afkortingen bronnen verantwoording sitemap mail




Hoe verloopt een ramp ?

In grote lijnen: Acute-, crisismanagement- en project-fase

In detail:

Ontstaan
Waarneming
Alarmering
Eerste inzet
Opschaling
Stabilisering
Beëindigen rampsituatie
Nazorg
Nafase

De gevolgen voor de samenleving
De gevolgen voor de betrokkenen: Impact-, "honeymoon"- en herstel-fase
Post Traumatische Stress Stoornis
De rol van de burger: slachtoffer, ramptoerist, helper of anarchist ?
Economische gevolgen
Communicatie bij rampen
Van incident naar delict

 

 

Het verloop van een ramp in grote lijnen:

In grote lijnen zijn er 3 fasen:

  • De acute fase van de rampenbestrijding, waarbij het aankomt op het organiseren van de rampenbestrijding, het stabiliseren van het initiŽle incident en het organiseren van de eerste opvang van de slachtoffers.
  • De fase van het crisismanagement waarin tal van zaken (voorlopig) geregeld moeten worden (berging en identificatie van slachtoffers, vervolgacties voor de opvang van slachtoffers, teraardebestelling van doden, herdenkingsdienst etc.).
  • De projectfase voor de nazorg, waarin meer structurele voorzieningen, zoals het oplossen van financiŽle problemen en het voorbereiden op de terugkeer naar de normale situatie, getroffen worden.

 

 

In detail:

  • Ontstaan
    Ergens gebeurt iets wat de inleiding gaat zijn tot de latere ramp. Een klein schakeltje breekt en sleept in zijn val steeds sneller, steeds meer en steeds grotere schakels mee. Het breken van de schakels is vaak een proces van jaren. Meestal houdt de ketting het, totdat...
  • Waarneming
    Soms is er geen tijdsvertraging tussen het moment van ontstaan en de waarneming van een incident. Maar de inleidende brandjes in Enschede waren waarschijnlijk al een kwartier aan de gang zonder dat iemand het merkte. In het Amsterdamse hotel Polen smeulde wellicht al uren een brandje. Toen dat brandje groter werd probeerde men eerst zelf een kwartier lang de brand te blussen voordat de brandweer gebeld werd. In het cellencomplex op Schiphol werden de automatische brandmeldingen 3 minuten vertraagd om valse meldingen tegen te gaan, 3 cruciale minuten toen er echt brand was.
    Er kan dus tijd zitten tussen het ontstaan en het waarnemen van een incident, maar ook tussen de waarneming en de alarmering. Deze tijdsfactor is meestal cruciaal en maakt dan het verschil tussen een klein brandje en grote ramp.
    Naast de waarneming is ook de plaatsbepaling een cruciale factor. In Enschede werden verschillende locaties doorgegeven, waardoor de alarmcentrale het idee had dat er meerdere incidenten gaande waren en er verschillende brandweereenheden met andere brandadressen op weg waren naar dezelfde brand.
  • Alarmering
    De politie Centrale MeldKamer (CMK), de brandweer AlarmCentrale (AC) en de Centraalpost Ambulancevervoer (CPA) ontvangen uiteindelijk de meldingen via de 1-1-2 centrale. De meeste meldingen bevatten deels onjuiste informatie over wat er gebeurd is en waar het gebeurd is. De mate waarin de centralisten in staat zijn uit die stroom meldingen een juist beeld van de situatie te krijgen bepaalt in hoge mate het eindresultaat.
    Door het zogeheten uitvragen van de bellers proberen de centralisten een zo correct mogelijk beeld te krijgen van de situatie en de locatie. De huidige geautomatiseerde meldkamersystemen gaan op basis van die meldingen en de locatie van het incident een inzetvoorstel doen. Aan de hand daarvan worden de hulpdiensten op weg gestuurd en geÔnformeerd. Deze hulpdiensten bestaan op dat moment uit de dagelijkse bezetting van surveillanceauto's, autospuiten, autoladders, gewone hulpverleningsvoertuigen en ambulances.
    Terwijl de voertuigen onderweg zijn zal de centralist via de mobilofoon extra informatie over het incident doorgeven zodat de bevelvoerders hierop hun eerste inzet kunnen afstemmen. In Eindhoven was het niet doorgeven van cruciale informatie over inzittenden doorslaggevend voor de late redding van de inzittenden van de Hercules.
  • Eerste inzet
    Bij aankomst zal door de eerste eenheden een verkenning van de situatie gedaan worden. Men zal met een zeer chaotische en onoverzichtelijke situatie worden geconfronteerd en het zal vaak niet in eerste instantie mogelijk zijn een volledig beeld te krijgen. De eerste eenheden zullen in ieder geval om versterking vragen. Ze zullen ook proberen het incident niet te laten verergeren, maar meestal is dit de eerste tijd onmogelijk. In Enschede waren de hulpdiensten al een half uur in actie en verergerde de situatie voortdurend tot de ramp een feit was.
  • Opschaling
    Naar aanleiding van de alarmmeldingen en de berichten van de eerste eenheden ter plaatse vindt opschaling plaatst. Er worden meer eenheden naar het incident gezonden, inclusief commando-eenheden die ter plaatse het bevel zullen gaan voeren. Zo'n commando op de plaats van de ramp heet een COmmando Plaats Incident (COPI).

