| 112-centrale |
Centrale waar de 112-gesprekken binnenkomen (niet per definitie op dezelfde lokatie als de meldkamers van de hulpdiensten).
Bij de KLPD-meldkamer in Driebergen komen alle 112-gesprekken van mobiele telefoons binnen. |
| AB |
AdemBescherming (brandweer):
Voertuig of haakarmbak vanwaaruit adembeschermingsapparatuur op lokatie kan worden gevuld, vervangen en schoongemaakt. |
| ABC |
Atomair, Bacteriologisch, Chemisch: Oude aanduiding voor gevaarlijke stoffen. Zie ook NBC. |
| AC |
AlarmCentrale, de meldkamer van de brandweer |
| Actiecentrum |
Commandopost van een hulpdienst of organisatie van waaruit de eigen inzet wordt geregeld |
| AGS |
Adviseur Gevaarlijke Stoffen |
| AMBU-team |
Ambulance met verpleegkundige en chauffeur |
| AS |
Autospuit (brandweer):
Blusvoertuig, meestal ook uitgerust met hydraulisch redgereedschap en bemanning van 5 tot 7 brandweerlieden en bevelvoerder. De pomp is achterin
geplaatst en wordt meestal aangedreven door de automotor. De pomp kan dan alleen tijdens stilstand gebruikt worden.
Een autospuit heeft eigenlijk zelf geen watertank, maar alleen een pomp. Een AS met een watertank met 1500 tot 2000 liter water heet officieël
een TankAutoSpuit (TAS), maar die benamingen worden door elkaar heen gebruikt.
Een standaard autospuit heeft een gecombineerde lagedruk- (15 bar, 2500/3000 liter p/m) en hogedruk- (40 bar, 250/300 liter p/m) pomp.
Bosbrand-blusvoertuigen en vliegtuig-crashtenders beschikken over een aparte pompmotor, zodat rijdend kan worden gespoten. Crashtenders hebben
ook een schuimtank aan boord.
Er bestaan speciale "groot vermogen" autospuiten en schuimblusvoertuigen, die alleen een zware lagedrukpomp hebben, vooral in gebruik
bij industrieële bedrijfsbrandweren. |
| AL |
Autoladder (brandweer):
Een autoladder heeft een hydraulisch uitschuifbare en draaibare ladder met een lengte van 25 tot 30 meter. Aan het eind van de ladder zit
meestal een uitklapbaar werkplateau, waarop eventueel een brancard of een waterkanon bevestigd kan worden. |
| Berger / Bergingsvoertuig |
Bedrijf en voertuig dat (vracht-)auto's wegsleept na pech of ongeval |
| Bergingsteam |
Hulpverleners die in teamverband slachtoffers uit het rampgebied of wrak halen,
bijvoorbeeld met duikers of honden |
| Binnenring |
Het rampterrein en het effectgebied: Het gebied waarbinnen de rampenbestrijdingseenheden opereren onder bevel van het Commando
Rampterrein. |
| BLEVE |
Boiling Liqour Expanding Vapour Explosion: Wanneer vloeistof in een tank gaat koken door verhitting, bijvoorbeeld
door brand. Boven het vloeistof oppervlak vormt zich een heet gasmengsel, waardoor de druk in de tank oploopt. Door de verhitting en de druk
wordt de tankwand zwak en gaat scheuren. De kokende, vloeibare inhoud van de tank wordt door de druk uit de tank geperst, vliegt daarbij
in brand en verspreidt zich al brandend over een groot oppervlak. |
| Brongebied |
Mbt Ongvallen met Gevaarlijke Stoffen: Het gebied waar alles zich bevindt wat te maken heeft met de directe ongevalsbestrijding.
In het bijzonder ligt daar het betrokken object of voertuig en het 'werkveld' van de brandweer en de andere (hulpverlenings)diensten. Bij
rampen is het brongebied dus het rampterrein. |
| BM |
BurgeMeester |
| Buitenring |
Het rampgebied buiten de binnenring: Het gebied waarbinnen speciale maatregelen van toepassing zijn, onder bevel van het Commando
Omgeving Rampterrein. |
| CdK |
Commissaris der Koningin |
ComRT
Commando Omgeving RampTerrein |
De commandopost voor ordehandhaving, verkeersmaatregelen en eventuele evacuaties in het gebied rondom het rampterrein (de "buitenring")
en verdere omgeving. |
CoRT
Commando RampTerrein |
De commandopost voor de rampbestrijding op het rampterrein en in het effectgebied (in de "binnenring") |
| CPA |
CentraalPost Ambulancevervoer, de meldkamer van de gezondheidsdienst.
