Wat is een ramp ?
Wat maakt een ernstig incident tot ramp ?
Wie bepaalt wanneer het een ramp is ?
Wat voor soorten rampen zijn er ?
Volgens de Wet Veiligheidsregio's is een ramp
een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van vele personen,
het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten
of organisatie van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
De wet kent ook het begrip crisis
een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast.
De volledige wet is hier te lezen.
In gewoon Nederlands is een ramp een ernstig incident met veel slachtoffers en/of grote schade waarvan de gevolgen zo groot zijn dat de hulpdiensten
(politie, brandweer, ambulances, ziekenhuizen) met de normale middelen en de normale organisatiestructuur het incident niet kunnen afhandelen.
Er moeten dus extra middelen ingezet worden en een speciale organisatiestructuur worden opgezet.
Wat maakt een ernstig incident tot ramp ?
Een incident is bijvoorbeeld een groot ongeluk, brand, explosie, overstroming, kortom alles wat de zwaailichtensector tot actie doet overgaan.
Maar vrijwel nooit loopt zo'n incident uit tot ramp.
Welke factoren spelen mee om een incident tot ramp te maken ?
- Een groot aantal slachtoffers: De opvang van een groot aantal gewonden op de dezelfde plaats en hetzelfde tijdstip gaat al gauw de bestaande
capaciteit aan ambulances en eerste hulp te boven.
- Grote hoeveelheden daklozen of evacués: Die kunnen niet binnen de normale gemeentelijke kanalen onderdak gebracht worden.
- Verwoesting van meerdere gebouwen door brand, instorting of overstroming. De brandweer kan met de bestaande capaciteit niet snel genoeg branden
blussen en beklemd zittende slachtoffers bevrijden, of het overstromende water snel genoeg wegpompen.
- Verwoesting van wegen en water/gas/stroom voorzieningen waardoor het openbare leven in een bepaald gebied onmogelijk wordt. Nutsbedrijven
zijn niet in staat deze voorzieningen weer snel beschikbaar te hebben.
- Verontreiniging of besmetting van het leefmilieu, waarbij de volksgezondheid zodanig bedreigd wordt dat acute ontruiming van een bepaald
gebied nodig is.
Er zijn ook incidenten die uitgroeien tot heuse rampen, maar nooit als zodanig herkend worden. Vaak gaat het dan om milieu-affaires, die leiden
tot een langdurige vervuiling inclusief ernstige gezondheidsrisico's (zoals de bodemverontreiniging in Lekkerkerk) of de grootschalige uitbarsting
van de veteranenziekte op de West-Friese Flora, wat in feite een bacteriologische ramp was en een grote hoeveelheid slachtoffers eiste. Het relatieve
trage verloop van zo'n ramp maakt dat er dan nooit tot een rampenclassificatie wordt over gegaan, omdat er geen capaciteitsproblemen bij de slachtofferopvang
zijn ontstaan. Bij de uitgroei van een incident tot ramp is dus ook de tijdsfactor van belang.

Wie bepaalt wanneer het een ramp is ?
Het is vaak moeilijk de impact van een incident vanaf het eerste moment goed in te schatten. Wie te vroeg de beslissing neemt een complete rampenorganisatie
op te tuigen zit met een overdaad aan middelen en ambtelijk apparaat dat meer kwaad dan goed aan de incident-bestrijding doet. Wie dat besluit
te laat neemt, zal daar direct op afgerekend worden en misschien zelfs wel justitieël vervolgt. En dat terwijl er geen objectieve criteria
zijn om een incident tot ramp uit te roepen.
Om hier duidelijkheid in aan te brengen werken de veiligheidsregio's met Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedures (zie GRIP), die opschalen van 1 tot 4. Bij die opschaling groeit de bestuurlijke organisatie van een "Commando Plaats Incident" tot een volledig opgetuigde rampenstaf, bestaande uit een BeleidsTeam en een Operationeel Team.
GRIP-1 is van toepassing op een incident binnen de gemeentegrenzen, waarbij de Burgemeester het opperbevel heeft.
Vanaf GRIP-2 heeft de voorzitter van de veiligheidsregio het opperbevel. Dat is de Burgemeester van de grootste gemeente in de regio.
Bij GRIP-4 zijn meer veiligheidsregio's bij het incident betrokken, ieder met hun eigen commando-structuur. In dat geval kunnen de Commissaris van de Koningin en de Minister van Binnenlandse Zaken (dwingende) aanwijzingen aan de Burgemeesters geven.
In het verlengde van zo'n opschaling kunnen op grond van speciale bevoegdheden vanuit de GemeenteWet
- vaak ook noodverordeningen van kracht worden waardoor de politie meer armslag krijgt gebieden af te zetten, over te gaan tot ontruimingen en
personen in het rampgebied aan te houden op andere dan de normaal geldende wetten en regels. Tegelijk wordt het mogelijk een beroep te doen op
hogere overheden (provincie, staat) voor het verkrijgen van middelen en financiën .