    Rijdende meldkamers (Verbindings Commando wagens van brandweer en GGD , Mobiele CommunicatieUnits van het KLPD ) zullen op de plaats van het incident mobilofoon-, portofoon- en telefoon verbindingsnetten opzetten (soms per satelliet en camera's) en vergaderlocaties voor het commando.

    De politie zal de Mobiele Eenheden oproepen en gaan inzetten voor afzetting van het rampgebied. Motoragenten zullen de hoofdroutes naar ziekenhuizen verkeersvrij gaan maken.

    De brandweer zal zwaar brandblusmateriaal (zogenaamde dompelpompen), speciale meet-, gaspakken- en decontaminatie-units en zwaar hulpverleningsmateriaal in kunnen gaan zetten.

    De gezondheidsdienst kan een beroep doen op de traumateams (eigenlijk: Mobiele Medische Teams) die per snelle auto of helicopter ter plaatse kunnen komen en bestaan uit een arts, een verpleegkundige en een piloot/chauffeur.
    Via het Rode Kruis kunnen SIGMA (Snel Inzetbare Groep voor Medische Assistentie) eenheden gaan zorgdragen voor het inrichten van gewondennesten en gewondenverzamelplaatsen.
    In het gewondennest, op een relatief veilige locatie binnen het rampterrein, zullen gewonden worden opgevangen en getriageerd. De ernst van hun verwondingen wordt beoordeeld in categorieën van T1 tot T4. T1 betekent acuut levensgevaar, T2 dreigend levensgevaar, T3 niet levensbedreigend en T4 houdt in dat het slachtoffer zo ernstig gewond is dat zijn overlevingskans minimaal is. Een nieuwe triage methode gaat uit van 5 urgentie graden, vanaf U1 voor acuut levensgevaar en aflopend naar U5 waarvoor behandeling na 24 uur gewenst is.
    Vanuit de gewondennesten worden de slachtoffers overgebracht naar gewondenverzamelplaatsen buiten het rampterrein voor eerste hulp en vandaar per ambulance naar een aantal ziekenhuizen vervoerd. De SIGMA's beschikken daartoe over uitgebreide eerstehulp kits, extra brancards en opblaastenten.

    Ziekenhuizen zullen, gealarmeerd door de ambulance-meldkamer, hun personeelsbestand uitbreiden met opgeroepen artsen, anesthesisten en verpleegkundigen om de eerstehulp- en operatiecapaciteit op te kunnen voeren.
    Voor de opvang van zeer grote hoeveelheden zwaargewonden of gewonden die radioactief, bacteriologisch of chemisch zijn besmet kan het Calamiteiten Hospitaal in Utrecht worden geactiveerd. Dit slapende ziekenhuis is speciaal ingericht voor de opvang van ramp-slachtoffers.

