|
17 januari 1947: Explosie kruitfabriek, Muiden - 17 doden
De kruit- en springstoffenfabriek De Krijgsman in Muiden is vele jaren lang het toneel geweest van hevige explosies. Al twee eeuwen geleden is er een eerste verslag van: " Beschrijving van den ramp aan de buskruitfabriek De Krijgsman, nabij Muiden, op den 19den Jan. 1883". Er vielen toen 13 doden. Ook in 1924, 1925, 1947, 1948, 1949, 1963, 1966, 1972 en 1983 vinden er hevige en meestal dodelijke explosies plaats op het terrein. Op 17 januari 1947 explodeerde een opslag van granaten. De verwoesting was enorm en ook delen van Muiden werden getroffen door de drukgolf. 17 mensen kwamen om, waaronder 3 inwoners van Muiden. Welke schakels braken: Het werken met en het opslaan van hoog-explosieve materialen zoals munitie is een riskante bezigheid. Ondanks een groot scala aan veiligheidsmaatregelen is de kans op een ongecontroleerde ontploffing groot. De kruitfabriek ligt vlak bij bewoond gebied en aan de autosnelweg A1, waardoor de risico's voor de bevolking onverantwoord groot zijn. De oorzaak van de ontploffing in 1947 is niet bekend. En nu ? In 1983 vond de laatste ernstige explosie plaats in Muiden. 3 werknemers kwam toen om het leven. De werkzaamheden met hoog-explosief materiaal zouden sinds het failliet van Muiden Chemie in 1990 zijn gestopt. In 2003 heeft de fabriek het terrein verlaten.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
19 april 1947: Explosie in metaalwarenfabriek, Dordrecht - 4 doden, 7 gewonden
Geen verdere gegevens bekend.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: industrie/fabriek | oorzaak: onbekend

5 april 1961: Gaslek op tanker Mathieson, Rotterdam - 7 doden, 30 gewonden
Op de Liberiaanse tanker "Mathieson" ontstaat een lek in de CO2 blusgas-installatie van de machinekamer. Daar zijn op dat moment 40 mensen van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij en de scheepsbemanning aan het werk. Het ontsnappende koolzuurgas verdringt de zuurstof in de machinekamer. Het reukloze gas wordt niet direct opgemerkt. 7 mensen komen om, 30 kunnen bewusteloos uit de machinekamer gehaald worden.
categorie: grootschalig scheepvaart incident (grip 3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: schip | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen

6 maart 1963: Dioxine besmettting Philips Duphar, Amsterdam - 4 doden, 50 zieken
Philips' chemietak Duphar produceert van 1955 tot 1963 onkruidbestrijdingsmiddelen aan de Ankerweg in Amsterdam. Op 6 maart 1963 raakt een reactorvat met 2,4,5-trichloorfenol oververhit. Het veiligheidsventiel komt in werking en blaast de inhoud van het vat de bedrijfshal in. De gevolgen blijven beperkt tot de fabriekshal, die hermetisch wordt afgesloten. Het is dan nog niet helemaal duidelijk hoe gevaarlijk de vrijgekomen stoffen zijn. Pas 3 jaar later kan het uiterst giftige dioxine worden aangetoond. Waarschijnlijk is zo'n 200 tot 250 gram dioxine vrijgekomen. De hal is zo vergiftigd dat deze moet worden gesloopt. De schoonmakers die de fabriekshal moeten slopen werken onder slechte arbeidsomstandigheden. 106 mensen worden blootgesteld aan de dioxine. 4 van hen overlijden later aan de gevolgen van de besmetting. 50 arbeiders krijgen ernstige gezondheidsklachten.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: besmetting met giftige stof | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling
zie ook http://books.google.co.uk/books?id=V524J4zh06MC&pg=PA106&lpg=PA106&dq=1963+philips+dioxine&source=bl&ots=WEherPs0Vd&sig=Oy5WO48dAOUl_eF0WGep-djEoTk&hl=en&ei=7fmOSsGXKYHZ-QbSgoHzDQ&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=1#v=onepage&q=&f=false

12 augustus 1963: Explosie gasdistributiestation, Zeist - 1 dode
Op het terrein van het gasdistributiestation in Zeist explodeert een tank met 2400 m3 kraakgas. De tank vliegt direct in brand. Een medewerker van het distributiestation komt om het leven. 3 andere tanks in de nabijheid scheuren, maar raken niet in brand. De brandweren van Zeist, De Bilt en Driebergen krijgen assistentie van de militairen van de vliegbasis Soesterberg en van de Bescherming Bevolking. Kraakgas is een restproduct van de aardolie-raffinage en wordt - in afwachting van de komst van het in 1959 ontdekte Groningse aardgas - als stadsgas gebruikt voor huishoudelijk gebruik. De inwoners van Zeist worden met geluidwagens gevraagd hun gasleiding af te sluiten tijdens de brand.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend
bronnen: Archief Leeuwarder Courant

15 november 1963: Gifwolk na brand in kunstmestfabriek Delta Chemie, Vlaardingen - geen slachtoffers
Bij een brand in een mengmest-opslag bij kunstmestfabriek Delta Chemie worden in de gele rookwolken nitreuse stoffen gevonden. De giftige rook trekt over het Westland, waar iedereen binnen moet blijven en ramen en deuren sluiten.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling

20 januari 1968: Explosie olietank Shell, Pernis - 2 doden, 85 gewonden
In 1968 is de Shell Raffinaderij in Pernis de grootste van Europa. Op het enorme complex worden vele soorten aardolieproducten gemaakt uit ruwe olie. Het schoonmaken van de installaties en leidingen gaat veelal met heet water en stoom. Het water, vermengd met de olieresten, wordt slop genoemd. Het wordt opgevangen in slop tanks, om later in een apart proces gescheiden te worden. Op zaterdag 20 januari 1968 zit tank 402 helemaal vol met 1575 m3 slop. De slop wordt verwarmd door stoom van 130 graden uit een aanvoerleiding en raakt aan de kook. Door het koken valt het olie-water mengsel in de tank uitéén en ontstaat boven het vloeistof- oppervlak een explosief gasmengsel. De druk in de tank loopt snel op en het explosieve gasmengsel wordt door ventielen en overlopen uit de tank geblazen. Om 4.23 uur explodeert de gaswolk buiten de tank. Door deze explosie onstaat een domino-effect, waarbij eerst in tank 402 een BLEVE (Boiling Liqour Expanding Vapour Explosion) ontstaat. De brandende olieslop en brokstukken van de tank vliegen in het rond, waardoor overal op het raffinaderij-complex andere branden en explosies ontstaan. Er vallen 2 doden en 85 gewonden, waarvan 9 ernstig. Op het terrein worden 3 kraak-installaties, een zwavel fabriek en 80 opslagtanks verwoest. In de nabijgelegen dorpen Pernis en Hoogvliet sneuvelen ruiten. Welke schakels braken: De initiële explosie vond buiten tank 402 plaats en was een zg. VCE - Vapour Cloud Explosion, waarbij een dichte wolk hoogexplosief gas in de buitenlucht in contact komt met een hittebron en explodeert. Door het domino-effect van deze explosie ontstond er in 2e instantie een BLEVE in de al kokende tank. Een BLEVE ontstaat wanneer vloeistof in een tank gaat koken door verhitting, bijvoorbeeld door brand. Boven het vloeistof oppervlak vormt zich een heet gasmengsel, waardoor de druk in de tank oploopt. Door de verhitting en de druk wordt de tankwand zwak en gaat scheuren. De kokende, vloeibare inhoud van de tank wordt door de druk uit de tank geperst, vliegt daarbij in brand en verspreidt zich al brandend over een groot oppervlak. Het is onbekend waarom de slop in tank 402 verhit kon worden door stoom uit een aanvoerleiding. Ook is onbekend waardoor het gasmengsel buiten de tank explodeerde. En nu? In 1968 was de petrochemische techniek nog niet zo ver gevorderd dat het risico van VCE's en BLEVE's beheersbaar was. Tegenwoordig kunnen tanks worden voorzien van materiaal dat de hitte over een zeer groot oppervlak verspreidt, waardoor er geen hete gassen kunnen ontstaan. De drijvende tankdeksels sluiten de vloeistof helemaal af. Electronische meetapparatuur waarschuwt tegen stijgingen van temperatuur en druk. Gas-explosie meters geven aan hoe dicht - en dus hoe explosief - een gasmensel is. Maar door de complexiteit van de installaties en de extreme omstandigheden (druk en hitte) waarin gevaarlijke stoffen worden behandeld, is er altijd een relatief hoog rest-risico. (met dank aan R. de Haan - www.explocontrol.com)
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen
bronnen: www.voeks.nl/Nieuws/j52e09.htm,
lorien.ncl.ac.uk/ming/safety/rm/Fire-and-Explosion.pdf
www.redproteger.com.ar/Escuela%20de%20Seguridad/Grandes_Accidentes/grandes_accidentes.htm

28 februari 1968: Explosie Shell raffinaderij, Pernis - 2 doden
Nadat op 20 januari 1968 al 2 doden vielen bij een explosie van een olietank op het terrein van de Shell raffinaderij bij Pernis, komen daar nu weer 2 medewerkers om als een koolmonoxide boiler waarop ze aan het werk zijn, explodeert. De schade aan de omgeving en aan de raffinaderij is ditmaal gering.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend
bronnen: Archief Leeuwarder Courant

8 maart 1968: Brand verffabriek Sikkens, Sassenheim - 2 gewonden
Na een klein brandje in de verffabriek van Sikkens wordt bij het opruimen van de slangen vaten met verfverdunner omgegooid. De zeer brandbare verfverdunner mengt zich met het bluswater en vliegt in brand. De brandende vloeistof verspreidt zich over het terrein en veroorzaakt een domino-effect van grote branden in de fabriek. 2 brandweerlieden raken gewond, waarvan één ernstig.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten

20 november 1969: Explosie kerosinetank COMOS, Amsterdam - 1 gewonde
Op het tankpark van COMOS (tegenwoordig Europoint) in het westelijk havengebied van Amsterdam raakt een opslagtank met 2 miljoen liter kerosine in brand na een explosie. De brandweer laat de tank uitbranden en koelt de tankwand en de omliggende tanks, zodat er geen BLEVE ontstaat. Na 29 uur was 2 miljoen liter verbrand.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

14 april 1970: Lek in chloorgastank, Leiden - 47 gewonden
Geen verdere gegevens bekend
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

