|
15 februari 1946: Explosie bij het onschadelijk maken van blindgange, Baarle Nassau - 7 doden
Een groep Duitse krijgsgevangenen wordt bij Baarle Nassau ingezet om munitie onschadelijk te maken. De geborgen, niet-ontplofte munitie wordt aan de Beukendreef, in het bos van Schaluinen, in een explosie-kuil gelegd om daar tot ontploffing te worden gebracht. In de middag van 15 februari 1946 wordt daar geprobeerd een handgranaat onschadelijk te maken, als deze plotseling tot ontsteking komt. De mannen schoppen het sissende projectiel van zich af, maar de handgranaat komt in de explosieven-kuil terecht en explodeert daar, tesamen met de daar opgeslagen en nog niet tot ontploffing gebrachte munitie. 7 Duitse krijgsgegevangenen komen om het leven. Een aantal anderen, en hun Nederlandse begeleiders raken zwaar gewond.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: explosie | object: industrie/fabriek | oorzaak: onbekend 
17 januari 1947: Explosie kruitfabriek, Muiden - 17 doden
De kruit- en springstoffenfabriek De Krijgsman in Muiden is vele jaren lang het toneel geweest van hevige explosies. Al twee eeuwen geleden is er een eerste verslag van: " Beschrijving van den ramp aan de buskruitfabriek De Krijgsman, nabij Muiden, op den 19den Jan. 1883". Er vielen toen 13 doden. Ook in 1924, 1925, 1947, 1948, 1949, 1963, 1966, 1972 en 1983 vinden er hevige en meestal dodelijke explosies plaats op het terrein. Op 17 januari 1947 explodeerde een opslag van granaten. De verwoesting was enorm en ook delen van Muiden werden getroffen door de drukgolf. 17 mensen kwamen om, waaronder 3 inwoners van Muiden. Welke schakels braken: Het werken met en het opslaan van hoog-explosieve materialen zoals munitie is een riskante bezigheid. Ondanks een groot scala aan veiligheidsmaatregelen is de kans op een ongecontroleerde ontploffing groot. De kruitfabriek ligt vlak bij bewoond gebied en aan de autosnelweg A1, waardoor de risico's voor de bevolking onverantwoord groot zijn. De oorzaak van de ontploffing in 1947 is niet bekend. En nu ? In 1983 vond de laatste ernstige explosie plaats in Muiden. 3 werknemers kwam toen om het leven. De werkzaamheden met hoog-explosief materiaal zouden sinds het failliet van Muiden Chemie in 1990 zijn gestopt. In 2003 heeft de fabriek het terrein verlaten.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
19 april 1947: Explosie in metaalwarenfabriek, Dordrecht - 4 doden, 7 gewonden
Geen verdere gegevens bekend.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: industrie/fabriek | oorzaak: onbekend 
8 juni 1948: Explosie vliegtuigbom, Schaarsbergen, Arnhem - 5 doden
In een voormalige Duitse bunker aan de Koningsweg in Schaarsbergen zijn 5 mannen van de Hulpverleningsdienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken bezig met het demonteren van een Duitse vliegtuigbom van 1500 kilo. Hoewel de bom geen ontsteker zou moeten bevatten, explodeert deze toch. De 5 mannen komen om het leven, de schade aan de bunker en de omgeving is enorm. De oorzaak van de explosie blijft onbekend.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: explosie | object: industrie/fabriek | oorzaak: onbekend zie ook http://home.hetnet.nl/~witie/BOM.htm
bronnen: archief Leeuwarder Courant

21 januari 1949: Explosie op kantoorark, Amsterdam - 5 doden, 2 gewonden
Op de werf van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij in Amsterdam Noord is het Rotterdamse bergingsbedrijf van den Akker bezig met het boven water halen van het in de oorlog tot zinken gebrachte droogdok 5, de Hendrik. Op 21 januari 1949 rond 8.30 uur explodeert de kantoor-ark van het bergingsbedrijf. 5 werknemers van het bedrijf komen om het leven, 2 anderen raken gewond. Bij de bergingswerkzaamheden werden explosieven gebruikt voor het onder water opruimen van resten staal, maar die zouden niet in de ark zijn opgeslagen. Mogelijk heeft een kachel benedendeks de explosie veroorzaakt.
categorie: scheepvaart incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: schip | oorzaak: onbekend bronnen: Archief Utrechts Nieuwsblad

5 april 1961: Gaslek op tanker Mathieson, Rotterdam - 7 doden, 30 gewonden
Op de Liberiaanse tanker "Mathieson" ontstaat een lek in de CO2 blusgas-installatie van de machinekamer. Daar zijn op dat moment 40 mensen van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij en de scheepsbemanning aan het werk. Het ontsnappende koolzuurgas verdringt de zuurstof in de machinekamer. Het reukloze gas wordt niet direct opgemerkt. 7 mensen komen om, 30 kunnen bewusteloos uit de machinekamer gehaald worden.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: schip | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen 
6 maart 1963: Dioxine besmettting Philips Duphar, Amsterdam - 4 doden, 50 zieken
Philips' chemietak Duphar produceert van 1955 tot 1963 onkruidbestrijdingsmiddelen aan de Ankerweg in Amsterdam. Op 6 maart 1963 raakt een reactorvat met 2,4,5-trichloorfenol oververhit. Het veiligheidsventiel komt in werking en blaast de inhoud van het vat de bedrijfshal in. De gevolgen blijven beperkt tot de fabriekshal, die hermetisch wordt afgesloten. Het is dan nog niet helemaal duidelijk hoe gevaarlijk de vrijgekomen stoffen zijn. Pas 3 jaar later kan het uiterst giftige dioxine worden aangetoond. Waarschijnlijk is zo'n 200 tot 250 gram dioxine vrijgekomen. De hal is zo vergiftigd dat deze moet worden gesloopt. De schoonmakers die de fabriekshal moeten slopen werken onder slechte arbeidsomstandigheden. 106 mensen worden blootgesteld aan de dioxine. 4 van hen overlijden later aan de gevolgen van de besmetting. 50 arbeiders krijgen ernstige gezondheidsklachten.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: besmetting met giftige stof | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling zie ook http://books.google.co.uk/books?id=V524J4zh06MC&pg=PA106&lpg=PA106&dq=1963+philips+dioxine&source=bl&ots=WEherPs0Vd&sig=Oy5WO48dAOUl_eF0WGep-djEoTk&hl=en&ei=7fmOSsGXKYHZ-QbSgoHzDQ&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=1#v=onepage&q=&f=false

12 augustus 1963: Explosie gasdistributiestation, Zeist - 1 dode
Op het terrein van het gasdistributiestation in Zeist explodeert een tank met 2400 m3 kraakgas. De tank vliegt direct in brand. Een medewerker van het distributiestation komt om het leven. 3 andere tanks in de nabijheid scheuren, maar raken niet in brand. De brandweren van Zeist, De Bilt en Driebergen krijgen assistentie van de militairen van de vliegbasis Soesterberg en van de Bescherming Bevolking. Kraakgas is een restproduct van de aardolie-raffinage en wordt - in afwachting van de komst van het in 1959 ontdekte Groningse aardgas - als stadsgas gebruikt voor huishoudelijk gebruik. De inwoners van Zeist worden met geluidwagens gevraagd hun gasleiding af te sluiten tijdens de brand.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend bronnen: Archief Leeuwarder Courant

15 november 1963: Gifwolk na brand in kunstmestfabriek Delta Chemie, Vlaardingen - geen slachtoffers
Bij een brand in een mengmest-opslag bij kunstmestfabriek Delta Chemie worden in de gele rookwolken nitreuse stoffen gevonden. De giftige rook trekt over het Westland, waar iedereen binnen moet blijven en ramen en deuren sluiten.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling 
15 juni 1965: Scheepsbrand Ronastar, Botlek - 16 doden
De Noorse olietanker Ronastar lag op de Verolme Tanker Cleaning werf in het Rotterdamse Botlekgebied om de tanks te laten reinigen. Een smerig en gevaarlijk karwei dat vaak werd overgelaten aan clandestiene werklui die via koppelbazen werden ingehuurd. Voordat begonnen kan worden met het schoonschrapen van de olietanks moet eerst worden gemeten of deze tanks gasvrij zijn. Desondanks vonden er toch tijdens het schoonmaken 2 zware explosies plaats in het middendeel van het 200 meter lange schip. Er brak onmiddellijk een hevige brand uit, die vanwege het explosiegevaar slechts op afstand geblust kon worden. Uiteindelijk brak het schip doormidden en zonk gedeeltelijk. Het duurde geruime tijd voordat in het oververhitte schip de lichamen van 16 schoonmakers werden aangetroffen. Welke schakels braken? De oorzaak van de explosies is nooit duidelijk geworden. En nu? Een grondige gasmeting is nog altijd de enige manier om er zeker van te zijn dat er geen explosiegevaar is. Toch vinden er regelmatig explosies plaats in lege of halflege tanks doordat er werkzaamheden worden uitgevoerd zonder dat er grondig onderzocht is of er explosieve mengsels aanwezig zijn.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: schip | oorzaak: onbekend lees meer...
bronnen: Grote branden in de lage landen, Jan Broekman. © 1985 Kon. Vermande ISBN 90 6040 767 9