    Ook als er nog geen sprake is van een echte ramp kan het nodig zijn bijstand van omliggende gemeenten en regio's in te roepen (zie GRIP).
    Op provinciaal niveau kan een Provincial CoördinatieCentrum actief worden.
    Zo nodig kan ook het Nationaal CrisisCentrum (NCC) en het Landelijk Operationeel CoördinatieCentrum (LOCC) van het Ministerie van Binnenlandse Zaken worden opgestart. Vanuit het LOCC kunnen voorraden met rampenbestrijdingsmateriaal worden aangesproken en naar het rampgebied verzonden.
  • Stabilisering
    De rampsituatie is onder controle en breidt zich niet verder uit. Er is niet meer materieel nodig, wel moeten nu de eerst ingezette eenheden vervangen worden en ook opgevangen worden (psychische begeleiding door bedrijfopvangteams). Niet zelden (zie Enschede) zijn er onder de eerst ingezette eenheden ook eigen personeelsleden slachtoffer geworden.
  • BeŽindigen van de rampsituatie
    In deze fase zijn alle slachtoffers opgevangen, geborgen, de branden zijn uit, het water is weg, kortom de ramp is wat betreft de inzet van zwaailichtsector op het rampterrein afgelopen.
  • Nazorg
    Het rampgebied dient zo te veilig te zijn gemaakt dat het weer normaal betreden kan worden - in ieder geval door mensen die zich met puinruimen en wederopbouw gaan bezighouden. De gemeente moet via haar sociale dienst de getroffenen financieel gaan bijstaan. Er moet vervangende woonruimte worden gezocht en die woonruimte moet worden ingericht. De getroffenen zullen gedurende lange tijd psychisch begeleidt moeten worden, terwijl voor de gewonden ook vaak een langdurige medische nazorg nodig blijft.
    En natuurlijk gaat er nu geëvalueerd worden en worden justitiële en ministeriŽle onderzoeken gestart om de schuldvraag boven water te krijgen.
  • Nafase
    In de nafase gaat het herstel van het rampgebied en haar slachtoffers projectmatig aangepakt worden. Waar de nazorg enkele maanden kan duren, zal de nafase soms jaren duren. Herstel van de infrastructuur en de economie, herbouw van het getroffen gebied, de geestelijke begeleiding van getraumatiseerde slachtoffers en hulpverleners, meerjarige onderzoeken naar medische effecten, het oprichten van monumenten en organiseren van herdenkingsdagen kan een jarenlang proces zijn. Het is een onderschat en kostbaar onderdeel van de rampenbestrijding. Kleine fouten in deze nafase kunnen leiden tot wat wel "een ramp na een ramp" wordt genoemd.

 

 

De gevolgen van een ramp op de samenleving

Mensen gaan in hun leven uit van zekerheden: De zekerheid dat ze veilig zijn tegen gevaren, dat er een dak boven hun hoofd is, dat er water en electra is, dat er voedsel gekocht kan worden, dat daarvoor geld opgenomen kan worden. Hun gezin, familie, vrienden, de buren, de collega's op het werk, de mensen in de winkels, het postkantoor, de kerk en de sportclub maken deel uit van de geborgenheid van het dagelijks bestaan.

Voor de meeste mensen is de gedachte dat er brand kan ontstaan of dat je een ongeluk kunt krijgen, in zekere zin een onderdeel van de realiteit. Ze zien het iedere dag op TV, het overkomt anderen, het zou ook hen kunnen overkomen. Ze kunnen ook maatregelen treffen: Een rookmelder, een brandblusser, een EHBOdoos, een brandverzekering.

Een ramp is echter van een heel andere orde. Een individu kan zich niet zelfstandig tegen een ramp beschermen en het maakt ook geen deel uit van de realiteit van alledag.
We verwachten dat de overheid ons collectief tegen rampen zal beschermen. Ook dat maakt onderdeel uit van die zekerheden waar een samenleving uit bestaat. De rampen in Enschede en Volendam tonen aan dat we wellicht te hoge verwachtingen van die beschermende overheid hebben.

