nieuws afkortingen bronnen verantwoording sitemap mail




Overzicht van incidenten:

Aardbevingen in Nederland

Nederland is niet erg kwetsbaar voor zware aardbevingen. De breuklijnen tussen de grote aardschollen van Europa en Afrika komen niet in de buurt van Nederland, maar toch vinden er in ons land regelmatig kleinere aardbevingen voor. Daarvoor zijn 2 belangrijke oorzaken:

De zout- en gaswinning in Noord Nederland zorgt voor bewegingen in de met gas of zout gevulde zandsteenlagen, waardoor zich breuken gaan vormen. De oplopende spanningen in deze breuken veroorzaken zwakke aardbevingen op relatief geringe dieptes (enkele kilometers). Dergelijke aardbevingen worden "geïnduceerde" bevingen genoemd.
Elk jaar doen zich gemiddeld zo'n 40 schokjes voor.
De krachtigste geïnduceerde beving tot nu toe, had een kracht van 3.5 op de Schaal van Richter.

In het zuiden van Nederland lopen een aantal actieve breuken in de aardkorst, waarlangs zich zogeheten "tektonische" aardbevingen kunnen voordoen. De breuken vormen de uitlopers van breuksystemen in Duitsland en België. De grootste diepte van aardbevingen in dit gebied is ongeveer 30 kilometer.
In Zuid-Limburg lopen een aantal kleine, actieve breuken, zoals de Kunradebreuk bij Voerendaal, Heerlen en Kunrade. De grootste aardbeving die tot nu toe langs die breuk heeft plaatsgevonden had een kracht van 3,9 op de schaal van Richter.
De 2 grootste breuklijnen in Nederland lopen grofweg van Kijkduin naar Kerkrade en zijn vooral vanaf Uden tot voorbij Roermond actief. Langs deze breuken kunnen zich behoorlijk zware aardbevingen voordoen, naar verwachting tot maximaal 6 op de Schaal van Richter.
De krachtigste tektonische beving tot nu toe, had een kracht van 5.8 op de Schaal van Richter (zie onder).

De plek diep onder de grond, waar de aardbeving zich voordoet heet het hypocentrum.
De plek recht erboven aan het oppervlak wordt het epicentrum genoemd.


13 april 1992: Aardbeving Roermond

Om 3.20 uur in de nacht van 13 april 1992 doet zich een aardbeving voor in het gebied ten zuidwesten van Roermond, nabij Sint Odiliënberg. De aardbeving heeft een sterkte van 5.8 op de Schaal van Richter en een intensiteit VII (7) op de Intensiteitenschaal van Mercalli.
Daarmee is het de zwaarste beving ooit in Nederland gemeten.
De aardbeving doet zich voor op een diepte van 17 kilometer en wordt tot in Tsjechië, Zwitserland, Frankrijk en Engeland gevoeld.

De hoofdbeving is voorafgegaan door een lichtere beving met een kracht van 4.8. Na de beving van 5.8 worden er tot een maand later nog 200 naschokken gemeten, met sterktes tot 3.8 op de schaal van Richter.

In het gebied tussen Roermond, Heinsberg en het Belgische Maaseik is de schade aanzienlijk. Schoorstenen en dakpannen vallen van daken, muren scheuren. Voorwerpen vallen van kastjes, tafels en stellages kapot op de grond.
Vooral het dorp Herkenbosch wordt zwaar getroffen. Daar stort de toren van de kerk gedeeltelijk in.
Door het trillen van de met water verzadigde bodem treden landverschuivingen en oeververzakkingen op.
Omdat het midden in de nacht is, wordt er niemand door vallend puin geraakt.
De totale schade wordt geschat op 275 miljoen gulden, waarvan 170 miljoen in Nederland.


Oeververzakking langs de Maas

De oorzaak

De aardkorst onder Nederland is constant in beweging: De Europese aardschol drijft jaarlijks enkele centimeters naar het oosten, terwijl Afrika vanuit het zuiden tegen de Europese schol aanduwt. Hierdoor onstaan minime spanningen in de aardkorst, die zich manifesteren in breuklijnen.
Er loopt een patroon van niet-actieve breuklijnen schuin door Nederland: De noordelijke grens van die lijnen loopt ruwweg van Beverwijk naar Nijmegen. de zuidelijke grens van Kijkduin naar Vaals.
In het zuidoosten worden de breuken actiever. Er zijn daar 2 grote actieve breuken:
De Peelrandbreuk en de Feldbizz breuk.

De Peelrandbreuk loopt ongeveer van Heesch bij Oss tot Vlodrop bij Roermond. Aan de ene kant van de breuk (de Peelhorst) zijn in het landschap de hogere gedeelten te zien en aan de andere kant (de Centrale Slenk) de lagere gedeelten. Bij Uden is het hoogteverschil ongeveer 8 meter.
De Feldbiss (niet één breuklijn maar een patroon van min of meer evenwijdige, zich vertakkende breuken, waartoe ook de Geleen-breuk en de Heerlerheide-breuk behoren) loopt aan de zuidzijde van de zogeheten Roerdalslenk.
Deze slenk, het gebied tussen de twee breuken, zakt langzaam ten opzichte van de gebieden erbuiten. Deze daling gebeurt niet altijd vloeiend, maar soms schoksgewijs. Langs de breuklijnen doen zich dan ook regelmatig lichte aardbevingen voor.



Bij de gele ster het epicentrum van de beving van 13 april 1992
De afstand tussen het epicentrum en de Peelrandbreuk
aan het aardoppervlak komt door het schuine vlak van deze breuk.

Bron: KNMI

 

Bronnen:

De Bosatlas van ondergronds Nederland ©2009 Noordhoff Uitgevers ISBN 978 9001 12245 4
www.knmi.nl
www.kennislink.nl

Overzicht van schalen

 

 

©2009 zero-meridean OSP
copyleft GFDL:
Zie verantwoording
nieuws afkortingen bronnen verantwoording sitemap mail

= nieuwe pagina in een nieuw venster
= nieuwe pagina in hetzelfde venster
= andere paragraaf op deze pagina