20 januari 1968: Explosie olietank Shell, Pernis - 2 doden, 85 gewonden
In 1968 is de Shell Raffinaderij in Pernis de grootste van Europa. Op het enorme complex worden vele soorten aardolieproducten gemaakt uit ruwe olie. Het schoonmaken van de installaties en leidingen gaat veelal met heet water en stoom. Het water, vermengd met de olieresten, wordt slop genoemd. Het wordt opgevangen in slop tanks, om later in een apart proces gescheiden te worden. Op zaterdag 20 januari 1968 zit tank 402 helemaal vol met 1575 m3 slop. De slop wordt verwarmd door stoom van 130 graden uit een aanvoerleiding en raakt aan de kook. Door het koken valt het olie-water mengsel in de tank uitéén en ontstaat boven het vloeistof- oppervlak een explosief gasmengsel. De druk in de tank loopt snel op en het explosieve gasmengsel wordt door ventielen en overlopen uit de tank geblazen. Om 4.23 uur explodeert de gaswolk buiten de tank. Door deze explosie onstaat een domino-effect, waarbij eerst in tank 402 een BLEVE (Boiling Liqour Expanding Vapour Explosion) ontstaat. De brandende olieslop en brokstukken van de tank vliegen in het rond, waardoor overal op het raffinaderij-complex andere branden en explosies ontstaan. Er vallen 2 doden en 85 gewonden, waarvan 9 ernstig. Op het terrein worden 3 kraak-installaties, een zwavel fabriek en 80 opslagtanks verwoest. In de nabijgelegen dorpen Pernis en Hoogvliet sneuvelen ruiten. Welke schakels braken: De initiële explosie vond buiten tank 402 plaats en was een zg. VCE - Vapour Cloud Explosion, waarbij een dichte wolk hoogexplosief gas in de buitenlucht in contact komt met een hittebron en explodeert. Door het domino-effect van deze explosie ontstond er in 2e instantie een BLEVE in de al kokende tank. Een BLEVE ontstaat wanneer vloeistof in een tank gaat koken door verhitting, bijvoorbeeld door brand. Boven het vloeistof oppervlak vormt zich een heet gasmengsel, waardoor de druk in de tank oploopt. Door de verhitting en de druk wordt de tankwand zwak en gaat scheuren. De kokende, vloeibare inhoud van de tank wordt door de druk uit de tank geperst, vliegt daarbij in brand en verspreidt zich al brandend over een groot oppervlak. Het is onbekend waarom de slop in tank 402 verhit kon worden door stoom uit een aanvoerleiding. Ook is onbekend waardoor het gasmengsel buiten de tank explodeerde. En nu? In 1968 was de petrochemische techniek nog niet zo ver gevorderd dat het risico van VCE's en BLEVE's beheersbaar was. Tegenwoordig kunnen tanks worden voorzien van materiaal dat de hitte over een zeer groot oppervlak verspreidt, waardoor er geen hete gassen kunnen ontstaan. De drijvende tankdeksels sluiten de vloeistof helemaal af. Electronische meetapparatuur waarschuwt tegen stijgingen van temperatuur en druk. Gas-explosie meters geven aan hoe dicht - en dus hoe explosief - een gasmensel is. Maar door de complexiteit van de installaties en de extreme omstandigheden (druk en hitte) waarin gevaarlijke stoffen worden behandeld, is er altijd een relatief hoog rest-risico. (met dank aan R. de Haan - explocontrol.com)
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen bronnen: www.voeks.nl/Nieuws/j52e09.htm,
lorien.ncl.ac.uk/ming/safety/rm/Fire-and-Explosion.pdf
www.redproteger.com.ar/Escuela%20de%20Seguridad/Grandes_Accidentes/grandes_accidentes.htm

28 februari 1968: Explosie Shell raffinaderij, Pernis - 2 doden
Nadat op 20 januari 1968 al 2 doden vielen bij een explosie van een olietank op het terrein van de Shell raffinaderij bij Pernis, komen daar nu weer 2 medewerkers om als een koolmonoxide boiler waarop ze aan het werk zijn, explodeert. De schade aan de omgeving en aan de raffinaderij is ditmaal gering.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend bronnen: Archief Leeuwarder Courant

8 maart 1968: Brand verffabriek Sikkens, Sassenheim - 2 gewonden
Na een klein brandje in de verffabriek van Sikkens wordt bij het opruimen van de slangen vaten met verfverdunner omgegooid. De zeer brandbare verfverdunner mengt zich met het bluswater en vliegt in brand. De brandende vloeistof verspreidt zich over het terrein en veroorzaakt een domino-effect van grote branden in de fabriek. 2 brandweerlieden raken gewond, waarvan één ernstig.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten 
12 juli 1968: Explosie Agua Clara, Schiedam - 6 doden, 7 gewonden
De Panamese olietanker Agua Clara ligt voor schoonmaak werkzaamheden aan de wal van de NV Tanker Cleaning in Schiedam. Tijdens het werk aan de wingtanks nr. 4 en 5 aan bakboordzijde vindt een zware explosie plaats, die een gat van 40 bij 15 meter in de romp slaat. Er breekt geen brand uit. 6 leden van de 38-koppige bemanning komen om het leven. 7 classificeerders raken zwaar gewond.
categorie: scheepvaart incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: schip | oorzaak: onbekend bronnen: met dank aan Sven van Beek; archief Leeuwarder Courant

12 december 1968: Explosie olietanker Diana, Amsterdam - 13 doden, 2 gewonden
De olietanker Diana ligt op de avond van 12 december aan de loswal van de Mobil Oil raffinaderij in het westelijk havengebied van Amsterdam. Door onbekende oorzaak vinden er zware explosies plaats, waarna het schip al snel van voor tot achter in brand staat. Tijdens de explosie zijn er 50 mensen aan boord. Een groep bemanningsleden raakt op het achterschip ingesloten door het vuur: Sommigen weten via de trossen de wallekant te bereiken maar anderen komen in het donkere en ijskoude water van de Australiëhaven terecht. 14 van hen kunnen door personeel van de raffinaderij op de kant worden geholpen, maar 13 mensen komen in het water om het leven. Welke schakels braken: De oorzaak van de explosies is nooit duidelijk geworden. Vreemd ? Op de in 1965 gebouwde Diana had zich ook in 1966 al een explosie aan boord voorgedaan toen het schip buiten Hoek van Holland op een ander schip was gebotst. Daarbij kwamen 2 opvarenden om. De reparatie duurde 5 maanden.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: schip | oorzaak: onbekend bronnen: jaarverslag gemeente amsterdam 1968, Archief Leeuwarder Courant