De gevolgen voor de getroffenen

Door een ramp wordt de samenleving voor korte of langere tijd ontregelt. De vertrouwde zekerheden van het alledaags bestaan zijn weggevallen en opeens vervangen door een andere, onrealistische wereld waarin de gebeurtenissen een plaats moeten krijgen.
Dat proces verloopt voor de getroffenen door een ramp in 3 fasen:

  • Impact fase
    Meteen na het ontstaan van een ramp kan paniek- en vluchtgedrag ontstaan. De getroffenen trekken zonder nadenken weg van de directe omgeving, maar kunnen aansluitend ook weer neiging hebben terug te keren naar de plek des onheils om slachtoffers te helpen, vermisten te zoeken of bezittingen in veiligheid te brengen. Men heeft dan nog geen rationeel beeld van de gebeurtenissen, de handelingen zijn heel primair.
    Na enige uren dringt het besef door over wat er echt gebeurd is. Van het ene monent op het andere is de vertrouwde leefomgeving een oord vol verschikkingen geworden of is zelfs geheel weggevaagd. Je gezin, je buren, de mensen in je vertrouwde winkels of van je sportclub zijn opeens dood, vermist of ernstig gewond. Water en electra is er niet meer, geen dak meer boven je hoofd. Je kunt geen eten meer kopen in de supermarkt om de hoek.
    De werkelijkheid blijkt te absurd om te kunnen bevatten. Dat kan leiden tot ontkenning, verdringing van de feiten en apathie.
  • "Honeymoon" fase
    In de dagen na de ramp ontstaat verbondenheid met de mede-betrokkenen. Iedereen heeft hetzelfde doorgemaakt en collectief gaat men proberen de oude zekerheden door nieuwe te vervangen. De niet-betrokkenen in hun omgeving reageren heftig meelevend en behulpzaam. Er is ruimte om over de gebeurtenissen te praten en alle begrip voor psychische trauma's of lichamelijk onvermogen.
    Doordat er ook praktische zaken geregeld moeten worden is de aandacht even van de gebeurtenissen tijdens de ramp afgeleidt en naar de toekomst gericht.
    Door deze stroom van positieve impulsen wordt deze fase wel de "honeymoon fase" genoemd.
  • Herstel fase
    Na enkele weken of maanden is de nafase van de rampenbestrijding zover gevorderd dat er weer zicht komt op terugkeer naar normale omstandigheden. Bij de niet-betrokkenen raken de gebeurtenissen op de achtergrond en de meelevendheid en behulpzaamheid ebt weg. De betrokkenen zijn hierover meestal verrast en verbaasd, wat leidt tot wederzijds onbegrip.
    Ineens is de stroom van positieve impulsen opgedroogt en komt de harde realiteit boven. De betrokkenen gaan een verklaring zoeken voor de gebeurtenissen en hun rol daarin. Waar men in de vorige fasen niet erg geinterresseerd was in de feitelijke gebeurtenissen en de schuldvragen, willen de betrokkenen nu ieder detail boven water krijgen en elke onduidelijkheid verklaard zien. Het streven van de betrokkenen om "het beeld compleet te krijgen" kan leiden tot paranoïde complot-denken. Alles wat niet logischerwijs verklaard kan worden, wordt dan toegeschreven aan mysterieuze, onzichtbare krachten.
    In deze fase is het noodzakelijk dat de betrokkenen actief meewerken aan de wederopbouw van hun vertrouwde leefomgeving, ook al kan dat op een andere plek zijn dan vroeger. Tegelijkertijd moeten ze de traumatische ervaringen een plaats zien te geven en om leren gaan met het gegeven dat hun leven voortaan een "voor" en een "na" de ramp zal kennen.
  •  

     

Post Traumatische Stress Stoornis (Post Traumatic Stress Disorder)