Tegenwoordig MeldKamer Ambulancezorg MKA genoemd. |
COPI
COmmando
Plaats Incident |
Mix van CTPI en CoRT.
Bij de Gecoordineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) is alleen sprake van COPI's. |
CTPI
CoordinatieTeam
Plaats Incident |
Commandopost voor de bestrijding van grootschalige incidenten. Als de situatie een ramp is of wordt, wordt het CTPI een CoRT.
Als Gecoordineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) wordt zijn beiden gemixed in een COPI. |
| CvD |
Commandant van Dienst |
| DB |
- Dead Body, dodelijk slachtoffer
- DienstBus |
| DVI |
Disaster Victim Identification: Engelse naam voor Rampen Identificatie Team |
| EDO |
Ergst Denkbare Overstromingen:
Door RijksWaterStaat bBerekende scenario's voor extreme overstromingen |
| Effectgebied |
Gebied rondom de ramp dat direct getroffen is (of kan worden) door gevaarlijke stoffen, schokgolven, brokstukken, water
of hitte ten gevolge van de ramp |
| Fire Bucket |
Fire buckets zijn grote kunststof waterzakken die onder aan een helikopter kunnen worden gehangen ten behoeve van de helicopterblussing
van natuurbranden.
Er zijn 2x 5 fire buckets beschikbaar in Nederland, 5 van 9840 liter voor de Chinook, 5 van 2500 liter voor de Cougar.
De blusheli operaties worden aangestuurd door de Koninklijke Luchtmacht in Den Haag en de veiligheidsregio Noord & Oost Gelderland
in Apeldoorn.
|
| Gewondennest |
Plaats in de nabijheid van de ramplokatie (binnen het rampterrein) waar de gewonden worden opgevangen en getrieerd |
| Gewondenverzamelplaats |
Ook: VG - Verzamelplaats Gewonden. Plaats buiten het rampterrein waar gewonden worden verzorgd en klaargemaakt voor transport
naar een ziekenhuis |
| GHOR |
Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen |
| GRIP |
Gecoordineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure
Standaard aanpak bij grootschalige incidenten en bij rampen |
| GRS |
Gemeentelijke RampenStaf |
| HB |
HoofdBureau, in Amsterdam ook bekend als "kamer 14" |
| HIP |
Hoofd-Inspecteur (politie) |
| HOVD |
Hoofd Officier van Dienst (zie OvD) |
| HV |
HulpverleningsVoertuig (brandweer) o.a. voorzien van hydraulisch redgereedschap. Ook als haakarmbak voor grootschalige hulpverleningen. |
| HW |
HoogWerker (brandweer) voorzien van een hydraulisch uitschuifbaar en draaibaar werkplateau waarop eventueel een brancard of
een waterkanon bevestigd kan worden.
Sommige hoogwerkers kunnen ook naar beneden bewegen, zodat reddingen op lagergelegen terreinen of vanaf een brug op het water mogelijk wordt. |
| Inzetvak |
Deel van het rampterrein dat is toegewezen aan 1 rampenbestrijdingseenheid met eigen commando-lijn |
| KLPD |
Korps Landelijke PolitieDiensten |
| KMar |
Koninklijke Marechaussee |
| LMAZ |
Landelijke Meldkamer AmbulanceZorg |
| LOCC |
Landelijk Operationeel CoördinatieCentrum |
| Lifeliner |
Roepnaam voor de Trauma-heli (zie ook MUH) |
| Loodspost |
Verzamelplaats voor hulpverlenings-eenheden die ter plaatse onbekend zijn, van waaruit aanrijroutes naar het rampterrein worden
vrijgehouden |
| LOTT |
Landelijke Organisatie TraumaTeams, voorloper van het MMT |
| LTFO |
Landelijke Team Forensische Opsporing, waarin het Rampen IdentificatieTeam is opgenomen.