10 augustus 1971: Explosie Marbon, Amsterdam - 9 doden, 22 gewonden
Om 14.57 uur gaat op de Centrale Seinzaal van de Amsterdamse brandweer de brandmelder af van het chemisch bedrijf Marbon Europe aan de Cyprusweg in Amsterdam. Terwijl de autospuit van kazerne Teunis aan het Jan van Schaffelaarplatsoen uitrukt, krijgt de centralist van de Marbon portier te horen dat er geen brand is, maar een lekkage van een butadieen leiding. Bij Marbon wordt ABS Plastic gemaakt, een hoogwaardige kunststof voor meubels en speelgoed. Bij de fabricage worden onder hoge druk brandbare, explosieve en giftige stoffen zoals acrylnitril, butadieen en styreen samengeperst. In een trappenhuis van de latex afdeling is een leiding met butadieen op een flens gaan lekken. Het butadieen vormt een schuimlaag van een halve meter in het trappenhuis, met erboven een zeer explosief gasmengsel. De Marbon bedrijfsbrandweer gaat, geholpen door de Amsterdamse brandweer, een weg door het schuim spuiten om bij het lek te kunnen komen. Om 15.30 uur, terwijl de brandweerlieden bezig zijn met het uitrollen van de slangen, explodeert het gasmengsel. Er ontstaat een felle brand en de latex afdeling stort gedeeltelijk in. 4 mensen van de Marbon bedrijfsbrandweer en 5 brandweerlieden van de eerst uitgerukte autospuit Teunis komen om, 22 mensen raken gewond. Welke schakels braken ? Het gasmengsel dat zich in de afgesloten ruimte boven het butadieen schuim heeft gevormt is uiterst explosief. Het niet bekend wat het gas heeft doen exploderen, maar het geringste vonkje is genoeg. Het is ook niet bekend waarom de butadieen leiding op een zogenaamde blindflens is is gaan lekken. Er deden zich regelmatig kleine lekkages voor in het bedrijf. De beslissing om met water een weg door het schuim vrij te maken om het lek te dichten, lijkt een fatale fout. Het risico van extra gasvorming en explosies werd daardoor verhoogd. Bovendien was het reactorvat na de lekkage bijna leeg, zodat het afdichten van het lek op dat moment weinig zin meer had. Het is echter niet bekend waarom daartoe besloten werd. Waarschijnlijk had men geen idee hoe het probleem aangepakt moest worden en welke gevaren men bij de gekozen aanpak liep. En nu ? Er was in 1971 nog geen sprake van een structurele, professionele aanpak van chemische incidenten, terwijl ook de uitrusting van de brandweer niet toereikend was voor het bestrijden daarvan. Na de ramp ontstond er in brandweerkringen heftige discussies of zij wel degenen moesten zijn die in de frontlijn van zeer risicovolle chemisch-industriële incidenten moesten staan met alleen een waterslang in de hand. De Marbon ramp markeert een belangrijke stap vooruit in het denken over en omgaan met industriële risico's: Vanaf dat moment komen Rampenplannen, Rampenbestrijdingsplannen en Aanvalsplannen op de agenda van Brandweer Nederland. De hinderwet en vestigingsvergunningen voor risicovolle bedrijven werden meer dan een formaliteit, en de noodzaak daarvan werd nog duidelijker na de dioxine-explosie in het Italiaanse Seveso in 1976. Vanaf dat moment werden de rampenbestrijding en de preparatie op chemische incidenten steeds verder geprofessionaliseerd, waarmee niet gezegd is dat alle risico's vandaag de dag beheersbaar zijn.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen
lees meer...
zie ook http://www.nbdc.nl/cms/show/id=678682
bronnen: De Amsterdamse brandweer op weg naar de toekomst, Gerard Koppers, © 1999 HHS ISBN 90 70674 15 7

20 augustus 1971: Explosie in lijmfabriek, Delft - 1 dode, 8 gewonden
Na een explosie vliegt de ontvettingshal van de Lijm en GelatineFabriek in Delft in brand. Bij de hal ligt een benzineopslag met 10.000 liter benzine, die ook vlam vat. 1 werknemer komt om het leven, 8 anderen raken gewond. Tot in de verre omtrek sneuvelen de ruiten. De oorzaak van de explosie is waarschijnlijk blikseminslag.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: natuurverschijnsel
bronnen: archief Leeuwarder Courant

10 januari 1972: Explosie Dow Chemical, Terneuzen - 1 dode, 1 gewonde
Bij laswerkzaamheden aan een tank op het terrein van de chemische fabriek Dow Chemical in Terneuzen explodeert de tank. De tank is gevuld met een oplossing van natriumhydroxyde (caustic soda). Een pijpfitter komt om het leven, een lasser raakt gewond.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling
bronnen: archief Leeuwarder Courant

5 september 1975: Explosie benzineopslag Broermanns, Roosendaal - 1 dode, 1 gewonde
Die avond is een binnenvaarttanker 400.000 liter super benzine aan het overpompen in een opslagtank van Broermanns aan de Roosendaalse Vliet. De tank kan 200.000 liter bevatten, maar men ziet te laat dat de tank vol is. De benzine stroomt via een ontluchtingsleiding uit de tank. Daarbij komen explosieve gassen vrij, die door onbekende oorzaak exploderen. Twee opslagtanks en de vulslang vanaf de binnenvaarttanker raken in brand. Brandende benzine komt in de haven terecht en bedreigt daar 2 tankschepen die daar aangemeerd liggen. De schepen kunnen nog net op tijd worden weggevaren. De brandweer laat de tanks uitbranden en koelt de omliggende tanks.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen

7 november 1975: Explosie DSM, Geleen - 14 doden, 109 gewonden
Op de locatie Zuid van de chemische voortzetting van De StaatsMijnen in Geleen werd op 7 november 1975 de naftakraker II weer opgestart na een revisiebeurt. Het opstartproces was op 5 november begonnen en in de ochtend van 7 november werd er in de ovens onder hoge druk en temperatuur weer nafta gekraakt. In de kraker wordt vloeibare nafta door buizen geleid en verhit. Daarbij vallen de moleculen uiteen en ontstaan andere chemische verbindingen, die door samenpersing van het gas worden gescheiden. DSM maakt uit deze halfproducten kunststoffen. Om 9.50 uur brak een leiding in de compressie-eenheid, waardoor een mengsel van tot vloeistof verdichte gassen (propaan, butaan en butadieen) onder hoge druk vrijkwam en langs de hete ovens stroomde. Het gas explodeerde onmiddelijk, een zg. Vapour Cloud Explosion. De enorme kracht van de explosie verwoestte tal van installaties rond de kraker en joeg een schokgolf over het verkeer van de nabijgelegen snelweg. Overal rondom de kraker ontstonden felle branden in leidingstraten en opslagtanks. Direct werden alle activiteiten op het terrein stilgelegd en trachtte de DSMbedrijfsbrandweer zoveel mogelijk medewerkers te redden. Pas op 12 november slaagde men erin alle branden te blussen. 14 medewerkers van DSM kwamen om, 109 mensen raakten gewond. De bevolking in de plaatsen rondom de DSMlocatie Zuid liep geen gevaar. Welke schakels braken: Het kraken van explosieve mengsels onder hoge druk en temperatuur is een riskant proces waarbij een kleine afwijking in de installatie, een miniscuul scheurtje in een buis, al snel tot grote gevolgen kan leiden. De naftakraker werd herstart nadat hij voor onderhoud enige dagen stil had gelegen. De leidingbreuk zou zijn veroorzaakt door het broos worden van een las ten gevolge van temperatuurschommelingen. En nu ? De petro-chemische industrie in de westerse wereld heeft een heel goed 'track-record' als het gaat om het in stand houden van de veiligheidsketen. Door de complexiteit van de installaties en de extreme omstandigheden (druk en hitte) waarin gevaarlijke stoffen worden behandeld, is er altijd een relatief hoog rest-risico. Zie ook Explosie Pernis 1968. Vreemd ? De Stichting Nabestaanden DSMramp heeft na een jarenlang proces in augustus 2002 DSM en de overheid gerechtelijk gedwongen onderzoeksrapporten over de ramp vrij te geven. Daaruit zou moeten blijken dat DSM veiligheidsregels zou hebben overtreden en aldus aansprakelijk te stellen is. Deze aansprakelijkheid is tot dusverre altijd afgewezen. Er werkten mensen in de technische ruimten van de kraker zonder dat daar noodzaak voor was. Daardoor liepen ze onnodige risico's. Zo was één slachtoffer een transportmedewerker die een kantoortje had in de meetafdeling van de kraker.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen
lees meer...
bronnen: Grote branden in de lage landen, Jan Broekman. © 1985 Kon. Vermande ISBN 90 6040 767 9, Het Parool 20/09/2002

