11 juli 2006: Evacuatie wegens instortingsgevaar Amsterdam
De evacuatie
Aan het eind van de middag van 11 juli 2006 besluit Burgemeester Cohen om 90 woningen op het Bos en Lommerplein in Amsterdam te ontruimen. De
woningen worden door acuut instortingsgevaar bedreigd, zo zou blijken uit een onderzoeksrapport, dat die ochtend aan Cohen is voorgelegd door
het Stadsdeelbestuur van Bos en Lommer.
Om middernacht moet de 90 woningen leeg zijn. De 190 bewoners worden in hotels ondergebracht. Ook 27 winkels en het Stadsdeelkantoor worden gesloten.

Bron: Het Parool
Een acute evacuatie is een zeer ingrijpende gebeurtenis, die alleen in tijden van groot, direct dreigend gevaar ondernomen zou moeten worden.
Kennelijk was de situatie op het Bos en Lommerplein zo acuut bedreigend voor de bewoners, dat er geen tijd was om tijdelijke bouwkundige voorzieningen
te treffen. Het gehele blok kon kennelijk ieder moment bezwijken en zo stond het ook te lezen op de piepers van de rampenbestrijders, die die
middag rond 15 uur werden gealarmeerd via het P2000 netwerk: "Instorting Bos en Lommerplein".
De scheur
De oorzaak van het tumult op 11 juli is gelegen in een grote scheur die op 1 februari in de parkeerkelder onder het complex ontstond. Een vrachtwagen
was het martkplein boven de parkeerkelder opgereden, en door dat gewicht ging een draagbalk in de kelder scheuren. Het complex werd direct ontruimd,
maar na het stutten van de balk konden de bewoners weer terug keren. TNO voerde een bouwkundig onderzoek uit, waaruit bleek dat de bewapening
in de draagbalk te licht was om het gewicht van het marktplein erboven te kunnen dragen. Deze bewapening bleek niet conform de bouwtekening te
zijn uitgevoerd. Het TNO rapport repte wel van onvolkomenheden elders in de constructie, maar de euforie onder de bouwers en de gemeente was
groot: Het gebouw hoefde niet te worden gesloopt, iedereen kon blijven wonen. In augustus zou een reparatie worden uitgevoerd, waarna de rust
op het Bos en Lommerplein weer terug kon keren.
De onderzoeken
Er waren wel twijfels over de inspectie die tijdens de bouw was uitgevoerd. Als het mogelijk was dat 1 balk niet voldoende bewapend was, kon
dat elders in het pand ook het geval zijn. Daarom ging een tweede onderzoek van start, dat moet gaan bekijken of er nog meer kwetsbare plekken
in de constructie zitten. Er worden 24 punten aangewezen die een mogelijk risico voor de constructie kunnen betekenen. In totaal worden op 35
plaatsen een boring in de draagbalken uitgevoerd om de exacte staat van bewapening vast te stellen. Op 28 punten bleek de bewapening niet voldoende.
Dit onderzoeksrapport belandde op maandag 10 juli op het bureau van de Stadsdeelraad. Eigenaar Fortis is van mening dat dit op geen enkel punt
tot onveilige situaties zal leiden, en dat nader onderzoek moet worden uitgevoerd om de verdere aanpak te bepalen, maar daar zijn de ambtrenaren
van de deelraad het niet mee eens. De deelraad voorzitter licht de Burgemeester in over de zijns inziens onverantwoorde situatie op het plein.
De Burgemeester laat de rampenstaf bijeenroepen om over de situatie te oordelen. De rampenstaf oordeelt dat de veiligheid van de bewoners niet
gegarandeerd kan worden, waarna tot een noodverordening met onmiddelijke ontruiming onder dwang werd besloten.
Maar de situatie op het plein was al sinds de bouw in 2004 bedreigend. Het onderzoekrapport had wel een risico aan het licht gebracht, maar aan
de feitelijke situatie was sinds februari niets veranderd. Moesten de bewoners wel direct geëvacueerd worden, of was hier iets te snel toe
besloten ?
