minister draagt er zorg voor dat alle staten waarvan de bevolking en het milieu door rampen en zware ongevallen op Nederlands grondgebied
worden bedreigd of getroffen, de informatie over de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, wordt verschaft, voor zover deze niet reeds op grond
van andere voorschriften is verschaft.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven over de inhoud van de informatie, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid,
en over de wijze waarop de in die leden bedoelde taken worden uitgevoerd.
Artikel 11b
1. In geval van een ramp of een zwaar ongeval stelt een ieder die daarvan kennis draagt, de burgemeester van de gemeente, waar de ramp of het
zware ongeval plaatsvindt, zo spoedig mogelijk daarvan op de hoogte.
2. In geval van een ramp of een zwaar ongeval verschaft een ieder die over relevante veiligheidstechnische informatie beschikt, de burgemeester
van de gemeente waar de ramp of het zware ongeval plaatsvindt, de informatie die nodig is opdat hij zijn taken, bedoeld in artikel 11a, eerste
en tweede lid, naar behoren kan uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze informatie reeds op grond van andere voorschriften is verschaft of
kan worden verkregen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven over de inhoud van de informatie, bedoeld in het tweede lid, de wijze
waarop deze informatie wordt verschaft en de personen die deze verschaffen.
4. Het tweede lid is niet van toepassing op gegevens waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden.
Artikel 12
Onze commissaris in de provincie kan in geval van een ramp of een zwaar ongeval van meer dan plaatselijke betekenis in een of meer gemeenten
of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan de burgemeesters in de provincie, zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen
geven over het door hen inzake de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval te voeren beleid. Hij kan alsdan in de operationele leiding van
de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval voorzien. Hij doet zich bijstaan door een door hem samengestelde provinciale rampenstaf.
Artikel 13
Onze Minister kan in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, indien het algemeen belang zulks
dringend eist, Onze commissaris in de provincie, zoveel mogelijk na overleg met hem, de nodige aanwijzingen geven over het door hem inzake de
bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval te voeren beleid.
Artikel 14
De burgemeesters, Onze commissarissen in de provinciën en Onze Minister verstrekken elkaar de nodige inlichtingen ten behoeve van de toepassing
van de artikelen 11-13.
Artikel 14a
Indien bij of krachtens de wet aan een van Onze Ministers de bevoegdheid is gegeven bij een ramp of een zwaar ongeval regels te stellen of maatregelen
te treffen, maakt hij van deze bevoegdheid geen gebruik dan na overleg met Onze Minister, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet.
Onze commissaris in de provincie kan in geval van een ramp of een zwaar ongeval van meer dan plaatselijke betekenis in een of meer gemeenten
of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan de burgemeesters in de provincie, zoveel mogelijk na overleg met hen, de nodige aanwijzingen
geven over het door hen inzake de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval te voeren beleid. Hij kan alsdan in de operationele leiding van
de bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval voorzien. Hij doet zich bijstaan door een door hem samengestelde provinciale rampenstaf.
HOOFDSTUK IV Bijstand
Artikel 15
1. Behoeft een burgemeester in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bijstand van provinciale
diensten, dan richt hij een verzoek daartoe aan Onze commissaris in de provincie.
2. Onze commissaris in de provincie voldoet aan het verzoek, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten.
Artikel 16
1. Indien Onze commissaris in de provincie niet kan voldoen aan een verzoek, als bedoeld in artikel 15, richt hij zich tot Onze Minister met
het verzoek om bijstand van provinciale diensten uit andere provincies.
2. Onze Minister beslist op het verzoek na overleg met Onze betrokken commissarissen in de provincies. Onze betrokken commissarissen in de provincies
treffen de nodige voorzieningen.
Artikel 17
1. Behoeft een burgemeester in geval van een ramp of een zwaar ongeval of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan bijstand van rijksdiensten,
dan richt hij een verzoek daartoe aan Onze commissaris in de provincie, die zich ter zake wendt tot Onze Minister.
2. Onze Minister richt zich ter zake tot Onze betrokken Minister, die de nodige voorzieningen treft, tenzij dringende redenen zich daartegen
verzetten.