0 juni 1987: Chloorgas wolk zwembad Eemhof, Zeewolde - 94 gewonden
Zwembaden hebben een behoorlijke hoeveelheid chloor opgeslagen voor de zuivering van het zwemwater. In juni 1987 kwam er door onbekende oorzaak chloorgas vrij in het zwembad van de Eemhof. Chloorgas kan de longen zo ernstig beschadigen dat het leidt tot de verstikkingsdood.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: stadion/sporthal | oorzaak: onbekend

17 oktober 1989: Explosie Paktank, Botlek - 3 doden, 2 gewonden
In het tankpark van Paktank in het Botlekgebied explodeert tijdens werkzaamheden met een slijpschijf een opslagtank met acrylonytril, een met chloor vergelijkbare giftige stof. Volgens de administratie zou de tank leeg zijn, maar er werd een logboek van een verkeerde week geraadpleegd.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: miscommunicatie / fout in administraties

14 mei 1990: Explosie gastank Esso, Botlek - 1 dode
Een lege gastank explodeert tijdens schilderwerkzaamheden.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling

14 februari 1991: Explosie bij MS Vuurwerk, Culemborg - 2 doden
Aan de Diefdijk, ver buiten de bebouwde kom van Culemborg, heeft het evenementen vuurwerkbedrijf MS Vuurwerk 3 gebouwen met vuurwerkopslag-bunkers. In deze bunkers bevindt zich vuurwerk in de gevarenklasse 1.3, maar er is ook zwart kruit in de klasse 1.1 aanwezig. In de werkplaatsen bij de bunkers wordt het vuurwerk voor de evenementen geprepareerd. Op de koude winterochtend van 14 februari 1991, rond 11.50 uur, explodeert vuurwerk bij gebouw C, bestaande uit 3 opslagbunkers en 2 werkbunkers. Er volgt direct daarop een tweede, veel zwaardere explosie die gebouwen tot 5 kilometer in de omtrek zwaar beschadigd. 2 pesoneelsleden komen om het leven, de directeur van MS Vuurwerk raakt zwaargewond, tientallen mensen in de omgeving raken lichtgewond door rondvliegend glas en puin. Uitvoerig onderzoek van TNO brengt aan het licht dat de combinatie van een paar kilo zwart kruit in combinatie met veel vuurwerk in de klasse 1.3 tot een massa explosie kan leiden, die in Culemborg een kracht van 2000 tot 8500 kilo TNT moet hebben gehad. Journalist Simon Vuijk laat in zijn boek "De waarheid achter de vuurwerkramp" zien dat er na de explosie in Culemborg in 1991, ondanks de heldere onderzoeksresultaten van TNO, door de overheid geen lering is getrokken ten aanzien van de regelgeving voor de vuurwerkbranche, zodat in 2000 de vuurwerkopslag van SE Fireworks door precies dezelfde combinatie van 1.1 en 1.3 vuurwerk kan exploderen.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend
bronnen: De waarheid achter de vuurwerkramp, Simon Vuijk 2010

13 december 1991: Explosie opslagtank DSM, Botlek - 7 doden, 3 gewonden
Bij DSM Chemicals in het Botlekgebied explodeert tijdens onderhoudswerkzaamheden een tank met resten benzoëzuur, een licht ontvlambare stof die in combinatie met zuurstof gemakkelijk reageert.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

30 juni 1992: Brand LPG opslag, Lijnden, Haarlemmermeer - geen slachtoffers
Bij een LPG opslag in Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, wordt bij werkzaamheden aan een propaantank een verkeerde plug verwijderd. Uit de tank komt een gaswolk vrij, die vrijwel onmiddelijk explodeert als een pomp in de buurt aanslaat. Door de explosie wordt een dieseltankwagen in brand gezet. Drie ondergrondse opslagtanks met 50.000 liter propaan, butaan en LPG worden door de hitte aangestraald. De brandweer, bijgestaan door 2 crashtenders van de nabijgelegen luchthaven Schiphol, legt een waterscherm tussen de tankwagen en de gastanks, maar kan niet voorkomen dat de oliebrand zich uitbreidt. Omdat door de hitte de gastanks een risico op overkoken (een BLEVE) gaan vormen, wordt besloten 2 tanks af te fakkelen.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: besturings- of bedieningsfout