Bij een risico analyse gaat het om de kans dat zich een incident voordoet, vermeerderd met de impact van dat incident. Dat de impact van het
bezwijken van de draagconstructie onder het complex immens zou zijn staat buiten kijf. Maar hoe groot zou de kans zijn dat zich dat ook daadwerkelijk
zou voordoen ?
Dat wist de gemeente niet, omdat die vraag nooit gesteld was. Beide onderzoeken richtten zich slecht op het constateren van feiten, niet op de
risico's. Wel was duidelijk dat de slechte staat van de draagbalken de kans op instorting groter maakte dan die in andere gebouwen.
Maar zou de instortingskans groter zijn dan bijvoorbeeld van gebouwen langs de Noord/Zuid lijn ? Die gebouwen worden in de gaten gehouden met
meetapparatuur, die iedere beweging van het gebouw registreert. Zouden dergelijk metingen ook niet in dit gebouw kunnen worden toegepast ? Hadden
er geen stutten in de parkeerkelder kunnen worden geplaatst om het risico te verminderen ?
Het is niet bekend of dergelijke afwegingen gemaakt zijn. Kennelijk was de rampenstaf rond 15 uur zo overtuigd dat het gebouw direct tegen de
vlakte zou gaan, dat de complete rampenbestrijdings organisatie gealarmeerd werd.
"Instorting Bos en Lommerplein" , gaven de piepers van de rampenbestrijders aan, waarmee het onderzoeksrapport van maandag tot een
echte ramp op dinsdag was gebombardeerd. Dat de uitgerukte eenheden niets meer hoeven te doen dan rode linten om het complex te spannen, deed
niet af aan de intimiderende en dreigende sfeer die de hulpverleners over het plein hadden opgewekt.
De conclusies
Na uitgebreide onderzoeken bleek uiteindelijk dat het complex niet geheel gesloopt hoefde te worden. Wel moest de gehele vloer tussen de winkels
en de daarbovenop gestapelde 96 appartementen hersteld worden. Door het aanbrengen van extra steunbalken en het verzwaren van de betonnen pilaren
onder de vloer, kan de noodzakelijke draagkracht voor de woningen erboven wordt gecreërd. Bewoners die na de reparatie niet meer terug wilden
keren, konden hun woning aan de aannemer verkopen. Rond kerstmis 2006 konden de overgebleven bewoners weer naar hun appartementen terugkeren.
Een onderzoekscommissie onder leiding van oud-minister Margreeth de Boer van VROM rapporteerde op 15 januari 2007 haar bevindingen aan het
gemeentebestuur. Op basis daarvan zal waarschijnlijk een langdurig juridisch gevecht uitbreken over de vraag wie de rekening moet betalen.
Het eindrapport wijst de hoofdaanemer Hillen en Roosen aan als de hoofdschuldige. Volgens De Boer zijn 'vele ernstige fouten' gemaakt bij de
wapening van de betonconstructie. Ook was de constructieberekening van de vloer onder de woningen 'discutabel'. Problemen werden ook veroorzaakt
doordat tijdens de bouw het ontwerp nog werd veranderd.
De fouten zijn, aldus de onderzoekscommissie, vooral gemaakt door de betonvlechters van de firma's Staza en Schaaij en de aannemer Hillen & Roosen,
die uiteindelijk voor dat werk verantwoordelijk was. Fouten met de 'dikke vloer' worden geschreven op het conto van constructiebureau Tentij.
Een 'afgeleide, indirecte' verantwoordelijkheid voor het drama is er voor de de particuliere toezichthouders van het bureau Diepenhorst, De
Vos en Partners (DVP) en hun opdrachtgever Multi Vastgoed. Zij hebben de afwijkingen in de wapening niet ontdekt en hadden dat wel moeten doen.
Blaam treft ook de gemeentelijke Dienst Milieu- en Bouwtoezicht en Bouw- en Woningtoezicht van het stadsdeel, die geen toezicht hielden. Opvallend
is dat het stadsdeel op basis van de goede reputatie van de hoofdaannemer een 'vrijwel blindelings vertrouwen' had in de gang van zaken.
Bronnen:
www.brandweer.nl
www.rtlnieuws.nl
www.nu.nl
www.parool.nl/nieuws/2007/JAN/15/p1.html

|