Artikel 18
In bijzondere gevallen kan Onze commissaris in de provincie een verzoek tot bijstand van militairen richten aan Onze Minister. Deze wendt zich
ter zake tot Onze Minister van Defensie, die de nodige voorzieningen treft, tenzij dringende redenen zich daartegen verzetten.
HOOFDSTUK V Bijzondere bepalingen met betrekking tot de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone omstandigheden alsmede
de voorbereiding daarop.
§ 1. Voorbereiding
Artikel 19
1. Onze commissaris in de provincie kan burgemeester en wethouders aanwijzingen geven over gezamenlijke oefeningen van gemeenten, die tezamen
een gemeenschappelijke regeling inzake de brandweer zijn aangegaan, met het oog op de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone
omstandigheden.
2. Onze commissaris in de provincie kan burgemeester en wethouders opdragen oefeningen, als bedoeld in het eerste lid, te houden, indien deze
naar zijn oordeel in onvoldoende mate worden gehouden.
3. Onze Minister kan Onze commissaris in de provincie opdragen aanwijzingen en opdrachten, als bedoeld in het eerste en tweede lid, te geven
voorzover het oefening betreft van gemeenten die in meer dan een provincie zijn gelegen.
Artikel 20
Onze Minister stelt de eisen vast, waaraan rampenplannen en provinciale coördinatieplannen, als bedoeld in hoofdstuk II van deze wet, moeten
voldoen met het oog op de bestrijding van rampen en zware ongevallen in buitengewone omstandigheden.
§ 2. Bevoegdheden
Artikel 21
1. Onverminderd de artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden kunnen, ingeval buitengewone
omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de artikelen 22 tot en met 24 in werking
worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het
voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
3. Wordt het voorstel van wet door de Staten-Generaal verworpen, dan worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President,
de bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld, onverwijld buiten werking gesteld.
4. Bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, worden bepalingen die ingevolge het eerste lid in werking zijn gesteld,
buiten werking gesteld, zodra de omstandigheden dit naar Ons oordeel toelaten.
5. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt op de daarin te bepalen wijze bekendgemaakt. Het treedt in werking terstond
na de bekendmaking.
6. Het besluit, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, wordt in ieder geval geplaatst in het Staatsblad.
Artikel 22
1. Onze commissaris in de provincie kan de burgemeesters in de provincie de nodige aanwijzingen geven inzake de bestrijding van een ramp of een
zwaar ongeval.
2. Onze Minister kan Onze commissaris in de provincie opdragen aan de burgemeesters in de provincie de nodige aanwijzingen te geven inzake de
bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval.
Artikel 23
Onze Minister kan, indien het algemeen belang zulks dringend eist, voorzien in de uitoefening van bevoegdheden van Onze commissaris in de provincie
en van de burgemeester op grond van deze wet, door die uitoefening geheel of ten dele aan zich te trekken dan wel daarmee geheel of ten dele
een andere autoriteit te belasten.
Artikel 24
Onze commissaris in de provincie, de burgemeester en de door hen of door Onze Minister aangewezen personen hebben toegang tot elke plaats, voor
zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich de toegang met behulp van de sterke arm.
HOOFDSTUK VI Overige bepalingen
Artikel 25
1. In de kosten die voor de gemeenten voortvloeien uit de daadwerkelijke bestrijding van een ramp of een zwaar ongeval en de gevolgen daarvan,
kan uit 's Rijks kas een bijdrage worden verleend.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 26
Handelen in strijd met de artikelen 2c, eerste lid, en 11b, tweede lid, is een strafbaar feit voor zover dat handelen in de algemene maatregel
van bestuur, bedoeld in artikel 2c, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 11b, derde lid, is aangeduid als strafbaar feit.
Artikel 27
1. De Wet rampenplannen (Stb. 1981, 384) wordt ingetrokken.
2. Plannen, vastgesteld op grond van de Wet rampenplannen, worden geacht plannen te zijn, vastgesteld krachtens deze wet, met dien verstande
dat zij met inachtneming van het bepaalde in deze wet opnieuw dienen te zijn vastgesteld vier jaren na het tijdstip van inwerkingtreding van
deze wet.