8 juli 1992: Explosie Cindu, Uithoorn - 3 doden, 11 gewonden
Bij Cindu dochter Nevcin Polymers in Uithoorn worden onder hoge druk en temperatuur kunstharsen gemaakt. In de nacht van 8 juli 1992 begon een proces-operator met het vullen van de HP-1 reactorketel, waarna de ketel met stoom werd opgewarmd. Om 9.20 uur liep de temperatuur in de ketel op boven de veilige grens. Ondertussen bleek uit onderzoek van het mengsel dat de ketel met een foutief mengsel was gevuld. Daarop rukte de Cindu bedrijfsbrandweer uit om de ketel te koelen. Het proces was echter niet te stoppen en om 9.53 kookte de ketel over, gevolgd door een zware explosie. 3 bedrijfsbrandwachten kwamen om het leven, 11 andere Nevcin medewerkers raakten gewond. De tankdelen werden over grote afstanden weggeslingerd, waardoor her en der op het terrein zware branden ontstonden. Bij Cindu dochter Nevcin Polymers in Uithoorn worden onder hoge druk en temperatuur kunstharsen gemaakt. In de nacht van 8 juli 1992 begon een proces-operator met het vullen van de HP-1 reactorketel, waarna de ketel met stoom werd opgewarmd. Om 9.20 uur liep de temperatuur in de ketel op boven de veilige grens. Ondertussen bleek uit onderzoek van het mengsel dat de ketel met een foutief mengsel was gevuld. Daarop rukte de Cindu bedrijfsbrandweer uit om de ketel te koelen. Het proces was echter niet te stoppen en om 9.53 kookte de ketel over, gevolgd door een zware explosie. 3 bedrijfsbrandwachten kwamen om het leven, 11 andere Nevcin medewerkers raakten gewond. De tankdelen werden over grote afstanden weggeslingerd, waardoor her en der op het terrein zware branden ontstonden. Welke schakels braken: De leerlingproces-operator vulde ketel HP-1 aan de hand van een recept waarop het verkeerde tanknummer was ingevuld. Hierdoor werd de HP-1 gevuld met een verkeerd mengsel. Tijdens het vullen was een monster genomen van het mengsel, maar dat was niet direct gecontroleerd. Pas toen de temperatuur na een uur of 5 opwarmen oncontroleerbaar opliep, controleerde het lab het mengsel en werd de fout ontdekt. Toen was ingrijpen al te laat. En nu ? Het handmatig uitvoeren van processen aan de hand van handgeschreven recepten en tanknummers houdt een groot risico van menselijk falen in. Verregaande proces-automatisering kan dit risico verminderen. Tegenwoordig worden dergelijke complexe chemische recepten digitaal opgesteld, gecontroleerd en overgebracht in de operating systemen. Door de combinatie van giftige, brandbare of explosieve stoffen onder hoge druk en temperatuur blijft echter een hoog restrisico bestaan. Vreemd ? De burgemeester van Uithoorn hoorde en zag de fabriek exploderen en gaf al om 10.05 uur zonder overleg met de hulpdiensten ter plaatse een rampenverklaring af. Hij tuigde direct een Gemeentelijke RampenStaf op, maar daarvan waren de centrale meldkamers van politie, brandweer en GGD echter niet op de hoogte. Lange tijd opereerden het COmmando RampTerrein en de Gemeentelijke RampenStaf langs elkaar heen omdat ze geen contact met elkaar hadden. Telefoonlijnen waren overbelast en ten stadhuize wist men niet hoe het wel aanwezige Nationaal Noodnet werkte. Dit versterkte de chaos, hoewel de operationele eenheden op het rampterrein er betrekkelijk weinig last van hadden. De brand was namelijk al in vroeg stadium meester, hoewel nog lang niet geblust.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: besturings- of bedieningsfout
lees meer...
bronnen: De Amsterdamse brandweer op weg naar de toekomst, Gerard Koppers, © 1999 HHS ISBN 90 70674 15 7, www.nbdc.nl

18 september 1993: Stofexplosie in houtvezel industrie, Langerak - 3 doden, 14 gewonden
Labee Vezelpers in Langerak, gemeente Liesveld, verwerkt houtafval tot geperste vezelproducten zoals openhaard blokken. Op zaterdag 18 september 1993 brak rond 15.00 uur brand uit in een technische ruimte boven de houtvezel opslagbunkers. De zichtbare brand was snel geblust, maar een smeulbrand tussen de vloeren en de opslagbunkers werd niet direct opgemerkt. Wel ging de brandweer de vloeren tussen de vezelopslag en de technische ruimte openbreken om te zien of er sprake was van branddoorslag. Terwijl veel brandweermensen in die ruimtes daarmee bezig waren, deed zich om 17.43 uur opeens een zeer heftige stof-explosie voor in de bunkerloods. 2 brandweerlieden en een werknemer van de fabriek kwamen om het leven, 14 anderen raakten gewond. Een stofexplosie kan zich voordien wanneer de verhouding tussen zuurstof en - op zichzelf licht brandbare - stoffen zoals houtvezels en meel zo optimaal wordt dat een uiterst explosief gasmengsel ontstaat. In Langerak deed zich dit voor in de stoffige ruimtes tussen de bunkers, waar het vezelstof opgewarmd werd door een smeulbrand en zuurstof van buiten werd aangezogen door de brand. Stofexplosies breiden zich snel en heftig uit omdat door de stofwervelingen kettingreacties gaan ontstaan. De smeulbrand was waarschijnlijk al rond 14.00 uur begonnen door wrijving van de transportband-aandrijving nadat de band was vastgelopen.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: industrie/fabriek | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling
zie ook http://www.nifv.nl/upload/138504_668_1223623697265-rapport_langerak.pdf

8 april 1994: Explosie Eurofill Aerosols, Zaandam - 1 dode, 7 gewonden
Eurofill Aerosols vult allerlei soorten spuitbussen met chemicaliën. Een vat met 1000 liter brandbare vloeistof valt van een vorkheftruck en raakt in brand. Door de enorme hoeveelheid brandbare stof in duizenden spuitbusflessen kan de brand zich zeer snel uitbreiden, maar de brandweer kan voorkomen dat vier opslagtanks, elk met 19.000 liter butaan of propaan, de lucht ingaan.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen

28 februari 1996: Brand in chemisch bedrijf CMI, Rotterdam - geen slachtoffers
Een opslagloods met chemicaliën van het opslagbedrijf CMI aan de Keilehaven in Rotterdam raakt in brand. Het is niet bekend wat er in de loods zit, maar de felgekleurde rookwolken duiden op giftige stoffen. Gelukkig staat de wind gunstig en komen de gifwolken niet in de buurt van woningen.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