Betrokkenen bij een ramp, of ze nu slachtoffer, hulpverlener of omstander zijn, raken in min of meerdere mate emotioneel geschokt door de gebeurtenissen. Dat heet een Acute Stress Stoornis ("Acute Stress Disorder").
Ze slapen slecht, kunnen zich niet lang concentreren en zien de ramp telkens weer als een film door hun hoofd spoken. Ze hebben schuldgevoelens over hun gedrag tijdens de ramp, ze vinden dat ze meer of anders hadden moeten doen. Ze kunnen angsten ontwikkelen en plekken of personen gaan vermijden die hen aan de ramp herinneren, vaak op volstrekt irrationele gronden. Ze raken in zichzelf gekeerd en worden ongevoelig voor de normale prikkels uit hun omgeving, of gaan daar schrikachtig of agressief op reageren.
Meestal houdt deze stoornis enkele weken of maanden aan, maar met de psychische bijstand die na een ramp wordt gemobiliseerd, komen de meeste mensen er weer zover bovenop dat ze een normaal leven kunnen leiden, ondanks het litteken dat de ramp voor altijd in hun geest heeft achtergelaten.

Maar bij een aantal van hen zal het niet meer overgaan. De verschijnselen verhevigen zich tot het punt waarop een normaal leven niet meer mogelijk is en de patiënt een geheel ander persoon is geworden, soms zelfs met suïcidaal gedrag.
Deze PostTraumatische Stress Stoornis (PTSS, Post Traumatic Stress Disorder PTSD ) werd voor het eerst geconstateerd als Combat Stress Reaction of Shell-shock, onder soldaten die uit de eerste Wereldorlog lichamelijk ongeschonden terugkwamen, maar geestelijk totaal geruïneerd waren. Na Vietnam is het ziektebeeld in de psychiatrie als een angststoornis beschreven, met als voornaamste kenmerk dat de patiënt vóór de traumatische gebeurtenis geen geestelijke afwijkingen had.

Niet alleen degenen met directe traumatische ervaringen kunnen Acute of PostTraumatische Stress Stoornissen krijgen. Ook mensen die een ramp "op afstand" hebben beleefd of als kind in de verhalen en gedrag van hun ouders hebben overerfd (de zogeheten 2e generatie slachtoffers) kunnen dergelijke verschijnselen krijgen.

"In veel gevallen herkent men de persoon die PTSS heeft opgelopen niet meer. Hij / zij is anders, maar kan of wil daar niet over praten. De eis van de omgeving, om terug te keren naar "normaal", is vaak zo sterk dat iemand hiermee niet kan leven en zich bewust terugtrekt. Onbereikbaar worden, voor de omgeving maar ook voor zichzelf. " (bron: www.posttrauma.org)

 

 

De rol van de burger: Slachtoffer, ramptoerist, helper of anarchist ?

In de simplistische wereld van de rampenplannen zijn er tijdens een ramp 2 soorten mensen:
- Hulpverleners in overheidsdienst die de getroffen burgers gaan helpen en niet-getroffen burgers gaan wegsturen
- Burgers die hetzij als slachtoffer geholpen moeten worden, hetzij als ramptoerist of plunderaar weggestuurd moeten worden.

Uit onderzoeken naar de rol van de burgers tijdens een ramp komt echter naar voren, dat de mensen uit de directe omgeving van het rampterrein heel goed in staat zijn in de eerste periode na de ramp hulp te verlenen. Die hulp, zonder enige planning, zonder leiding en met heel beperkte middelen, kan wel heel snel op gang komen en is daardoor in die eerste chaotische periode minstens zo effectief als de hulp van de overheid, die probeert volgens strakke draaiboeken de chaos het hoofd te bieden en veel tijd verdoet met zichzelf te organiseren.
Wanneer de overheid vervolgens probeert die spontane hulpverlening van de burgerij in te dammen en over te nemen, kan een conflictsituatie ontstaan als die helpende burger opeens als slachtoffer of als ramptoerist uit het rampgebied dreigt te worden weggestuurd. In de toch al grote chaos en verwarring kan een machtsstrijd ontstaan tussen helpende overheid en helpende burgerij.
Dat effect wordt erger als een rampgebied voor langere tijd onbereikbaar is voor professionele hulpverleners en overheidsgezag. In die situatie, temidden van de chaos, met gebrek aan water en voedsel en onderdak, met verwoestingen, gewonden en doden rondom, zullen de achterblijvers het heft - maar ook het recht - in eigen hand nemen. Het (natuurlijke) recht van de sterkste neemt het (onnatuurlijke) overheidsgezag over. Zwakkeren kunnen worden bedreigd, beroofd of gedood om de sterksten in staat te stellen zichzelf te helpen of munt te slaan uit de situatie. In zo'n wetteloze mini-samenleving staat de deur naar anarchie wijd open.
Doordat de overheid in haar plannen weinig rekening heeft gehouden met deze snel veranderende en zeer uitéénlopende rollen van de burgers in en om een rampgebied, zullen hulpverleners en overheidsgezag merkbaar moeite hebben om passend te reageren op deze onvoorziene omstandigheden. Door dit onvermogen zal de overheid zelf bijdragen aan het chaotische en anarchistische karakter van een ramp en de daardoor ontstane ontwrichting van de samenleving.