Artikel 28
1. Deze wet wordt aangehaald als: Wet rampen en zware ongevallen.
2. Zij treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden
gesteld.*
* De Rampenwet is volledig in werking getreden.
Artikel IV van de wet van 16 september 1993 waarbij de Rampenwet is gewijzigd op het punt van informatieverschaffing en afstemming van rampen-en
rampbestrijdingsplannen op plannen in het buitenland, luidt:
1. Uiterlijk twee jaren na de inwerkingtreding van deze wet wordt de informatie bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Rampenwet, voor de
eerste maal verschaft en worden het rampenplan en het rampbestrijdingsplan,
bedoeld in artikel 3, onderscheidenlijk artikel 7 van de Rampenwet, aangepast aan die wet, zoals deze na de inwerkingtreding van deze wet luidt.
2. Uiterlijk drie jaren na de inwerkingtreding van deze wet wordt de informatie bedoeld in artikel 2a, derde lid, van de Rampenwet, voor de eerste
maal verschaft.
Artikel XIX van de wet van 13 maart 1997 tot wijziging van de Rampenwet en andere wetten in verband met de uitbreiding van de reikwijdte van
de Rampenwet tot zware ongevallen en de regeling van enig andere onderwerpen luidt:
Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet wordt het rampenplan, bedoeld in artikel 3 van de Wet rampen en zware ongevallen aangepast
aan artikel I, onder g, onderdeel 2, van deze wet.

Gemeentewet artikelen 175, 176, 176a en 177:
Artikel 175
1. In geval van oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden of van rampen of zware ongevallen, dan wel van ernstige vrees voor het
ontstaan daarvan, is de burgemeester bevoegd alle bevelen te geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar
nodig acht. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften worden afgeweken.
2. De burgemeester laat tot maatregelen van geweld niet overgaan dan na het doen van de nodige waarschuwing.
Artikel 176
1. Wanneer een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich voordoet, kan de burgemeester algemeen verbindende voorschriften geven
die ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig zijn. Daarbij kan van andere dan bij de Grondwet gestelde voorschriften
worden afgeweken. Hij maakt deze voorschriften bekend op een door hem te bepalen wijze.
2. De burgemeester brengt de voorschriften zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad, van de commissaris van de Koning en van de officier van
justitie, hoofd van het arrondissementsparket.
3. De voorschriften vervallen, indien zij niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de
helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, worden bekrachtigd.
4. Indien de raad de voorschriften niet bekrachtigt, kan de burgemeester binnen vierentwintig uren administratief beroep instellen bij de commissaris
van de Koning. Deze beslist binnen twee dagen. Gedurende de beroepstermijn en de behandeling van het administratief beroep blijven de voorschriften
van kracht.
5. Hoofdstuk 6 en afdeling 7.3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op het administratief beroep, bedoeld in het vierde
lid.
6. De commissaris kan de werking van de voorschriften opschorten zolang zij niet bekrachtigd zijn. Het opschorten stuit onmiddellijk de werking
van de voorschriften.
7. Zodra een omstandigheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, zich niet langer voordoet, trekt de burgemeester de voorschriften in. Het
tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 176a
1. De burgemeester is bevoegd door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangegeven plaats tijdelijk te doen ophouden. De ophouding
kan mede omvatten, indien nodig, het overbrengen naar die plaats.
2. De burgemeester oefent de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, slechts uit:
a. jegens personen die door hem daartoe aangewezen specifieke onderdelen van een bevel als bedoeld in artikel 175 of van een algemeen verbindend
voorschrift als bedoeld in artikel 176, groepsgewijs niet naleven, en
b. indien het ophouden noodzakelijk is ter voorkoming van voortzetting of herhaling van de niet-naleving en de naleving redelijkerwijs niet op
andere geschikte wijze kan worden verzekerd.
3. Artikel 154a, derde tot en met veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 177
1. De burgemeester kan een in de gemeente dienstdoende ambtenaar van politie machtigen in zijn naam besluiten te nemen of andere handelingen
te verrichten.
2. Geen machtiging wordt verleend tot het nemen van besluiten ingevolge de artikelen 151b, 154a, 172, 173, 174, tweede lid, 174a, 175, 176 en
176a en tot uitvoering van beslissingen van de raad.

|