28 januari 1997: Explosie bij pigmentfabriek Kemira, Botlek - 1 dode, 3 gewonden
Achtergebleven resten titaantetrachloride reageren vermoedelijk met stoom die tijdens schoonmaakwerkzaamheden door een leiding wordt gepompt.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen

3 juli 1998: Explosie Shell, Pernis - 1 dode, 14 gewonden
Op het raffinaderijterrein van Shell explodeert een tank met methyl-tert-butylether (MTBE). MTBE wordt aan benzine toegevoegd om de klopvastheid te verhogen. De stof is sterk ontvlambaar, met een hoge kans op brand. De dampen zijn zwaarder dan lucht en kunnen een Vapour Cloud Explosion veroorzaken. Aan de tank werden onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. De oorzaak van de explosie is onbekend.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

12 mei 2000: Brand bij afvalbedrijf ATF (Essent Milieu), Drachten - 124 zieken
Bij een brand in een opslag van klein chemisch afval van Essent Milieu (beter bekend als ATF) verbrandt 480 ton chemisch afval ongecontroleerd. PCB's ( polychloorbifenyl) en dioxine worden over de weilanden in buurt verspreidt. In de wijde omgeving worden verhoogde concentraties giftige stoffen gevonden. Mogelijk liepen 124 mensen gezondheidsklachten op, zo blijkt uit een gezondheidsstudie door de provincie Friesland.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

13 mei 2000: Explosie vuurwerkopslagplaats, Enschede - 23 doden, 900 gewonden
Om 15.03 kwam een brandmelding binnen van een buitenbrand op het terrein van vuurwerkbedrijf SE Fireworks in de woonwijk Roombeek-West in Noord Enschede. De met 4 voertuigen uitgerukte brandweer ving aan met blussen, maar om 15.34 uur vonden er 2 zeer zware vuurwerkexplosies plaats. De tweede explosie verwoestte 400 woningen en veroorzaakte overal grote branden, onder andere bij de aangrenzende Grolsh fabriek, waar een methaantank dreigde te ontploffen. De brandweer slaagde erin dit gevaar te bezweren. Er vielen 22 doden en meer dan 900 gewonden. Een 23e slachtoffer overleed op 2 oktober 2000. Welke schakels braken: Uit het NIBRAonderzoeksrapport: "Het ging in bijna alle schakels van de veiligheidsketen mis. Als de preventietaak op een goede wijze ingevuld was geweest, had de ramp niet plaatsgevonden." De opslag was anders gebouwd dan waarvoor vergunning was verleend. Er waren onbeveiligde zeecontainers in gebruik, die niet geschikt waren voor de opslag van zwaar vuurwerk. Er was geen sprinklerinstallatie. Er lag zeer explosief schietkatoen in daarvoor ongeschikte verpakkingen. De brandweer, die met tekort aan personeel was uitgerukt, heeft geen goede verkenning van het terrein van de vuurwerkfabriek uitgevoerd. Volgens de commissie Oosting is daardoor een brand tussen 2 zeecontainers over het hoofd gezien, dat de inleiding zou zijn geweest tot de eerste van drie steeds zwaardere explosies. Tot overmaat van ramp gebeurde dit alles in een dichtbevolkte woonwijk. Het hele vergunningenstelsel en de controle daarop bleek echter in de praktijk door onderbezetting niet te functioneren. En nu ? De hele vuurwerkbranche werd direct aan extra controles onderworpen, maar ernstige misstanden werden niet aangetroffen. Wel werd duidelijk dat het uit China geïmporteerde vuurwerk niet correct gelabeld was. Her en der in het land drongen buurtbewoners aan op verplaatsing van de opslagen, maar in het overvolle Nederland kan niet makkelijk ruimte gevonden worden waar rondom een straal van 5 kilometer leeg blijft, zoals bijvoorbeeld in Amerika aangehouden wordt bij vuurwerkopslag van een soortgelijke capaciteit als die in Enschede. De commissie Oosting oordeelde hard over het optreden van zowel landelijke als gemeentelijke overheden. De landelijke overheid heeft na een explosie in een vuurwerkopslag in Culemborg onvoldoende preventief beleid ontwikkeld en de gemeente Enschede heeft vergunningen verleend waarmee een potentieel gevaarlijke situatie niet alleen gedoogd maar ook achteraf goedgekeurd werd. 2 wethouders traden af. Vreemd ? In mei 2003 heeft het Openbaar Ministerie het onderzoek naar de oorzaak van de vuurwerkramp, het zogenaamde "eerste vlammetje", op een laag pitje gezet. Daarmee wordt de kans dat er ooit licht komt in een aantal mysterieuze zaken erg klein. Volgens getuigen zou rond 14.55 uur op het terrein mortiervuurwerk zijn afgestoken. Er zou echter na 13.30 uur niemand van SE Fireworks op het terrein zijn geweest. Op 23 augustus 2002 is een verdachte veroordeeld tot 15 jaar cel wegens opzettelijke brandstichting. Op de korte broek van de verdachte waren samengesmolten vuurwerkresten aangetroffen, hij had geen alibi en heeft in de cel de brandstichting toegegeven tegen een undercover agent. Rechercheurs gaven later te kennen dat het politie-onderzoek erg eenzijdig op de verdachte toegespitst was en dat andere sporen daarom niet "uitgelopen" werden, zoals de rol van klusjesman K. In mei 2003 werd de verdachte in hoger beroep vrijgesproken. Klusjesman K., zijn zwager en de broer van de vrijgelaten verdachte zouden die zaterdagmiddag op het terrein zijn geweest en daar demonstraties met illegaal vuurwerk hebben gegeven aan een Duitse vuurwerkhandelaar. Deze handelaar kwam naar eigen zeggen rond 11 uur die zaterdagochtend "iets" ophalen bij SE Fireworks, maar stond voor een gesloten poort. Het opgeslagen vuurwerk kan volgens sommige deskundigen nooit zo'n hevige explosie veroorzaken. De commissie Oosting oordeelde dat het wel mogelijk was. De eigenaren waren merkwaardig snel te plaatse en volgens een getuige had één van hen al tevoren aangegeven dat er bij brand een zeer gevaarlijke situatie zou ontstaan door de opslag van niet toegestane soorten explosieven. Ook merkwaardig is het compleet verdwijnen van twee slachtoffers die op geruime afstand van de explosieplaats woonde. Er woedden wel zware branden en er stond niets meer overeind op de locaties waarvan aangenomen wordt dat de slachtoffers daar aanwezig waren tijdens de explosie, maar niet van een dusdanige intensiteit dat het hele lichaam niet meer teruggevonden kon worden. Het aantal doden is uiteindelijk op 22 gesteld, één lager dan aanvankelijk was opgegeven. Een vrouw die op 2 oktober overleed, is eind 2000 aan de lijst met slachtoffers toegevoegd.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend
lees meer...
zie ook http://www.13mei2000.nl
bronnen: www.tctubantia.nl, eindrapport commissie Oosting, www.nbdc.nl