Het LTFO bestaat uit specialisten van de verschillende politiekorpsen, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Koninklijke Marechaussee |
| MAC |
Major Airport Crashtender |
| MCU |
Mobiele CommunicatieUnit (politie) |
| ME |
Mobiele Eenheid |
| MKA |
Meldkamer Ambulancezorg ,
vroeger CentraalPost Ambulancevervoer genoemd |
| MLRT |
Medisch Leider RampTerrein (GGD) |
| MMT |
Mobiel Medisch Team bestaande uit arts, verpleegkundige en chauffeur/piloot |
Morgue
Mortuarium |
Ruimte voor opvang en identificatie van overleden slachtoffers |
| Motorkap overleg |
Eerste overleg tussen de bevelvoerenden van de eerst aangekomen hulpverleningseenheden. |
| MUH |
Medische Urgentie Helicopter (de traumaheli) |
| Nader Bericht |
De bevelvoerder van de eerst aankomende autospuit geeft in een Nader Bericht de status van de brand cq ongeval door aan de
AlarmCentrale. De status geeft aard (Brand, Hulpverlening) en omvang (Klein, Middel, Groot, Zeer Groot) van het incident weer. |
| NBC |
Nucleair, Bacteriologisch, Chemisch: Aanduiding voor ongevallen met gevaarlijke stoffen. Ook ABC genoemd. |
| NCC |
Nationaal Coördinatiecentrum (v/h LCC) |
| NIBRA |
tegenwoordig: Nationaal Instituut voor Fysieke Veiligeheid |
| (H)OJ |
(Hoofd of Hulp) Officier van Justitie |
| PD |
Plaats Delict, de plek waar de ramp vermoedelijk is ontstaan, i.c. de plaats van het misdrijf |
| PCC |
Provinciaal CommandoCentrum |
PMK |
PolitieMeldKamer, roepnaam HB (HoofdBureau), in Amsterdam ook bekend als "kamer 14" |
| Pitwagen |
politie-auto met zwaailicht ("blauwe pit") |
| PTSS (PTSD) |
Post Traumatische Stress Stoornis (Post Traumatic Stress Disorder) |
| OGS |
Ongevallen met Gevaarlijke Stoffen |
| OvD-B/P/G |
Officier van Dienst, dagelijks operationeel leidinggevende bij grotere incidenten, meestal 1 per gemeente of groep van gemeentes
in een veiligheidsregio.
Bij opschaling komen de Regionaal- en/of Hoofd Officier van Dienst van de veiligidheidsregio in actie.
B voor brandweer, P voor Politie, G voor Geneeskundig. |
| Rampgebied |
Het totale gebied dat door een ramp getroffen is, bestaande uit het rampterrein, het effectgebied en het gebied waarbinnen
speciale maatregelen van toepassing zijn, bestaande uit de "binnenring"
en de "buitenring". |
| Rampterrein |
De plaats van de ramp en het effectgebied: De "binnenring"
waarin de rampenbestrijdingeenheden opereren onder bevel van het Commando RampTerrein. |
| Rampverklaring |
Verklaring waarmee de Burgemeester een grootschalig incident tot ramp maakt. |
| RCC |
Regionaal CommandoCentrum |
| RGF |
Regionaal Geneeskundig Functionaris (GHOR) |
| RKK |
Rode Kruis Korps, levert bemensing voor een SIGMA |
| ROGS |
Regionaal Officier Gevaarlijke Stoffen (brandweer) |
| ROVD |
Regionaal Officier van Dienst (zie OvD) |
| RIT |
Rampen IdentificatieTeam, onderdeel van het LTFO Landelijk Team Forensische Opsporing |
| RIV |
Rapid Intervention Vehicle (zie SAV) |
| SAR |
Search and Rescue, Marine reddingshelicopter |
| SAV |
Snel Aanvals Voertuig (= RIV, SIE): Klein, snel blus/hulpverleningsvoertuig met aanvalsmateriaal voor de eerste inzet |
| SIE |
Snelle Interventie Eenheid (zie SAV).