 

 

Economische gevolgen

Hoewel er vaak na een ramp geroepen wordt dat geld geen rol speelt, is dat maar in beperkte mate en voor korte tijd waar. De rijksoverheid kan financiële reserves beschikbaar stellen om de eerste kosten - zowel voor de betrokkenen als voor de gemeentelijke overheid - te dekken, maar daarna staat men al gauw in de kou.
Ook de verzekeringsmaatschappijen staan niet te dringen om de hoge schadeposten snel te vergoeden. Zolang de schuldvraag onduidelijk is, zal er geen cent worden uitgekeerd.

Tegelijkertijd zijn de betrokkenen niet in staat tot werken. Bedrijven die grote hoeveelheden werknemers missen of hun werkterrein kwijt zijn worden bedreigd door een faillissement.
Men heeft andere dingen aan het hoofd dan dingen te kopen of zaken te doen, toeristen blijven weg, bedrijven die afhankelijk zijn van aanleveringen door de betrokkenen zoeken andere wegen:
De economische impulsen vallen weg.

Het is taak van de gemeentelijke overheid om de economische gevolgen van een ramp onder controle te krijgen. Bedrijven moeten snel ruimte krijgen om een doorstart te kunnen maken, mensen moeten tijdelijk geld van de sociale dienst krijgen voor de dagelijkse uitgaven.

Maar dat geleende geld moet wel ooit terugbetaald worden. Als een verzekering uiteindelijk uitkeert zal dat meestal niet het volledige schadebedrag zijn. Ook de gemeente kan vaak lang niet alle extra kosten van het rijk terugkrijgen. Ook de economische gevolgen van een ramp kunnen daarom heel lang nadreunen.

 

 

Communicatie bij rampen

Als er vroeger een ramp plaats had, dan stonden daarover een paar dagen lang een paar stukjes in de kranten. Vaak bestond de informatie uit de waarneming van een journalist ter plaatse, en de informatie die de overheid beliefde te verschaffen. De nadruk lag vooral op het onvermijdelijke van de gebeurtenissen - de dingen gebeurden nu éénmaal zoals God het wilde.
Die vanzelfsprekendheid is reeds lang uit de samenleving verdwenen, maar de overheid lijkt hier wel met weemoed aan terug te denken.

Bij een aantal recente grootschalige incidenten bleek de overheid nauwelijks in staat op een moderne en effectieve wijze met de bevolking te kunnen communiceren.
Terwijl men ten stadhuize urenlang zat te dubben over de preciese tekst van de persconferentie, waren in de live-uitzending op TV enorme explosies te zien en twitterden de omstanders over de reuk van de gifwolk. Als de burgemeester dan vervolgens in de persconferentie met een regenteske blik en bijbehorende stem de "gaat-u-maar-rustig-slapen" boodschap op dicteer-snelheid komt voorlezen, is het beeld compleet:
De burger weet nu zeker dat, wat de overheid verder ook gaat zeggen, ze de waarheid nooit gaan vertellen - het moet dus wel een enorme ramp zijn waarbij ieders leven, van Dordrecht to Delfzijl, ernstig wordt bedreigd. Maar via de wisdom of the crowd * , via Twitter, Youtube en Wikileaks zal die echte, ongemakkelijke, waarheid vanzelf tot ons komen, toch ?