2 juli 2001: Explosie gastankwagen, Eindhoven - 10 gewonden
Bij het bedrijf Hoek Loos Medical worden medicinale gassen geproduceerd. Tijdens het vullen van een tankwagen met lachgas vindt een explosie plaats. Er ontstaat brand, waarin tientallen gasflessen ontploffen. 10 werknemers raken gewond. In de omgeving sneuvelen her en der ruiten.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

20 augustus 2002: Lekkage ketelwagon, Amersfoort - geen slachtoffers
Op het rangeerterrein bij station Amersfoort ontstaat lekkage aan een ketelwagon met acrylnitril, een stof die gebruikt wordt voor de productie van textielvezels. Acrylnitril is zeer explosief, kankerverwekkend en gevaarlijk voor het zenuwstelsel. De lekkage in een afsluiter bovenop de tank wordt ter plekke gedicht en de wagon wordt overgebracht naar Rotterdam, waar de lading wordt overgepompt. Het station en omgeving zijn urenlang ontruimd.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: trein | oorzaak: mechanisch falen of slijtage

12 december 2002: Explosie raffinaderij Kuwait Petroleum, Europoort - 1 dode, 1 gewonde
In de gasolie-ontzwavelingsfabriek van de Kuwait Petroleum raffinaderij in de Europoort doet zich een kleine lekkage voor in een fornuis, gevolgd door een Vapour Cloud Explosion en brand. De brandweer slaagde erin het vuur na twee uur te blussen. 1 werknemer komt om het leven, een ander raakt zwaar gewond.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling
bronnen: Met dank aan E. van der Ham

1 april 2003: Explosie zoutoven DSM, Geleen - 3 doden, 2 gewonden
In melaminefabriek 2 van DSM in Geleen vindt na het opstarten van een zoutoven een zware explosie plaats. Door de ontploffing wordt een 15 ton zware afsluiter bovenop de oven weggeblazen. 1 DSM medewerker en 2 medewerkers van een extern bedrijf komen in de hete oven terecht en overlijden, 2 anderen raken gewond.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

15 juli 2003: Brand LPG tankwagen, Eindhoven - 1 dode
Op de A2 ter hoogte van Veldhoven komt een LPG tankwagen op zijn kant terecht, waarna de cabine in brand vliegt. De tank bevat 15000 kilo industrieël LPG. Bij het ongeval branden nog 3 auto's uit. De tank wordt met water en schuim gekoeld, zodat een BLEVE voorkomen kan worden. De A2, kantoren en woningen in de omgeving worden lange tijd ontruimd.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: vallen/kantelen/stoten

5 augustus 2004: Explosie chemische fabriek Diffutherm, Bergeijk - 4 gewonden
In de chemische fabriek Diffutherm explodeert een bitumenopslag en een tank met teerplasma na het oververhit raken van een generator. Na de explosies ontstaat een grote brand in de fabrieksgebouwen.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling

22 november 2004: Gifwolk uit ketelwagon, Arnhem - 25 zieken
Op en rond station Arnhem raken opeens mensen onwel. De oorzaak bleef ook na grootschalig onderzoek van de brandweer onbekend. De brandweer concentreerde het onderzoek naar de ziekmakende stof op een ketelwagon die was gevuld met het gevaarlijke, brandbare methyl-tert-butylether. Er werd echter geen lek gevonden, of gevaarlijke stoffen in de lucht gemeten. Daarop is het RIVM met specialistische meetapparatuur verder gaan zoeken naar de bron van de ziekteverschijnselen. Pas de volgende ochtend werd op die ketelwagon een niet goed afgesloten tankdeksel gevonden.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: trein | oorzaak: besturings- of bedieningsfout

31 mei 2005: Explosie aardgasbehandelingsinstallatie NAM, Warffum - 3 doden, 2 gewonden
De NAM aardgasbehandelingsinstallatie in Warffum is sinds april 2005 wegens onderhoudswerk buiten gebruik. Op 31 mei wordt er op het dak van een lege opslagtank met aardgascondensaat gelast. De condensaatdampen uit de lege tank zorgen voor een Vapour Cloud Explosion. Door de explosie ontstaat een felle brand die objecten in de omgeving, waaronder een tank met benzeen, aanstraalt. 2 medewerkers van een onderhoudsbedrijf komen om het leven. Een derde medewerker liep brandwonden op. Een brandweerman raakte licht gewond. De lassers wisten niet dat de tank niet leeg en gasvrij was, terwijl de NAM-mensen - die dat wel wisten - weer niet op de hoogte waren van het feit dat er op de tank gelast zou worden.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen

17 november 2005: Lekkage benzineopslag BP tankpark, Amsterdam - geen slachtoffers
Een opslagtank met 35 miljoen liter benzine raakte lek toen het drijvende tankdeksel scheef in de tank kwam te hangen. Een deel van de inhoud stroomde over de rand in opvangbassins. Vanwege de grote kans dat de benzinedampen boven de tank door statische electriciteit in brand zou kunnen vliegen is de brandweer dagenlang met grote hoeveelheden schuim paraat geweest om de benzine direct te kunnen afdekken. Het duurde dagen voordat de tank leeggepompt was.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten

3 januari 2006: Tankwagen met ethanol kantelt en scheurt, Voorst / Twello - 7 zieken
Op de A1 tussen Voorst en Twello kantelde een Duitse tankwagen met 30.000 liter ethanol. Daarbij scheurde de tank en kwam de zeer brandbare en explosieve vloeistof vrij. De gevaarlijke situatie werd verergerd doordat de tankwagen kantelde ter hoogte van twee benzine stations. Ook twee boerderijen in de omgeving werden ontruimd. 7 mensen kregen gezondheidsklachten door de ontsnappende stof en werden in een ziekenhuis opgenomen. De vrijkomende ethanol is verdampt. De resterende 15.000 liter ethanol moest worden overgepompt. De A1 was tot de volgende ochtend afgesloten.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: vallen/kantelen/stoten

30 maart 2006: Zoutzuur wolk bij AVR, Botlek - Niet bekend
Bij het afvalverwerkingsbedrijf AVR aan de Oude Maasweg ontsnapte rond 17.00 uur para-benzotrichloride uit een container. De tank bevatte 18.000 liter van de stof. Door de vermenging met lucht ontstond een zoutzuurwolk boven het gebied. De brandweer spoot vanaf hoogwerkers water over de wolk om verdere verspreiding tegen te gaan. De omgeving werd afgesloten en het scheepvaartverkeer op de Nieuwe Waterweg stilgelegd. Een aantal mensen in de omgeving kregen ademhalingsmoeilijkheden.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen

6 augustus 2006: Benzine tankwagen kantelt en scheurt, Bemmel - 40 geevacueerden
Op een rotonde in een woonwijk in Bemmel kantelde een benzine tankwagen. Een tank scheurde en 14.000 liter benzine liep het riool en een sloot in. Enkele tientallen woningen moesten worden ontruimd, terwijl de brandweer een schuimdeken en een watergordijn over de tankwagen legde om explosies te voorkomen. Het leegpompen en opruimen van de benzine, en het ventileren van de benzinedampen uit de woningen, heeft de hele dag geduurd. Pas 's avonds konden de bewoners weer terugkeren.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: vallen/kantelen/stoten

13 oktober 2007: Gaslek, Heinenoord - geen gewonden
Bij werkzaamheden aan de Sluisendijk in Heinenoord (gemeente Binnenmaas) is een gastransportleiding geraakt. De leiding bevatte het giftige ethyleen-oxide. Rond het lek ontstond een gaswolk. In het dorp ging de sirene af en moesten de inwoners binnenblijven.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: besmetting met giftige stof | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten

13 februari 2009: Brand ontzwavelingsinstallatie Kuwait raffinaderij, Europoort Rotterdam - geen slachtoffers
Om 20.55 uur vond een explosie plaats in een ontzwavelings-installatie van de Kuwait Petroleum raffinaderij aan de Moezelweg in Rotterdam Europoort. Na de explosie ontstond een hevige brand in de installatie. De explosie vond plaatst tijdens het stilleggen van de ontzwavelings-installatie, de oorzaak is nog niet bekend. De brandweer schaalde direct op naar GRIP 2, terwijl ook de rest van de raffinaderij werd stilgelegd. Met waterschermen en schuim werd de brand rond 10.30 uur onder controle gebracht en rond 2.00 uur geheel gedoofd. In de directe omgeving kwamen zwavelstoffen vrij, maar er was geen gevaar voor de omwonenden en er vielen geen gewonden.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend

11 juli 2009: Brand chemische industrie Nijmegen (GRIP3), Nijmegen - 1 dode
Bij het chemisch bedrijf Kelko aan de Winselingseweg in Nijmegen breekt rond 16.15 uur een zeer grote brand uit na een ontploffing in de hal waar cellulose wordt geproduceerd. Een medewerker van het bedrijf raakt zwaargewond en overlijdt later in het ziekenhuis. Het bedrijf maakt grondstoffen voor verdikkingsmiddelen, stabilisatoren en gommen voor de voedsel- en medicijn-productie. Uit voorzorg worden terrassen aan de Waalkade gesloten, wordt het scheepvaartverkeer op de Waal stilgelegd en moeten omwonenden ramen en deuren gesloten houden, maar er komen geen gevaarlijke stoffen vrij. Omwonenden worden per SMS-alert gewaarschuwd. De brandweer schaalt op tot GRIP3. Uit verschillende regio's komen meetploegen op om rond de fabriek op gevaarlijke stoffen te meten. Een blusboot houdt met 3 waterkanonnen de opslagtanks met zoutzuur en zuurstof nat.
categorie: chemie incident (grip 1/2) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend
bronnen: hulpverleningsforum, RTV Gelderland

21 juli 2010: Zeer grote brand kunststofverwerkingsbedrijf, Valkenswaard - 240 geëvacueerden
Rond 9.15 uur breekt brand uit bij Timco plastics in Valkenswaard. Timco verwerkt kunststof afval tot nieuwe plastic producten. De brand breidt zich razendsnel uit en slaat over naar 3 naastgelegen bedrijven. De brandweer zet een blus-compagnie in en schaalt op tot GRIP3. De sirenes gaan af om de bevolking op te roepen binnen te blijven en ramen en deuren gesloten te houden vanwege de mogelijk schadelijke rook. 46 woningen in de nabijheid worden ontruimd. In de loop van de middag breidt de brand zich niet verder uit, maar aan blussen valt niet te denken. De brandweer laat de panden gecontroleerd uitbranden. Rond 18.30 uur worden 2 verzorgingshuizen in de buurt ontruimd vanwege de aanhoudende dikke rook. Er vallen geen gewonden.
categorie: grootschalig incident (grip 3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend
bronnen: hulpverleningsforum, nu.nl, crisis.nl

Er zijn 46 incidenten in deze categorie.
Daarbij zijn 117 dodelijke slachtoffers te betreuren.
|