20 november 1969: Explosie kerosinetank COMOS, Amsterdam - 1 gewonde
Op het tankpark van COMOS (tegenwoordig Europoint) in het westelijk havengebied van Amsterdam raakt een opslagtank met 2 miljoen liter kerosine in brand na een explosie. De brandweer laat de tank uitbranden en koelt de tankwand en de omliggende tanks, zodat er geen BLEVE ontstaat. Na 29 uur was 2 miljoen liter verbrand.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
14 april 1970: Lek in chloorgastank, Leiden - 47 gewonden
Geen verdere gegevens bekend
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
10 augustus 1971: Explosie Marbon, Amsterdam - 9 doden, 22 gewonden
Om 14.57 uur gaat op de Centrale Seinzaal van de Amsterdamse brandweer de brandmelder af van het chemisch bedrijf Marbon Europe aan de Cyprusweg in Amsterdam. Terwijl de autospuit van kazerne Teunis aan het Jan van Schaffelaarplatsoen uitrukt, krijgt de centralist van de Marbon portier te horen dat er geen brand is, maar een lekkage van een butadieen leiding. Bij Marbon wordt ABS Plastic gemaakt, een hoogwaardige kunststof voor meubels en speelgoed. Bij de fabricage worden onder hoge druk brandbare, explosieve en giftige stoffen zoals acrylnitril, butadieen en styreen samengeperst. In een trappenhuis van de latex afdeling is een leiding met butadieen op een flens gaan lekken. Het butadieen vormt een schuimlaag van een halve meter in het trappenhuis, met erboven een zeer explosief gasmengsel. De Marbon bedrijfsbrandweer gaat, geholpen door de Amsterdamse brandweer, een weg door het schuim spuiten om bij het lek te kunnen komen. Om 15.30 uur, terwijl de brandweerlieden bezig zijn met het uitrollen van de slangen, explodeert het gasmengsel. Er ontstaat een felle brand en de latex afdeling stort gedeeltelijk in. 4 mensen van de Marbon bedrijfsbrandweer en 5 brandweerlieden van de eerst uitgerukte autospuit Teunis komen om, 22 mensen raken gewond. Welke schakels braken ? Het gasmengsel dat zich in de afgesloten ruimte boven het butadieen schuim heeft gevormt is uiterst explosief. Het niet bekend wat het gas heeft doen exploderen, maar het geringste vonkje is genoeg. Het is ook niet bekend waarom de butadieen leiding op een zogenaamde blindflens is is gaan lekken. Er deden zich regelmatig kleine lekkages voor in het bedrijf. De beslissing om met water een weg door het schuim vrij te maken om het lek te dichten, lijkt een fatale fout. Het risico van extra gasvorming en explosies werd daardoor verhoogd. Bovendien was het reactorvat na de lekkage bijna leeg, zodat het afdichten van het lek op dat moment weinig zin meer had. Het is echter niet bekend waarom daartoe besloten werd. Waarschijnlijk had men geen idee hoe het probleem aangepakt moest worden en welke gevaren men bij de gekozen aanpak liep. En nu ? Er was in 1971 nog geen sprake van een structurele, professionele aanpak van chemische incidenten, terwijl ook de uitrusting van de brandweer niet toereikend was voor het bestrijden daarvan. Na de ramp ontstond er in brandweerkringen heftige discussies of zij wel degenen moesten zijn die in de frontlijn van zeer risicovolle chemisch-industriële incidenten moesten staan met alleen een waterslang in de hand. De Marbon ramp markeert een belangrijke stap vooruit in het denken over en omgaan met industriële risico's: Vanaf dat moment komen Rampenplannen, Rampenbestrijdingsplannen en Aanvalsplannen op de agenda van Brandweer Nederland. De hinderwet en vestigingsvergunningen voor risicovolle bedrijven werden meer dan een formaliteit, en de noodzaak daarvan werd nog duidelijker na de dioxine-explosie in het Italiaanse Seveso in 1976. Vanaf dat moment werden de rampenbestrijding en de preparatie op chemische incidenten steeds verder geprofessionaliseerd, waarmee niet gezegd is dat alle risico's vandaag de dag beheersbaar zijn.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen lees meer...
zie ook http://www.nbdc.nl/cms/show/id=678682
bronnen: De Amsterdamse brandweer op weg naar de toekomst, Gerard Koppers, © 1999 HHS ISBN 90 70674 15 7

20 augustus 1971: Explosie in lijmfabriek, Delft - 1 dode, 8 gewonden
Na een explosie vliegt de ontvettingshal van de Lijm en GelatineFabriek in Delft in brand. Bij de hal ligt een benzineopslag met 10.000 liter benzine, die ook vlam vat. 1 werknemer komt om het leven, 8 anderen raken gewond. Tot in de verre omtrek sneuvelen de ruiten. De oorzaak van de explosie is waarschijnlijk blikseminslag.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: natuurverschijnsel bronnen: archief Leeuwarder Courant

10 januari 1972: Explosie Dow Chemical, Terneuzen - 1 dode, 1 gewonde
Bij laswerkzaamheden aan een tank op het terrein van de chemische fabriek Dow Chemical in Terneuzen explodeert de tank. De tank is gevuld met een oplossing van natriumhydroxyde (caustic soda). Een pijpfitter komt om het leven, een lasser raakt gewond.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling bronnen: archief Leeuwarder Courant

5 september 1975: Explosie benzineopslag Broermanns, Roosendaal - 1 dode, 1 gewonde
Die avond is een binnenvaarttanker 400.000 liter super benzine aan het overpompen in een opslagtank van Broermanns aan de Roosendaalse Vliet. De tank kan 200.000 liter bevatten, maar men ziet te laat dat de tank vol is. De benzine stroomt via een ontluchtingsleiding uit de tank. Daarbij komen explosieve gassen vrij, die door onbekende oorzaak exploderen. Twee opslagtanks en de vulslang vanaf de binnenvaarttanker raken in brand. Brandende benzine komt in de haven terecht en bedreigt daar 2 tankschepen die daar aangemeerd liggen. De schepen kunnen nog net op tijd worden weggevaren. De brandweer laat de tanks uitbranden en koelt de omliggende tanks.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen 
7 november 1975: Explosie DSM, Geleen - 14 doden, 109 gewonden
Op de locatie Zuid van de chemische voortzetting van De StaatsMijnen in Geleen werd op 7 november 1975 de naftakraker II weer opgestart na een revisiebeurt. Het opstartproces was op 5 november begonnen en in de ochtend van 7 november werd er in de ovens onder hoge druk en temperatuur weer nafta gekraakt. In de kraker wordt vloeibare nafta door buizen geleid en verhit. Daarbij vallen de moleculen uiteen en ontstaan andere chemische verbindingen, die door samenpersing van het gas worden gescheiden. DSM maakt uit deze halfproducten kunststoffen. Om 9.50 uur brak een leiding in de compressie-eenheid, waardoor een mengsel van tot vloeistof verdichte gassen (propaan, butaan en butadieen) onder hoge druk vrijkwam en langs de hete ovens stroomde. Het gas explodeerde onmiddelijk, een zg. Vapour Cloud Explosion. De enorme kracht van de explosie verwoestte tal van installaties rond de kraker en joeg een schokgolf over het verkeer van de nabijgelegen snelweg. Overal rondom de kraker ontstonden felle branden in leidingstraten en opslagtanks. Direct werden alle activiteiten op het terrein stilgelegd en trachtte de DSMbedrijfsbrandweer zoveel mogelijk medewerkers te redden. Pas op 12 november slaagde men erin alle branden te blussen. 14 medewerkers van DSM kwamen om, 109 mensen raakten gewond. De bevolking in de plaatsen rondom de DSMlocatie Zuid liep geen gevaar. Welke schakels braken: Het kraken van explosieve mengsels onder hoge druk en temperatuur is een riskant proces waarbij een kleine afwijking in de installatie, een miniscuul scheurtje in een buis, al snel tot grote gevolgen kan leiden. De naftakraker werd herstart nadat hij voor onderhoud enige dagen stil had gelegen. De leidingbreuk zou zijn veroorzaakt door het broos worden van een las ten gevolge van temperatuurschommelingen. En nu ? De petro-chemische industrie in de westerse wereld heeft een heel goed 'track-record' als het gaat om het in stand houden van de veiligheidsketen. Door de complexiteit van de installaties en de extreme omstandigheden (druk en hitte) waarin gevaarlijke stoffen worden behandeld, is er altijd een relatief hoog rest-risico. Zie ook Explosie Pernis 1968. Vreemd ? De Stichting Nabestaanden DSMramp heeft na een jarenlang proces in augustus 2002 DSM en de overheid gerechtelijk gedwongen onderzoeksrapporten over de ramp vrij te geven. Daaruit zou moeten blijken dat DSM veiligheidsregels zou hebben overtreden en aldus aansprakelijk te stellen is. Deze aansprakelijkheid is tot dusverre altijd afgewezen. Er werkten mensen in de technische ruimten van de kraker zonder dat daar noodzaak voor was. Daardoor liepen ze onnodige risico's. Zo was één slachtoffer een transportmedewerker die een kantoortje had in de meetafdeling van de kraker.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen lees meer...
bronnen: Grote branden in de lage landen, Jan Broekman. © 1985 Kon. Vermande ISBN 90 6040 767 9, Het Parool 20/09/2002