Wat voor soorten rampen zijn er ?
Er kan onderscheid gemaakt worden in rampen ten gevolge van oorlogssituaties en rampen in vredestijd. De opzet van de BB (Bescherming Bevolking)
was een voortzetting van de LuchtBeschermingsDienst die tijdens de tweede wereldoorlog Nederland moest beschermen tegen bombardementen, en deze
organisatie was dus erg gericht op oorlogsomstandigheden.
Ten tijde van oorlog maakt men zich vooral zorgen over:
- Atomaire rampen (dus ten gevolge van het vrijkomen van radioactiviteit)
- Bacteriologische rampen (door het vrijkomen van ziekteverwekkende bacterieën)
- Chemische rampen (door het vrijkomen van gifgassen en andere gevaarlijke stoffen)
- Explosies en grote branden (door brand- en explosieve bommen)
Daarop was de rampenbestrijding dan ook in eerste instantie toegerust. Men was minder goed voorbereid op rampen die in vredestijd vaker zullen
voorkomen:
- Industriële rampen ( meestal 1 van de bovengenoemde rampen)
- Transportrampen (grote ongelukken met auto's, treinen, vliegtuigen, schepen)
- Natuurrampen (watersnood, stormen, aardbeving)
- Milieurampen (vervuiling, grootschalige vernietiging van flora en fauna)
Na de opheffing van de BB en het aanwijzen van de brandweer als spil in de rampenbestrijding is er ook aandacht voor de bestrijding van dergelijke
rampen gekomen.
Na de recente grote rampen die Nederland troffen, is de rampenbestrijding een nieuwe, professionelere fase ingegaan. Het Ministerie van Binnenlandse
Zaken heeft een leidraad gepubliceerd waarmee de regionale hulpdiensten middels risico-analyses hun benodigde inzet kunnen inschatten.
In de Leidraad Maatramp worden
18 verschillende typen rampen onderkend:
- Luchtvaartongevallen
- Ongevallen op het water (vliegtuig, schip)
- Verkeersongevallen (op het land, auto/trein)
- Ongeval met brandbare/explosieve stoffen
- Ongeval met giftige stof
- Kernongeval (radioactieve stof)
- Bedreiging volksgezondheid
- Ziektegolf
- Ongeval in tunnel
- Branden in grote gebouwen
- Instortingen van grote gebouwen
- Paniek in menigten
- Grootschalige ordeverstoringen
- Overstroming
- Natuurbrand
- Extreme weersomstandigheden
- Uitval nutsvoorzieningen
- Ramp op afstand (repatriëren Nederlandse slachtoffers ; opvang slachtoffers/evacués ramp in buurland ; bijstand grote ramp elders)
Per ramptype zijn er 5 niveau's (van 1 - groot ongeval, tot 5 - zeer omvangrijke ramp).
Aan de hand van deze indeling kunnen per veiligheidsregio scenario's worden opgesteld, waarop de rampenbestrijdingsorganisatie toegerust moet
worden.
Geld speelt een hoofdrol in de afweging tot welk niveau de rampenbestrijding moet kunnen functioneren. Het kostenplaatje voor de rampenbestrijding
op niveau 5 is irrealistisch hoog en kan nooit opwegen tegen de waarschijnlijkheid dat zo'n ramp zich daadwerkelijk voordoet.
Dat wil dus zeggen, dat als zo'n ramp zich toch voordoet (zoals bijvoorbeeld de waternoodramp in 1953), er niet verwacht kan worden dat de overheid
onmiddelijk adequate hulp kan bieden. Helaas wordt dit aspect welbewust voor de burger verzwegen, waardoor de overheid een gevoel van schijnveiligheid
oproept, terwijl het beter zou zijn de burger bewust te maken van het gegeven dat hij in sommige situaties op zichzelf is aangewezen (zie autarkie).
De regio's Amsterdam en Rotterdam hebben gekozen voor een toerusting op niveau 3, maar de meeste regio's zitten nog amper op niveau 1. Daaronder
zitten ook enkele regio's met een hoog risico, zoals Kennemerland, waar per 2008 Schiphol onder valt, en Zeeland, met de kerncentrale in Borssele.
Rampen kunnen ook worden ingedeeld op de manier waarop ze zich ontwikkelen:
- De flitsramp doet zich geheel onverwacht en ongewoon heftig voor. In eerste instantie ontstaat chaos, omdat het enige tijd duurt voordat
de rampenbestrijdingsorganisatie in staat is effectief op te treden. Bijvoorbeeld: Explosies, ongelukken.
- Een groeiramp is een crisissituatie die zich geleidelijk van beheersbaar naar onbeheersbaar ontwikkelt. Gedurende die ontwikkeling kan de
rampenbestrijdingsorganisatie meegroeien. Bijvoorbeeld: Overstromingen, besmettingen.
- Bij een voorspelbare ramp ("predictief") heeft de rampenbestrijdingsorganisatie de tijd om tevoren te voorspellen welke effecten
zich zullen gaan voordoen.
Bijvoorbeeld: Een kern- of natuurramp op afstand, vogelgriep uitbraak, voetbalrellen.

|