In Amsterdam-Amstelland is de SIE een voertuig voor de inzet bij Ongevallen met Gevaarlijke Stoffen. |
| SIGMA |
Snel Inzetbare Groep voor Medische Assistentie |
| Sitrap |
SITuatie RAPport vanuit het rampterrein naar de commandoposten en de Gemeentelijke RampenStaf |
| SPR |
SteunPunt Regio: 6 grote brandweerregio's die over extra materieel beschikken om andere regio's te kunnen ondersteunen bij
grootschalige ongevallen met gevaarlijke stoffen.
De regio's zijn Amsterdam-Amstelland, Groningen, Haaglanden, Noord-Oost Gelderland, Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Oost Brabant. |
| TAS |
TankAutoSpuit: Blusvoertuig met watertank, tevens uitgerust met hydraulisch redgereedschap en bemanning van 5 tot 7 brandweerlieden
en bevelvoerder. Zie ook AutoSpuit (AS) |
| TIS |
Trein Incident Scenario. In de TIS-matrix staan vijf typen treinincidenten en vier gevolgcategorieën. Op deze manier zijn er
twintig mogelijke scenario's, waarop de hulpdiensten maatscenario's kunnen maken. |
| Trauma Centrum |
Ziekenhuis gespecialiseerd in de opvang van (ernstige) ongevalslachtoffers. Een MMT heeft meestal zijn basis op een Trauma
Centrum. |
| Trauma Heli |
Helicopter bestemd voor het vervoer van een MMT. In principe worden er geen gewonden vervoerd in een Trauma Heli (= MUH). Alleen
in zeer spoedeisende gevallen met een Trauma Centrum op grote afstand wordt de patiënt per heli vervoerd. |
| TraumaTeam |
Mobiel Medisch Team bestaande uit arts, verpleegkundige en chauffeur/piloot |
| Triage |
Het classificeren van slachtoffers in categorieën van T1 tot T4.
T1 betekent acuut levensgevaar, T2 dreigend levensgevaar, T3 niet levensbedreigend en T4 houdt in dat het slachtoffer zo ernstig gewond is
dat zijn overlevingskans minimaal is. |
| UGS |
UitGangsStelling: Lokatie waar rampenbestrijdingseenheden verzamelen voor en na de inzet in het rampterrein |
| USAR |
Urban Search And Resque team: Nederlandse bijstandseenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven
slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland USAR |
| VCE |
Vapour Cloud Explosion: Een dichte wolk hoogexplosief gas komt in de buitenlucht in contact met een hittebron
en explodeert. |
| VC-wagen |
Verbindings-Commando wagen (brandweer en GGD) |
VG
Verzamelplaats Gewonden |
= Gewondenverzamelplaats: Plaats buiten het rampterrein waar gewonden worden verzorgd en klaargemaakt voor transport
naar een ziekenhuis |
VOS
|
Vliegtuig Ongeval Schiphol:
VOS 1 - 'pan pan call', een waarschuwing van de piloot dat iets niet in orde is (dit kan van alles zijn).
VOS 2 - 'mayday call', een waarschuwing dat er een serieus probleem is, minder dan 50 personen aan boord.
VOS 3 - 'mayday call', een waarschuwing dat er een serieus probleem is, 50-250 personen aan boord.
VOS 4 - 'mayday call', een waarschuwing dat er een serieus probleem is, 250 of meer personen aan boord.
VOS 5 - 'crash', minder dan 50 personen aan boord.
VOS 6 - 'crash', 50-250 personen aan boord.
VOS 7 - 'crash', 250 of meer personen aan boord. |
VOR
|
Vliegtuig Ongeval Rotterdam:
VOR 1 - Voorzorgslandingen of klein incident.
VOR 2 - Noodlanding van een vliegtuig met 1-6 personen aan boord.
VOR 3 - Noodlanding van een vliegtuig met 7-54 personen aan boord.
VOR 4 - Noodlanding van een vliegtuig met meer dan 54 personen aan boord.
VOR 5 - Crash van een vliegtuig met 1-6 personen aan boord. Of een ongeluk met een vliegtuig onderweg van of naar of op een afhandelingspositie
met 1-6 personen aan boord.
VOR 6 - Crash van een vliegtuig met 7-54 personen aan boord. Of een ongeluk met een vliegtuig onderweg van of naar of op een afhandelingspositie
met 7-54 personen aan boord.