11 juli 1978: LPG explosie, Los Alfaques, Spanje - 10 NL-doden, totaal 216 doden, 130 gewonden
Op een weg naast een camping Los Alfaques bij het plaatsje San Carlos de la Rápita (Tarragona) kwam een tankwagen met vloeibaar propyleengas (LPG) in botsing met een muur en raakte van de weg af. De tankwagen kwam terecht op het kampeerterrein en de 43.000 liter propyleen explodeerde ten gevolge van een BLEVE . Een terrein van 300 vierkante meter werd tot boven de 2000 graden celsius verhit. 102 mensen kwamen direct om in de vuurzee, 130 raakten zeer zwaar gewond. Uiteindelijk liep het totaal aantal doden op tot 216, waaronder 10 Nederlanders. Welke schakels braken: De exacte toedracht van het ongeval is onbekend. Mogelijk is de tank enkelwandig geweest en waren de wielen van de truck direct aan de tank gemonteerd. Deze constructie is voor het vervoer van gevaarlijke stoffen ongewenst omdat de tank zelf dan alle klappen moet opvangen en snel doorboord kan worden. Bij tankbranden met vloeibare aardolieproducten kunnen ten gevolge van het koken van de vloeistof hoog-explosieve gassen vrijkomen. Bij de explosie van die gassen wordt de tank vernield en de brandende vloeistof uit de tank geblazen en verspreid over een groot gebied. Dit verschijnsel wordt een BLEVE genoemd: Boiling-Liquid Expanding-Vapour Explosion, zie Explosie Pernis 1968. En nu ? Rampen als deze zijn niet uit te sluiten. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is een risicovolle bezigheid. Daarom is het LPG vervoer aan strenge regels gebonden en wil de overheid LPG-opslag en -transport uit de buurt van woonwijken hebben, maar dat is niet altijd te realiseren. Het gebruik van een dubbelwandige tank die op een chassis gemonteerd wordt voorkomt dat de tank bij een incident snel beschadigd wordt, maar uit te sluiten is dit niet. Een tank moet voorzien zijn van veiligheidsventielen die bij oplopende druk de gassen snel kunnen afvoeren. Ook kan de tank zelf worden voorzien van materialen die hittevorming tegengaan. Buiten de tank kunnen stationaire blusinstallaties de brandende tank tijdig koelen en vrijkomende explosieve gassen neerslaan. Als de brandende vloeistof vervolgens met blusschuim kan worden afgedekt is een BLEVE te voorkomen.
categorie: ramp buiten nederland | aard: explosie | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: onbekend bronnen: www.msc.es/salud/epidemiologia/resp/199806/colaboracion.htm

24 juni 1981: Explosie Agios Ioannis, Botlek - 8 doden, 1 gewonde
De Griekse Agios Ioannis is een zogenaamd OBO(Ore, Bulk, Oil)-schip, een combinatie van tanker en bulkcarrier. Het schip ligt in het Calandkanaal zijn bulklading erts over te laden als er een ontploffing op het achterschip plaatsvindt. 8 Engelse werklieden komen om, 1 havenarbeider raakt zwaar gewond. De olietanks waren leeg, maar de inert-gas installatie van het schip had niet gewerkt, zo constateerde de Rotterdamse rivierpolitie in hun onderzoek naar de oorzaak van de explosie: Het insert-gas systeem moet de olietanks met een inert gas vullen, zodat er zich geen explosief gasmengsel kan vormen, maar in de machinekamer vond de politie een aantekening dat een belangrijk onderdeel van het systeem nog geleverd en gemonteerd moest worden. De Griekse kapitein gaf toch toestemming om laswerkzaamheden aan de luiken te verrichten. Bij het lassen kwam het gasmengsel in een tank op het achterschip tot ontploffing. De explosie was zo krachtig dat er een scheur van 60 meter in het achterschip ontstond, waardoor het schip onherstelbaar beschadigd raakte. Een loodzware lastrafo werd een kilometer verderop teruggevonden. De kapitein en de machinist werden aangehouden. Hen werd dood door schuld ten laste gelegd.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: explosie | object: schip | oorzaak: achterstallig of gebrekkig onderhoud zie ook http://www.shipspotting.com/gallery/photo.php?lid=577002
bronnen: www.kustvaartforum.com. Met dank aan de heer Krabbendam voor de aanvullende informatie.

18 juli 1983: Explosie AP-23 landmijn, Oldebroek - 7 doden, 9 gewonden
In een klaslokaal op de legerbasis bij Oldebroek krijgen dienstplichtige soldaten les in het omgaan met landmijnen. De instructeur gebruikt bij de les een echte AP-23 landmijn, die echter niet op scherp staat. Toch explodeert de mijn. 7 militairen komen om het leven, 9 raken zwaar gewond. Een jaar later explodeert weer een AP-23 landmijn spontaan, waarbij nog een militair om het leven komt. "Klokkenluider" Fred Spijkers, maatschappelijk werker bij defensie, legt bloot dat de AP-23 mijnen ondeugdelijk zijn. Maar rond de AP-23 staan grote belangen op het spel bij Defensie: Defensie laat eind jaren '60 bij wapenfabriek Eurometaal in Zaandam een nieuw type anti-personeelsmijn ontwikkelen: de AP-23. De landmijn wordt in grote getalen geproduceerd, hoewel al vanaf het begin van het project bekend is dat de AP-23 een construtiefout bevat. Daar wordt echter niets aan gedaan door de hoge ambtenaren van Defensie, die een persoonlijk financieël belang hebben bij de landmijn en de risico's liever onder de pet houden. Defensie blijkt ook niet kinderachtig in de omgang met klokkenluidend personeel: Spijkers wordt met de dood bedreigd en er worden enige aanslagen op hem gepleegd. Uiteindelijk komt de affaire toch in de publiciteit. Maar wat er precies met de grote voorraad ondeugdelijke AP-23's is gebeurd, blijft onduidelijk. Volgens sommigen worden de mijnen "geparkeerd" bij vuurwerkfabriek SE Fireworks in Enschede, waar ze in 2000 zo hun eigen bijdrage aan de vuurwerkramp zouden hebben geleverd.
categorie: incident (grip 1/2) | aard: explosie | object: industrie/fabriek | oorzaak: ontwerp- of constructie-fout zie ook http://www.ombudsman.nl/nieuws/persberichten/1999/landmijnen.asp

0 juni 1987: Chloorgas wolk zwembad Eemhof, Zeewolde - 94 gewonden
Zwembaden hebben een behoorlijke hoeveelheid chloor opgeslagen voor de zuivering van het zwemwater. In juni 1987 kwam er door onbekende oorzaak chloorgas vrij in het zwembad van de Eemhof. Chloorgas kan de longen zo ernstig beschadigen dat het leidt tot de verstikkingsdood.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: stadion/sporthal | oorzaak: onbekend 
17 oktober 1989: Explosie Paktank, Botlek - 3 doden, 2 gewonden
In het tankpark van Paktank in het Botlekgebied explodeert tijdens werkzaamheden met een slijpschijf een opslagtank met acrylonytril, een met chloor vergelijkbare giftige stof. Volgens de administratie zou de tank leeg zijn, maar er werd een logboek van een verkeerde week geraadpleegd.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: miscommunicatie / fout in administraties 
14 mei 1990: Explosie gastank Esso, Botlek - 1 dode
Een lege gastank explodeert tijdens schilderwerkzaamheden.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling 
14 februari 1991: Explosie bij MS Vuurwerk, Culemborg - 2 doden
Aan de Diefdijk, ver buiten de bebouwde kom van Culemborg, heeft het evenementen vuurwerkbedrijf MS Vuurwerk 3 gebouwen met vuurwerkopslag-bunkers. In deze bunkers bevindt zich vuurwerk in de gevarenklasse 1.3, maar er is ook zwart kruit in de klasse 1.1 aanwezig. In de werkplaatsen bij de bunkers wordt het vuurwerk voor de evenementen geprepareerd. Op de koude winterochtend van 14 februari 1991, rond 11.50 uur, explodeert vuurwerk bij gebouw C, bestaande uit 3 opslagbunkers en 2 werkbunkers. Er volgt direct daarop een tweede, veel zwaardere explosie die gebouwen tot 5 kilometer in de omtrek zwaar beschadigd. 2 pesoneelsleden komen om het leven, de directeur van MS Vuurwerk raakt zwaargewond, tientallen mensen in de omgeving raken lichtgewond door rondvliegend glas en puin. Uitvoerig onderzoek van TNO brengt aan het licht dat de combinatie van een paar kilo zwart kruit in combinatie met veel vuurwerk in de klasse 1.3 tot een massa explosie kan leiden, die in Culemborg een kracht van 2000 tot 8500 kilo TNT moet hebben gehad. Journalist Simon Vuijk laat in zijn boek "De waarheid achter de vuurwerkramp" zien dat er na de explosie in Culemborg in 1991, ondanks de heldere onderzoeksresultaten van TNO, door de overheid geen lering is getrokken ten aanzien van de regelgeving voor de vuurwerkbranche, zodat in 2000 de vuurwerkopslag van SE Fireworks door precies dezelfde combinatie van 1.1 en 1.3 vuurwerk kan exploderen.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend bronnen: De waarheid achter de vuurwerkramp, Simon Vuijk 2010