Nu lijkt het allemaal nogal mee te vallen met het ramp-gehalte van de recente incidenten, maar op een kwade dag kan de overheid voor een duivels dilemma komen te staan:
Als er echt een zwaar giftige gaswolk een woonwijk binnendrijft, is er weinig meer aan te doen. Dat was al een conclusie uit de jaren ´50 toen de Bescherming Bevolking tegen beter weten in grootschalige ontruimingsplannen maakte voor de grote steden in geval van radioactieve straling door kernbommen **.
Als de bevolking massaal in blinde paniek op de vlucht slaat is de ramp niet meer te overzien, maar als ze allemaal doodgaan in hun huizen ook niet. Iemand zal dan een "Inconvenient Truth" moeten komen vertellen, maar hoe ?

Het lijkt erop dat de overheid geen plan heeft om dit soort situaties te lijf te gaan. Het communicatie-plan lijkt bij ieder incident weer opnieuw gemaakt te moeten worden, en dat lukt soms de ene keer beter dan de andere keer.

* Zie Crisiswerkplaats over de wijsheid van de massa en overheidscommunicatie tijdens de brand bij Chemiepack in Moerdijk, januari 2011.

** Zie "De Russen komen!" van Mark Traa; ISBN 9789025366995. In het boek beschrijft Traa de geheime plannen die door de overheid in de jaren ´50 werden voorbereid voor als de Russen zouden komen.

 

 

Van Plaats Incident naar Plaats Delict

Als er een grootschalig incident of ramp plaatsvindt gaat eerst alle aandacht uit naar de hulpverlening. Maar ook verschijnen al heel snel in de (sociale) media discussies over de oorzaak. Al in de eerste uren wordt, meestal op basis van heel weinig of verkeerde informatie, druk gespeculeerd over de oorzaak. De vele, langdurige, onderzoeken die na de hulpverlening op gang komen roepen vaak meer vragen op dan er antwoorden gegeven worden. En vaak blijft de oorzaak even onduidelijk als in die eerste uren.

Bij de meeste grootschalige incidenten gaat de Plaats Incident na de acute hulpverlening direct over in een Plaats Delict, waar de Politie forensisch onderzoek uitvoert om zeer zorgvuldig alle snippers bewijsmateriaal uit het rampterrein veilig te stellen.
Tesamen met het ondervragen van ooggetuigen probeert de Politie een beeld te krijgen van de gebeurtenissen die aan het incident vooraf gingen. Uiteindelijk moet Justitie bepalen of er wellicht een strafbaar feit aan het incident ten grondslag heeft gelegen.
Als we terugkijken naar een aantal grootschalige incidenten van de laatste jaren, blijkt het toch wel erg ingewikkeld te zijn om een juridisch sluitend bewijs te leveren:

  • De Libiër in cel 11 zou de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost hebben veroorzaakt. Het overtuigende bewijs viel echter niet te leveren; andere oorzaken bleken net zo goed mogelijk te zijn. Hij werd eerst veroordeeld en later weer vrijgesproken.
  • Het eerste vlammetje dat de inleiding was tot de vuurwerkramp in Enschede kon niet precies bepaald worden. Of er nu wel of niet crimineel handelen of nalatigheid in het spel was, is nooit onomstotelijk vastgesteld. Er werd een verdachte aangehouden maar weer bij gebrek aan bewijs vrijgelaten. Rond het rechercheteam - het TolTeam - dat de ramp onderzocht ontspon zich een eigen soap vol intriges.
  • Of de Martin Air DC-10 in Faro neerstortte door een fout van de piloten of door extreem slecht weer kon niet definitief worden vastgesteld. De Anthony Ruys Stichting probeert jaren na de ramp tevergeefs de aansprakelijkheid van Martin Air aan te tonen.

 

 




©2013 zero-meridean OSP
copyleft GFDL:
Zie verantwoording
afkortingen bronnen verantwoording sitemap mail

= nieuwe pagina in een nieuw venster
= nieuwe pagina in hetzelfde venster
= andere paragraaf op deze pagina