VOR 7 - Crash van een vliegtuig met meer dan 54 personen aan boord. Of een ongeluk met een vliegtuig onderweg van of naar of op een afhandelingspositie
met >54 personen aan boord.
|
| WTS |
WaterTransport Systeem.
Er zijn systemen voor 3 transportlengtes:
WTS200 bestaat uit een combinatie van 2 autospuiten waarvan er één als "haler" dienst doet. De maximale afstand is
200 meter.
WTS1000 is een haakarmbak met een los afzetbare grootvermogen dompelpomp en 1000 meter rijdend-uitrolbare 6-duims slangen.
Bij WTS2500 komt een extra slangen-haakarmbak die 3000 meter transportslang bevat, waarvan 2500 meter rijdend uitrolbaar is.
bron:
Brandweer Twente |
| WVD |
Waarschuwings en Verkennings Dienst (Brandweer) voor meten van gevaarlijke stoffen |
ZAUStat
ZiekenAutoStation |
Opstelplaats voor in te zetten ambulances |
In de overzichten op deze site staan alle bevingen zwaarder dan 3.
1 (I): Niet gevoeld. Slechts door seismometers geregistreerd
2 (II):Nauwelijks gevoeld, alleen onder gunstige omstandigheden gevoeld.
3 (III): Zwak, door enkele personen gevoeld. Trilling als van voorbijgaand verkeer.
4 (IV): Vrij sterk, door velen gevoeld. Trilligen als van zwaar verkeer. Rammelen van ramen en deuren
5 (V): Sterk, algemeen gevoeld. Opgehangen voorwerpen slingeren. Slapende mensen worden wakker.
6 (VI):Lichte schade. Schrikreacties. Voorwerpen in huis vallen om. Lichte schade aan minder solide huizen.
7 (VII):Behoorlijke schade. Schade aan veel gebouwen. Schoorstenen breken af. Golven in vijvers. Kerkklokken geven geluid.
8 (VIII): Zware schade. Algehele paniek. Algemene schade aan gebouwen. Zwakke bouwwerken gedeeltelijk vernield.
9 (IX): Verwoestend. Veel gebouwen zwaar beschadigd. Schade aan funderingen. Ondergrondse pijpleidingen breken.
10 (X):Buitengewoon verwoestend en extreme schade. Verwoesting van vele gebouwen. Schade aan dammen en dijken. Grondverplaatsing en scheuren
in de aarde
11 (XI):Catastrofaal. Algemene verwoesting van gebouwen. Rails worden verbogen. Ondergrondse leidingen vernield.
12 (XII):Buitengewoon catastrofaal. Algemene verwoesting. Verandering in het landschap. Scheuren in rotsen. Talloze vernielingen
In dit overzicht staan zeer zware stormen of stormen met windstoten vanaf windkracht 11 (103 km/u)
N.A.P., het Normaal Amsterdams Peil is een vlak ten opzichte waarvan we in Nederland de hoogte van land en water aangeven. Nederland ligt voor
ongeveer eenderde deel beneden de zeespiegel. Voor een laaggelegen land als Nederland ligt het voor de hand om het zeeniveau als referentievlak
voor hoogtemetingen te nemen. We zijn daar zo aan gewend en mee vertrouwd, dat 'NAP' voor ons gelijk is aan 'zeeniveau'. Maar het zeeniveau is
geen constante, dus het vaststellen van het peil begint met het kiezen van een referentiehoogte en het vastleggen daarvan. Dan moet deze hoogte
worden overgebracht naar een groot aantal plaatsen in het hele land, en daar worden vastgelegd door middel van peilmerken. Deze zgn. 'verspreiding'
van het NAP door het land wordt gedaan door middel van waterpassing, een landmeetkundige techniek. Hierbij wordt in een groot aantal stappen
(zgn. slagen) met een lengte van ieder 100 à 200 m het peil vanuit Amsterdam overgebracht naar andere delen van het land (zgn. doorgaande
waterpassing). De peilmerken met hun bekende en vaste hoogte dienen als uitgangspunt voor hoogtebepalingen door gebruikers van het NAP, b.v.
aannemers, wegenbouwers, waterschappen.
(bron:
home.tiscali.nl/~wr2777/NAP-niveau.htm)