13 december 1991: Explosie opslagtank DSM, Botlek - 7 doden, 3 gewonden
Bij DSM Chemicals in het Botlekgebied explodeert tijdens onderhoudswerkzaamheden een tank met resten benzoëzuur, een licht ontvlambare stof die in combinatie met zuurstof gemakkelijk reageert.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
30 juni 1992: Brand LPG opslag, Lijnden, Haarlemmermeer - geen slachtoffers
Bij een LPG opslag in Lijnden, gemeente Haarlemmermeer, wordt bij werkzaamheden aan een propaantank een verkeerde plug verwijderd. Uit de tank komt een gaswolk vrij, die vrijwel onmiddelijk explodeert als een pomp in de buurt aanslaat. Door de explosie wordt een dieseltankwagen in brand gezet. Drie ondergrondse opslagtanks met 50.000 liter propaan, butaan en LPG worden door de hitte aangestraald. De brandweer, bijgestaan door 2 crashtenders van de nabijgelegen luchthaven Schiphol, legt een waterscherm tussen de tankwagen en de gastanks, maar kan niet voorkomen dat de oliebrand zich uitbreidt. Omdat door de hitte de gastanks een risico op overkoken (een BLEVE) gaan vormen, wordt besloten 2 tanks af te fakkelen.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: besturings- of bedieningsfout 
8 juli 1992: Explosie Cindu, Uithoorn - 3 doden, 11 gewonden
Bij Cindu dochter Nevcin Polymers in Uithoorn worden onder hoge druk en temperatuur kunstharsen gemaakt. In de nacht van 8 juli 1992 begon een proces-operator met het vullen van de HP-1 reactorketel, waarna de ketel met stoom werd opgewarmd. Om 9.20 uur liep de temperatuur in de ketel op boven de veilige grens. Ondertussen bleek uit onderzoek van het mengsel dat de ketel met een foutief mengsel was gevuld. Daarop rukte de Cindu bedrijfsbrandweer uit om de ketel te koelen. Het proces was echter niet te stoppen en om 9.53 kookte de ketel over, gevolgd door een zware explosie. 3 bedrijfsbrandwachten kwamen om het leven, 11 andere Nevcin medewerkers raakten gewond. De tankdelen werden over grote afstanden weggeslingerd, waardoor her en der op het terrein zware branden ontstonden. Welke schakels braken: De leerlingproces-operator vulde ketel HP-1 aan de hand van een recept waarop het verkeerde tanknummer was ingevuld. Hierdoor werd de HP-1 gevuld met een verkeerd mengsel. Tijdens het vullen was een monster genomen van het mengsel, maar dat was niet direct gecontroleerd. Pas toen de temperatuur na een uur of 5 opwarmen oncontroleerbaar opliep, controleerde het lab het mengsel en werd de fout ontdekt. Toen was ingrijpen al te laat. En nu ? Het handmatig uitvoeren van processen aan de hand van handgeschreven recepten en tanknummers houdt een groot risico van menselijk falen in. Verregaande proces-automatisering kan dit risico verminderen. Tegenwoordig worden dergelijke complexe chemische recepten digitaal opgesteld, gecontroleerd en overgebracht in de operating systemen. Door de combinatie van giftige, brandbare of explosieve stoffen onder hoge druk en temperatuur blijft echter een hoog restrisico bestaan. Vreemd ? De burgemeester van Uithoorn hoorde en zag de fabriek exploderen en gaf al om 10.05 uur zonder overleg met de hulpdiensten ter plaatse een rampenverklaring af. Hij tuigde direct een Gemeentelijke RampenStaf op, maar daarvan waren de centrale meldkamers van politie, brandweer en GGD echter niet op de hoogte. Lange tijd opereerden het COmmando RampTerrein en de Gemeentelijke RampenStaf langs elkaar heen omdat ze geen contact met elkaar hadden. Telefoonlijnen waren overbelast en ten stadhuize wist men niet hoe het wel aanwezige Nationaal Noodnet werkte. Dit versterkte de chaos, hoewel de operationele eenheden op het rampterrein er betrekkelijk weinig last van hadden. De brand was namelijk al in vroeg stadium meester, hoewel nog lang niet geblust.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: besturings- of bedieningsfout lees meer...
bronnen: De Amsterdamse brandweer op weg naar de toekomst, Gerard Koppers, © 1999 HHS ISBN 90 70674 15 7, www.nbdc.nl

18 september 1993: Stofexplosie in houtvezel industrie, Langerak - 3 doden, 14 gewonden
Labee Vezelpers in Langerak, gemeente Liesveld, verwerkt houtafval tot geperste vezelproducten zoals openhaard blokken. Op zaterdag 18 september 1993 brak rond 15.00 uur brand uit in een technische ruimte boven de houtvezel opslagbunkers. De zichtbare brand was snel geblust, maar een smeulbrand tussen de vloeren en de opslagbunkers werd niet direct opgemerkt. Wel ging de brandweer de vloeren tussen de vezelopslag en de technische ruimte openbreken om te zien of er sprake was van branddoorslag. Terwijl veel brandweermensen in die ruimtes daarmee bezig waren, deed zich om 17.43 uur opeens een zeer heftige stof-explosie voor in de bunkerloods. 2 brandweerlieden en een werknemer van de fabriek kwamen om het leven, 14 anderen raakten gewond. Een stofexplosie kan zich voordien wanneer de verhouding tussen zuurstof en - op zichzelf licht brandbare - stoffen zoals houtvezels en meel zo optimaal wordt dat een uiterst explosief gasmengsel ontstaat. In Langerak deed zich dit voor in de stoffige ruimtes tussen de bunkers, waar het vezelstof opgewarmd werd door een smeulbrand en zuurstof van buiten werd aangezogen door de brand. Stofexplosies breiden zich snel en heftig uit omdat door de stofwervelingen kettingreacties gaan ontstaan. De smeulbrand was waarschijnlijk al rond 14.00 uur begonnen door wrijving van de transportband-aandrijving nadat de band was vastgelopen.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: industrie/fabriek | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling zie ook http://www.nifv.nl/upload/138504_668_1223623697265-rapport_langerak.pdf

8 april 1994: Explosie Eurofill Aerosols, Zaandam - 1 dode, 7 gewonden
Eurofill Aerosols vult allerlei soorten spuitbussen met chemicaliën. Een vat met 1000 liter brandbare vloeistof valt van een vorkheftruck en raakt in brand. Door de enorme hoeveelheid brandbare stof in duizenden spuitbusflessen kan de brand zich zeer snel uitbreiden, maar de brandweer kan voorkomen dat vier opslagtanks, elk met 19.000 liter butaan of propaan, de lucht ingaan.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen 
28 februari 1996: Brand in chemisch bedrijf CMI, Rotterdam - geen slachtoffers
Een opslagloods met chemicaliën van het opslagbedrijf CMI aan de Keilehaven in Rotterdam raakt in brand. Het is niet bekend wat er in de loods zit, maar de felgekleurde rookwolken duiden op giftige stoffen. Gelukkig staat de wind gunstig en komen de gifwolken niet in de buurt van woningen.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
28 januari 1997: Explosie bij pigmentfabriek Kemira, Botlek - 1 dode, 3 gewonden
Achtergebleven resten titaantetrachloride reageren vermoedelijk met stoom die tijdens schoonmaakwerkzaamheden door een leiding wordt gepompt.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen 
3 juli 1998: Explosie Shell, Pernis - 1 dode, 14 gewonden
Op het raffinaderijterrein van Shell explodeert een tank met methyl-tert-butylether (MTBE). MTBE wordt aan benzine toegevoegd om de klopvastheid te verhogen. De stof is sterk ontvlambaar, met een hoge kans op brand. De dampen zijn zwaarder dan lucht en kunnen een Vapour Cloud Explosion veroorzaken. Aan de tank werden onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. De oorzaak van de explosie is onbekend.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
12 mei 2000: Brand bij afvalbedrijf ATF (Essent Milieu), Drachten - 124 zieken
Bij een brand in een opslag van klein chemisch afval van Essent Milieu (beter bekend als ATF) verbrandt 480 ton chemisch afval ongecontroleerd. PCB's ( polychloorbifenyl) en dioxine worden over de weilanden in buurt verspreidt. In de wijde omgeving worden verhoogde concentraties giftige stoffen gevonden. Mogelijk liepen 124 mensen gezondheidsklachten op, zo blijkt uit een gezondheidsstudie door de provincie Friesland.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
13 mei 2000: Explosie vuurwerkopslagplaats, Enschede - 23 doden, 900 gewonden
Om 15.03 kwam een brandmelding binnen van een buitenbrand op het terrein van vuurwerkbedrijf SE Fireworks in de woonwijk Roombeek-West in Noord Enschede. De met 4 voertuigen uitgerukte brandweer ving aan met blussen, maar om 15.34 uur vonden er 2 zeer zware vuurwerkexplosies plaats. De tweede explosie verwoestte 400 woningen en veroorzaakte overal grote branden, onder andere bij de aangrenzende Grolsh fabriek, waar een methaantank dreigde te ontploffen. De brandweer slaagde erin dit gevaar te bezweren. Er vielen 22 doden en meer dan 900 gewonden. Een 23e slachtoffer overleed op 2 oktober 2000. Welke schakels braken: Uit het NIBRAonderzoeksrapport: "Het ging in bijna alle schakels van de veiligheidsketen mis. Als de preventietaak op een goede wijze ingevuld was geweest, had de ramp niet plaatsgevonden." De opslag was anders gebouwd dan waarvoor vergunning was verleend. Er waren onbeveiligde zeecontainers in gebruik, die niet geschikt waren voor de opslag van zwaar vuurwerk. Er was geen sprinklerinstallatie. Er lag zeer explosief schietkatoen in daarvoor ongeschikte verpakkingen. De brandweer, die met tekort aan personeel was uitgerukt, heeft geen goede verkenning van het terrein van de vuurwerkfabriek uitgevoerd. Volgens de commissie Oosting is daardoor een brand tussen 2 zeecontainers over het hoofd gezien, dat de inleiding zou zijn geweest tot de eerste van drie steeds zwaardere explosies. Tot overmaat van ramp gebeurde dit alles in een dichtbevolkte woonwijk. Het hele vergunningenstelsel en de controle daarop bleek echter in de praktijk door onderbezetting niet te functioneren. En nu ? De hele vuurwerkbranche werd direct aan extra controles onderworpen, maar ernstige misstanden werden niet aangetroffen. Wel werd duidelijk dat het uit China geïmporteerde vuurwerk niet correct gelabeld was. Her en der in het land drongen buurtbewoners aan op verplaatsing van de opslagen, maar in het overvolle Nederland kan niet makkelijk ruimte gevonden worden waar rondom een straal van 5 kilometer leeg blijft, zoals bijvoorbeeld in Amerika aangehouden wordt bij vuurwerkopslag van een soortgelijke capaciteit als die in Enschede. De commissie Oosting oordeelde hard over het optreden van zowel landelijke als gemeentelijke overheden. De landelijke overheid heeft na een explosie in een vuurwerkopslag in Culemborg onvoldoende preventief beleid ontwikkeld en de gemeente Enschede heeft vergunningen verleend waarmee een potentieel gevaarlijke situatie niet alleen gedoogd maar ook achteraf goedgekeurd werd. 2 wethouders traden af. Vreemd ? In mei 2003 heeft het Openbaar Ministerie het onderzoek naar de oorzaak van de vuurwerkramp, het zogenaamde "eerste vlammetje", op een laag pitje gezet. Daarmee wordt de kans dat er ooit licht komt in een aantal mysterieuze zaken erg klein. Volgens getuigen zou rond 14.55 uur op het terrein mortiervuurwerk zijn afgestoken. Er zou echter na 13.30 uur niemand van SE Fireworks op het terrein zijn geweest. Op 23 augustus 2002 is een verdachte veroordeeld tot 15 jaar cel wegens opzettelijke brandstichting. Op de korte broek van de verdachte waren samengesmolten vuurwerkresten aangetroffen, hij had geen alibi en heeft in de cel de brandstichting toegegeven tegen een undercover agent. Rechercheurs gaven later te kennen dat het politie-onderzoek erg eenzijdig op de verdachte toegespitst was en dat andere sporen daarom niet "uitgelopen" werden, zoals de rol van klusjesman K. In mei 2003 werd de verdachte in hoger beroep vrijgesproken. Klusjesman K., zijn zwager en de broer van de vrijgelaten verdachte zouden die zaterdagmiddag op het terrein zijn geweest en daar demonstraties met illegaal vuurwerk hebben gegeven aan een Duitse vuurwerkhandelaar. Deze handelaar kwam naar eigen zeggen rond 11 uur die zaterdagochtend "iets" ophalen bij SE Fireworks, maar stond voor een gesloten poort. Het opgeslagen vuurwerk kan volgens sommige deskundigen nooit zo'n hevige explosie veroorzaken. De commissie Oosting oordeelde dat het wel mogelijk was. De eigenaren waren merkwaardig snel te plaatse en volgens een getuige had één van hen al tevoren aangegeven dat er bij brand een zeer gevaarlijke situatie zou ontstaan door de opslag van niet toegestane soorten explosieven. Ook merkwaardig is het compleet verdwijnen van twee slachtoffers die op geruime afstand van de explosieplaats woonde. Er woedden wel zware branden en er stond niets meer overeind op de locaties waarvan aangenomen wordt dat de slachtoffers daar aanwezig waren tijdens de explosie, maar niet van een dusdanige intensiteit dat het hele lichaam niet meer teruggevonden kon worden. Het aantal doden is uiteindelijk op 22 gesteld, één lager dan aanvankelijk was opgegeven. Een vrouw die op 2 oktober overleed, is eind 2000 aan de lijst met slachtoffers toegevoegd.
categorie: ramp (grip 3/4) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend lees meer...
zie ook http://www.13mei2000.nl
bronnen: www.tctubantia.nl, eindrapport commissie Oosting, www.nbdc.nl

2 juli 2001: Explosie gastankwagen, Eindhoven - 10 gewonden
Bij het bedrijf Hoek Loos Medical worden medicinale gassen geproduceerd. Tijdens het vullen van een tankwagen met lachgas vindt een explosie plaats. Er ontstaat brand, waarin tientallen gasflessen ontploffen. 10 werknemers raken gewond. In de omgeving sneuvelen her en der ruiten.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
20 augustus 2002: Lekkage ketelwagon, Amersfoort - geen slachtoffers
Op het rangeerterrein bij station Amersfoort ontstaat lekkage aan een ketelwagon met acrylnitril, een stof die gebruikt wordt voor de productie van textielvezels. Acrylnitril is zeer explosief, kankerverwekkend en gevaarlijk voor het zenuwstelsel. De lekkage in een afsluiter bovenop de tank wordt ter plekke gedicht en de wagon wordt overgebracht naar Rotterdam, waar de lading wordt overgepompt. Het station en omgeving zijn urenlang ontruimd.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: trein | oorzaak: mechanisch falen of slijtage 
12 december 2002: Explosie raffinaderij Kuwait Petroleum, Europoort - 1 dode, 1 gewonde
In de gasolie-ontzwavelingsfabriek van de Kuwait Petroleum raffinaderij in de Europoort doet zich een kleine lekkage voor in een fornuis, gevolgd door een Vapour Cloud Explosion en brand. De brandweer slaagde erin het vuur na twee uur te blussen. 1 werknemer komt om het leven, een ander raakt zwaar gewond.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling bronnen: Met dank aan E. van der Ham

1 april 2003: Explosie zoutoven DSM, Geleen - 3 doden, 2 gewonden
In melaminefabriek 2 van DSM in Geleen vindt na het opstarten van een zoutoven een zware explosie plaats. Door de ontploffing wordt een 15 ton zware afsluiter bovenop de oven weggeblazen. 1 DSM medewerker en 2 medewerkers van een extern bedrijf komen in de hete oven terecht en overlijden, 2 anderen raken gewond.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
15 juli 2003: Brand LPG tankwagen, Eindhoven - 1 dode
Op de A2 ter hoogte van Veldhoven komt een LPG tankwagen op zijn kant terecht, waarna de cabine in brand vliegt. De tank bevat 15000 kilo industrieël LPG. Bij het ongeval branden nog 3 auto's uit. De tank wordt met water en schuim gekoeld, zodat een BLEVE voorkomen kan worden. De A2, kantoren en woningen in de omgeving worden lange tijd ontruimd.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: vallen/kantelen/stoten 
5 augustus 2004: Explosie chemische fabriek Diffutherm, Bergeijk - 4 gewonden
In de chemische fabriek Diffutherm explodeert een bitumenopslag en een tank met teerplasma na het oververhit raken van een generator. Na de explosies ontstaat een grote brand in de fabrieksgebouwen.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling 
22 november 2004: Gifwolk uit ketelwagon, Arnhem - 25 zieken
Op en rond station Arnhem raken opeens mensen onwel. De oorzaak bleef ook na grootschalig onderzoek van de brandweer onbekend. De brandweer concentreerde het onderzoek naar de ziekmakende stof op een ketelwagon die was gevuld met het gevaarlijke, brandbare methyl-tert-butylether. Er werd echter geen lek gevonden, of gevaarlijke stoffen in de lucht gemeten. Daarop is het RIVM met specialistische meetapparatuur verder gaan zoeken naar de bron van de ziekteverschijnselen. Pas de volgende ochtend werd op die ketelwagon een niet goed afgesloten tankdeksel gevonden.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: trein | oorzaak: besturings- of bedieningsfout 
31 mei 2005: Explosie aardgasbehandelingsinstallatie NAM, Warffum - 3 doden, 2 gewonden
De NAM aardgasbehandelingsinstallatie in Warffum is sinds april 2005 wegens onderhoudswerk buiten gebruik. Op 31 mei wordt er op het dak van een lege opslagtank met aardgascondensaat gelast. De condensaatdampen uit de lege tank zorgen voor een Vapour Cloud Explosion. Door de explosie ontstaat een felle brand die objecten in de omgeving, waaronder een tank met benzeen, aanstraalt. 2 medewerkers van een onderhoudsbedrijf komen om het leven. Een derde medewerker liep brandwonden op. Een brandweerman raakte licht gewond. De lassers wisten niet dat de tank niet leeg en gasvrij was, terwijl de NAM-mensen - die dat wel wisten - weer niet op de hoogte waren van het feit dat er op de tank gelast zou worden.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen 
17 november 2005: Lekkage benzineopslag BP tankpark, Amsterdam - geen slachtoffers
Een opslagtank met 35 miljoen liter benzine raakte lek toen het drijvende tankdeksel scheef in de tank kwam te hangen. Een deel van de inhoud stroomde over de rand in opvangbassins. Vanwege de grote kans dat de benzinedampen boven de tank door statische electriciteit in brand zou kunnen vliegen is de brandweer dagenlang met grote hoeveelheden schuim paraat geweest om de benzine direct te kunnen afdekken. Het duurde dagen voordat de tank leeggepompt was.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten 
3 januari 2006: Tankwagen met ethanol kantelt en scheurt, Voorst / Twello - 7 zieken
Op de A1 tussen Voorst en Twello kantelde een Duitse tankwagen met 30.000 liter ethanol. Daarbij scheurde de tank en kwam de zeer brandbare en explosieve vloeistof vrij. De gevaarlijke situatie werd verergerd doordat de tankwagen kantelde ter hoogte van twee benzine stations. Ook twee boerderijen in de omgeving werden ontruimd. 7 mensen kregen gezondheidsklachten door de ontsnappende stof en werden in een ziekenhuis opgenomen. De vrijkomende ethanol is verdampt. De resterende 15.000 liter ethanol moest worden overgepompt. De A1 was tot de volgende ochtend afgesloten.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: vallen/kantelen/stoten 
30 maart 2006: Zoutzuur wolk bij AVR, Botlek - Niet bekend
Bij het afvalverwerkingsbedrijf AVR aan de Oude Maasweg ontsnapte rond 17.00 uur para-benzotrichloride uit een container. De tank bevatte 18.000 liter van de stof. Door de vermenging met lucht ontstond een zoutzuurwolk boven het gebied. De brandweer spoot vanaf hoogwerkers water over de wolk om verdere verspreiding tegen te gaan. De omgeving werd afgesloten en het scheepvaartverkeer op de Nieuwe Waterweg stilgelegd. Een aantal mensen in de omgeving kregen ademhalingsmoeilijkheden.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: chemische industrie | oorzaak: chemische reactie of vorming van explosieve/brandbare dampen 
6 augustus 2006: Benzine tankwagen kantelt en scheurt, Bemmel - 40 geevacueerden
Op een rotonde in een woonwijk in Bemmel kantelde een benzine tankwagen. Een tank scheurde en 14.000 liter benzine liep het riool en een sloot in. Enkele tientallen woningen moesten worden ontruimd, terwijl de brandweer een schuimdeken en een watergordijn over de tankwagen legde om explosies te voorkomen. Het leegpompen en opruimen van de benzine, en het ventileren van de benzinedampen uit de woningen, heeft de hele dag geduurd. Pas 's avonds konden de bewoners weer terugkeren.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: ongeval met gevaarlijke stof | object: vrachtwagen/bus | oorzaak: vallen/kantelen/stoten 
13 oktober 2007: Gaslek, Heinenoord - geen gewonden
Bij werkzaamheden aan de Sluisendijk in Heinenoord (gemeente Binnenmaas) is een gastransportleiding geraakt. De leiding bevatte het giftige ethyleen-oxide. Rond het lek ontstond een gaswolk. In het dorp ging de sirene af en moesten de inwoners binnenblijven.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: besmetting met giftige stof | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten 
13 februari 2009: Brand ontzwavelingsinstallatie Kuwait raffinaderij, Europoort Rotterdam - geen slachtoffers
Om 20.55 uur vond een explosie plaats in een ontzwavelings-installatie van de Kuwait Petroleum raffinaderij aan de Moezelweg in Rotterdam Europoort. Na de explosie ontstond een hevige brand in de installatie. De explosie vond plaatst tijdens het stilleggen van de ontzwavelings-installatie, de oorzaak is nog niet bekend. De brandweer schaalde direct op naar GRIP 2, terwijl ook de rest van de raffinaderij werd stilgelegd. Met waterschermen en schuim werd de brand rond 10.30 uur onder controle gebracht en rond 2.00 uur geheel gedoofd. In de directe omgeving kwamen zwavelstoffen vrij, maar er was geen gevaar voor de omwonenden en er vielen geen gewonden.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: explosie | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend 
11 juli 2009: Brand chemische industrie Nijmegen (GRIP3), Nijmegen - 1 dode
Bij het chemisch bedrijf Kelko aan de Winselingseweg in Nijmegen breekt rond 16.15 uur een zeer grote brand uit na een ontploffing in de hal waar cellulose wordt geproduceerd. Een medewerker van het bedrijf raakt zwaargewond en overlijdt later in het ziekenhuis. Het bedrijf maakt grondstoffen voor verdikkingsmiddelen, stabilisatoren en gommen voor de voedsel- en medicijn-productie. Uit voorzorg worden terrassen aan de Waalkade gesloten, wordt het scheepvaartverkeer op de Waal stilgelegd en moeten omwonenden ramen en deuren gesloten houden, maar er komen geen gevaarlijke stoffen vrij. Omwonenden worden per SMS-alert gewaarschuwd. De brandweer schaalt op tot GRIP3. Uit verschillende regio's komen meetploegen op om rond de fabriek op gevaarlijke stoffen te meten. Een blusboot houdt met 3 waterkanonnen de opslagtanks met zoutzuur en zuurstof nat.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend bronnen: hulpverleningsforum, RTV Gelderland

21 juli 2010: Zeer grote brand kunststofverwerkingsbedrijf, Valkenswaard - 240 geëvacueerden
Rond 9.15 uur breekt brand uit bij Timco plastics in Valkenswaard. Timco verwerkt kunststof afval tot nieuwe plastic producten. De brand breidt zich razendsnel uit en slaat over naar 3 naastgelegen bedrijven. De brandweer zet een blus-compagnie in en schaalt op tot GRIP3. De sirenes gaan af om de bevolking op te roepen binnen te blijven en ramen en deuren gesloten te houden vanwege de mogelijk schadelijke rook. 46 woningen in de nabijheid worden ontruimd. In de loop van de middag breidt de brand zich niet verder uit, maar aan blussen valt niet te denken. De brandweer laat de panden gecontroleerd uitbranden. Rond 18.30 uur worden 2 verzorgingshuizen in de buurt ontruimd vanwege de aanhoudende dikke rook. Er vallen geen gewonden.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: onbekend bronnen: hulpverleningsforum, nu.nl, crisis.nl

5 januari 2011: Zeer grote brand Chemie Pack (GRIP4), Moerdijk - geen slachtoffers
Bij een zeer grote brand in het chemisch bedrijf Chemie Pack aan de Vlasweg in het Moerdijk industriegebied zijn giftige en bijtende stoffen vrijgekomen. De brand ontstaat rond 14.30 uur. Chemie Pack verpakt gevaarlijke chemische stoffen voor de rubberindustrie, landbouw en verfindustrie. Op het terrein staan loodsen met opgeslagen chemische producten en tien opslagtanks van 23.500 liter. In de verwarmde tanks zijn brandbare, giftige en bijtende stoffen opgeslagen. Het gehele complex en ook de naastgelegen scheepsschroeven fabriek Wärtsilä gaan in vlammen op. De giftige rook trekt op een hoogte van 500 meter in noord-oostelijke richting naar Dordrecht en de oostelijke Randstad. De inwoners van Moerdijk, Dordrecht en Hoekse Waard zijn met het sirene-net gealarmeerd en moeten ramen en deuren gesloten houden. De rampen-zender Omroep Brabant en Radio Rijnmond zijn in de lucht. De hulpdiensten hebben opgeschaald tot GRIP4 omdat het effectgebied van de giftige rook in de naastliggende veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid ligt. Het Landelijk Operationeel CoördinatieCentrum wordt opgestart. De bedrijfsbrandweren van andere chemiebedrijven in Moerdijk, Shell, Sabic en ATM, leveren zwaar blusmaterieel. Defensie zet 3 crashtenders van de luchtmachtbases Gilze-Rijen, Woensdrecht en Eindhoven in. In totaal komen 250 brandweerlieden in actie. 8 bedrijven rond het brandende Chemie Pack worden ontruimd, 70 medewerkers van het nabijgelegen bedrijf Chronimet Nederland worden met boten van het Havenschap Moerdijk geëvacueerd. Zij kunnen niet meer langs de Vlasweg, die de enige verbindingsweg in dat stuk van het havengebied is. In de loop van de avonds wordt een schuimdeken over het complex gelegd, waarna de brand onder controle kan worden gebracht. Om 00.15 uur wordt Brand Meester gegeven. Het nablussen duurt nog de hele volgende dag. Er worden geen gevaarlijke concentraties van de toxische stoffen in woongebieden aangetroffen. De omgeving van de Vlasweg is zwaar vervuild door de in blus- en regenwater vermengde chemicaliën. Het bedrijfsterrein van Chemie Pack zelf is zo zwaar verontreinigd dat de brandweer denkt dat het wel 1 a 2 jaar kan duren voordat het terrein gesaneerd is. Hulpverleners die zonder adembescherming rond de brand hebben gewerkt, hebben gezondheidsklachten. Uit de rookwolk slaan in grote delen van Nederland giftige deeltjes neer. In weilanden ten zuiden van Dordrecht wordt een extreem hoge concentratie lood aangetroffen door het RIVM. Hoe schadelijk deze deeltjes en de loodconcentraties zijn voor de volksgezondheid blijft onduidelijk. De brand is begonnen in een luchtdruk-hevelpomp buiten op het terrein. De brand werd aanvankelijk door de BHV'ers met poederblussers geblust, maar door de hitte barstte een kunstoftank met xyleen open en ontstaat een snel uitbreidende vloeistof-plasbrand. De officiële oorzaak is nog onbekend, maar de Raad voor de Veiligheid stelt een onderzoek in. Chemie Pack zou volgens het Openbaar Ministerie niet over alle vereiste vergunningen beschikken. Het OM heeft de administratie van het bedrijf in beslag genomen. Volgens de veiligheidsman van Chemiepack wilde de brandweer bij aankomst niet naar hem luisteren en begon met water te blussen, terwijl hij aangaf om met een schuimaanval de brand onder controle te brengen. De schuiminstallatie van het bedrijf zelf bleek niet zelfstandig te kunnen blussen, maar moest eerst op een bluswagen worden aangesloten. Op een youtube filmpje, gemaakt in de eerste minuten (zie link), is echter te zien dat bij aankomst van de eerste tankautospuit de vloeistofbrand al zo groot was dat daarvoor een zware crashtender nodig was. Het bedrijventerrein Moerdijk beschikt niet over gespecialiseerd brandweer-materieel, zoals in de Botlek wel het geval is, terwijl er ook veel bedrijven zijn gevestigd die met gevaarlijke stoffen werken. De directeur, de productieleider en de milieu-coördinator van Chemiepack zijn eind juni aangehouden op verdenking van het opzettelijk opslaan, bewerken en verwerken van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen op plaatsen waar dit volgens de milieuvergunning niet was toegestaan, het ontbreken van veiligheidsmaatregelen en roekeloos handelen.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: oververhitting of warmte-aanstraling zie ook http://www.youtube.com/watch?v=hoHOA-SjyOA
bronnen: hulpverleningsforum, nu.nl, RTL4/7, NOS, Omroep Brabant, BN De Stem

14 januari 2011: Ethanol ketelwagon in brand (TIS4.4, GRIP3), Kijfhoek, Zwijndrecht - geen slachtoffers
Op het rangeerterrein Kijfhoek bij Zwijndrecht raakt rond 21.40 uur een ketelwagon met ethanol in brand. De wagon staat in een rijtje met andere ketelwagons. De brandende ethanol stroomt uit de wagon, waardoor rondom de wagon een vloeistofplas in brand staat. Door de hitte-aanstraling van de andere ketelwagons in de omgeving, waaronder sommige lege LPGtanks, is er groot explosiegevaar. De lege LPG-wagons kunnen uiteindelijk onder waterkoeling worden weggesleept. Ethanol is een alcohol, dat wel hevig brandt, maar waar bij verbranding geen giftige stoffen vrijkomen. De brand kan niet worden bestreden, de ethanol moet opbranden. De brandweer schaalt op tot GRIP3. De A16 wordt afgesloten, evenals het treinverkeer tussen Rotterdam en Dordrecht. Woningen in het buitengebied van Zwijndrecht,in een straal van een kilometer rond het rangeerterrein, worden ontruimd. 33 mensen worden in een hotel in Zwijndrecht ondergebracht. Het sirene-net wordt niet gebruikt, omwonenden worden met een sms-alert geïnformeerd. Rond tien uur zaterdagochtend geeft de brandweer het sein brand meester. In de vroege zaterdagochtend is het gevaar voor explosie geweken en kunnen de bewoners weer naar hun woningen terugkeren. De brandweer laat de laatste resten ethanol gecontroleerd uitbranden. De ketelwagon is waarschijnlijk gescheurd bij een botsing met een andere trein door een rangeerfout.
categorie: grootschalig incident (grip 2/3/4) | aard: brand | object: trein | oorzaak: onbekend bronnen: Radion Rijnmond, rtlnieuws, hulpverleningsforum. nu.nl

7 november 2011: Brand in natrium opslag (GRIP3), Farmsum - geen slachtoffers
Rond 1.50 uur ontstaat brand bij een natrium-opslag van de Dow Chemicals fabriek Rohm en Haas in het industriegebied bij Delfzijl, in het plaatsje Farmsum. De brand ontstaat als er bij het overladen natrium op de grond terecht komt. Natrium is zeer brandbaar als het in contact met water komt. De stof wordt vervoerd in olie, die ook in brand raakt. Bij een natrium brand komen er giftige dampen vrij. De hulpdiensten schalen op tot GRIP 3 en zetten de wijde omgeving van het chemie-complex af. De windrichting staat niet richting de bebouwde kom van Farmsum. Rond 6 uur is de brand meester. Een gedeelte van de natrium wordt gecontroleerd verbrand.
categorie: chemie incident (grip 1/2/3) | aard: brand | object: chemische industrie | oorzaak: vallen/kantelen/stoten bronnen: Hulpverleningsforum, RTV Noord

Er zijn 58 incidenten in deze categorie.
Daarbij zijn 400 dodelijke slachtoffers te betreuren.
|